Hengeloër Baptisten mogen gemeentelid uitsluiten

UTRECHT, 27 JULI. Kerkgenootschappen hebben het recht om bezoekers te weren van hun diensten. Het uitsluiten van gelovigen is niet strijdig met de Algemene Wet Gelijke Behandeling (AWGB). Dit blijkt uit een uitspraak van de Commissie gelijke behandeling in Utrecht in een zaak die was aangespannen tegen een Baptistengemeente in Hengelo. Deze kerk heeft een man de toegang tot de diensten ontzegd. De onafhankelijke Commissie gelijke behandeling is onlangs ingesteld om de Algemene Wet Gelijke Behandeling te toetsen in de praktijk.

De zondagsdienst is volgens de commissie weliswaar openbaar, maar de regels voor de toegang tot de dienst houden rechtstreeks verband met het belijden van de religieuze overtuiging en tot de intern-kerkelijke rechtsverhoudingen. De Algemene Wet Gelijke Behandeling is niet van toepassing op rechtsverhoudingen binnen kerkgenootschappen, dit ter eerbiediging van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging en het beginsel van scheiding tussen kerk en staat. Kerkgenootschappen hebben de vrijheid om hun organisatie naar eigen overtuiging in te richten, zo stelt de commissie.

Aanleiding voor de uitspraak van de staatscommissie is de gang van zaken bij de Baptistengemeente 't Venster in Hengelo. Deze gemeente had eind 1993 een lid geroyeerd wegens het uitdragen van een afwijkende geloofsleer, de ontkenning van het gezag van de kerkeraad en de negatieve visie op de gemeente. Volgens de kerk verspreidt de man zijn afwijkende visie door bijbelstudies bij hem thuis en door het uitdelen van lectuur en cassettebandjes. Per brief was de man meegedeeld dat hij niet langer welkom was bij avondmaalsdiensten, vergaderingen van de evangelisatiecommissie, bidstond en bijbelstudie. Twee maanden later werd hem ook de toegang tot de zondagsdiensten ontzegd.

De man bleef met zijn gezin echter de zondagsdiensten bezoeken, dit tot ergernis van de voorganger en de overige kerkgangers. Op zondag 24 april vorig jaar verliet de voltallige gemeente het kerkgebouw om de dienst buiten op het gazon voort te zetten, nadat het gezin weigerde gehoor te geven aan het verzoek van de predikant om de dienst te verlaten. Op zondag 5 april vorig jaar werd de man verwijderd door de politie, omdat hij zich schuldig zou hebben gemaakt aan lokaalvredebreuk. Eerder dit jaar verklaarde de politierechter het vergrijp wettig bewezen. Een door de officier van justitie geëiste boete bleef achterwege.

De politierechter overwoog bij zijn oordeel dat het ontzeggen van de toegang tot de Hengelose baptistenkerk geen inbreuk maakt op de vrijheid van godsdienst, omdat de man ook elders zijn geloof kon belijden en het verbod de persoonlijke geloofsbeleving onverlet laat, en ook dat het aan het kerkbestuur is om te beoordelen of de huisregels al dan niet zijn geschonden en voldaan is aan de eisen die het stelt aan een goed verloop van de godsdienstuitoefening.

De man blijft het oneens met het verbod om de kerk te betreden. De strafzaak wordt later in hoger beroep behandeld bij het gerechtshof in Arnhem.

Volgens een woordvoerder van de Baptistengemeente 't Venster heeft de man tot juni van dit jaar nog regelmatig op zondagmorgen voor de kerk staan wachten in de ijdele hoop binnengelaten te worden. De politie in Hengelo hoefde daarbij echter niet op treden. De woordvoerder van de Hengeloër kerk hoopt de komende maanden via gesprekken met de man tot een oplossing van de “patstelling” te komen. Overigens zijn de baptisten blij dat de uitspraak van de Commissie gelijke behandeling positief voor het kerkgenootschap is uitgevallen. De geweerde kerkganger is wegens vakantie niet voor commentaar bereikbaar.

    • Arjen Schreuder