Fameuze forehand redt Berasategui niet

AMSTERDAM, 27 JULI. En weer verloor het Open Nederlandse tenniskampioenschap een geplaatste speler. De als tweede ingeschaalde Alberto Berasategui gaf gisteren een set en 3-0 voorsprong in de tweede set uit handen tegen Gilbert Schaller. De pezige Oostenrijker zag de zwakke plek in het spel van 'Bera' en bestookte de Spanjaard waar mogelijk op zijn backhand. De aanpak van Schaller had succes en na ruim twee uur kon hij als winnaar de kleedkamer opzoeken: 6-7, 7-6 en 6-3. “Het was voor mij ook een verrassing dat de wedstrijd totaal omging”, zei de verliezer na afloop.

Over zijn partij tegen Schaller, die eerder dit jaar op Roland Garros Pete Sampras in de eerste ronde naar huis stuurde, wilde Berasategui niet al te lang nadenken. “Ik kreeg kramp in mijn benen, terwijl hij steeds beter in de wedstrijd kwam. Als je onder die omstandigheden de tweede set uit handen geeft, kun je het in de beslissende set wel vergeten.” Naarmate de zege zich voor Schaller aftekende, zocht Berasategui steeds vaker oogcontact met zijn coach. Maar diens adviezen, steeds bestaande uit één enkel woord, konden het tij niet meer keren. “Ik doe dat altijd als ik in problemen kom, dan ga ik ook heel hard in mezelf praten”, zei de Spanjaard.

Het was de vierde keer dat beide spelers tegen elkaar speelden, maar de eerste keer dat Schaller won. Aan het eind van de partij slaagde hij erin de bal steeds ver naar buiten te slaan om de verkrampte Berasategui flink te laten lopen en te verhinderen dat hij om zijn - gisteren zwakke - backhand heen kon lopen. “Schaller weet uiteraard dat m'n forehand de basis is van mijn spel. Omdat ik een zeer matige volley heb, probeer ik zoveel mogelijk achterin te blijven en steeds maar weer mijn forehand te gebruiken.”

Het is zijn forehand die Berasategui zo vermaard heeft gemaakt. Niet alleen omdat die slag doorgaans uiterst effectief is, maar vooral omdat Berasategui de forehand zo ongebruikelijk slaat. Namelijk met dezelfde kant van zijn racket als z'n backhand. Om dat voor elkaar te krijgen, draait hij zijn rechterpols bij elke klap een halve slag en maait met de 'verkeerde' kant van zijn racket over de bal heen. Het resultaat is dat de tegenstander pas op het laatste moment ziet waar de bal naar toe gaat.

Bovendien zit er zoveel spin aan de bal en slaat de Spanjaard hem zo diep, dat de bal meestal slechts met de grootste moeite en vaak verdedigend kan worden teruggeslagen. Het is indrukwekkend om te zien wat de rechterpols van Berasategui allemaal kan hebben. “Mensen vragen me altijd of ik onderhand nog geen polsblessure heb, maar dat heb ik nooit gehad. Wel typische tennisblessures, vooral aan mijn schouder.”

Als aan de Spanjaard wordt gevraagd hoe hij toch aan die slag komt, begint hij geheimzinnig te glimlachen. “Ik weet het niet”, zegt hij, “kennelijk heb ik een afwijking of is mijn lichaam zo gebouwd dat ik die forehand alleen maar zó kan slaan.” Dat blijkt vooral als hij moet verdedigen en gedwongen wordt een conventionele forehand te slaan. Met uiterste inspanning krijgt hij dan de bal over het net op een manier waar een beginnende speler zich nog voor zou schamen.

Ondanks de nederlaag tegen Schaller zat Berasategui er gisteren na afloop opgewekt bij. Het verlies stond niet op zich, want de gravelspecialist is flink aan het dalen op de wereldranglijst. Eind vorig jaar stond hij nog zevende, haalde de finale op Roland Garros en won zeven toernooien. Momenteel staat hij 16de en het ziet er naar uit dat hij zelfs uit de top twintig duikelt.

Wat is er met Berasategui aan de hand? “Misschien was die zevende plaats wel boven mijn kunnen. Misschien ben ik hetzelfde blijven spelen en is iedereen beter geworden. Ik weet het niet.” De doelstelling voor de rest van het seizoen is zoveel mogelijk punten te pakken op alle resterende graveltoernooien om maar binnen de top twintig te blijven. Want gravel, daar moet Berasategui het van hebben, zoals de meeste Spaanse topspelers.

Op de US Open heeft hij dan ook niets te zoeken, vindt hij zelf. “Daar kan ik geen punten pakken.” Hij acht het ook uitgesloten dat er ooit een gravelspeler beste van de wereld wordt, laat staan hijzelf. “Kijk maar naar Muster, die heeft alles op gravel gewonnen wat er te winnen valt dit jaar. En toch staat hij maar derde in de wereld.”

    • Robert Giebels