Een naakte manier van genieten

Een picknick is eten in de openlucht, maar eten in de openlucht is nog geen picknick. Het heeft namelijk iets meer om het lijf dan een boterhammetje eten met de billen in het gras.

Een zomeravond in een park van een grote stad. De grasvelden zijn bezaaid met groepjes mensen die tussen hondepoep en voetballende kinderen hun dorst lessen en hun honger stillen. Geconsumeerd wordt er direct uit de verpakking. Saladebakjes, bierblikjes en puddingbekers staan in een heksenkring rond de draagtas van de supermarkt. Ook de afhaal-Chinees en de meeneem-pizzeria blijken druk bezocht. Ordeloos hangen de eters rond hun etenswaar, als hongerige vluchtelingen uit een verslagen vesting.

Dat de zwoele avonden van de afgelopen tijd inspireren tot een maaltijd al fresco hoeft geen verbazing te wekken. Maar dat zoiets meteen een picknick wordt genoemd is een misvatting: een picknick is eten in de openlucht, maar eten in de openlucht is nog geen picknick. Op voorbereiding en uitvoering komt het aan. Gerechten moeten met zorg gekookt en voorzichtig ingepakt worden, waarna ze naar een idyllische plek worden getransporteerd om daar met aandacht genuttigd te worden. De fase waarin de gerechten bedacht worden is de helft van het plezier.

Kennelijk hoopte de commercie dat Nederland zo langzamerhand rijp zou zijn voor deze verfijnde vorm van buitenleven. Met de warme zomer van het afgelopen jaar in het achterhoofd verkopen grootwinkelbedrijven als Blokker en Hema picknickmanden, compleet met (plastic) borden, bekers en bestek. Het lijkt een logisch vervolg op de artikelen die glossies al een aantal zomers publiceren over de geneugten van de romantische picknick. Op zonovergoten pagina's zien we taarten en pasteien, vruchtensalades en voorgesneden zalm, kazen en sandwiches tegen een achtergrond van bloemen en damast. De hoofdrol in deze stillevens is steevast weggelegd voor de rieten mand met leren riemen, gevuld met kristal en porselein, voor enige honderden guldens per stuk te koop in de duurdere woonwinkels. Uitgevers reageerden door speciale picknick-kookboeken te maken, met gerechten die het koud minstens zo goed doen als wanneer ze net zijn gebraden of gekookt.

Ondanks deze zorgvuldige voorbereiding viel de consument nog niet massaal voor de charme van een voorgepakte mand. Pas na scherpe afprijzing zijn de stapels geslonken. Nederlanders willen best een gecompliceerdere maaltijd buiten genieten, maar dan wel op het terras van een restaurant of vlakbij hun eigen keuken, in de achtertuin. Als aan die voorwaarden niet kan worden voldaan, moet het eten zo eenvoudig mogelijk zijn. En dus gaat er een tas met voorgesmeerde broodjes mee, barbecuen ze op door de overheid aangewezen plekken of hannesen ze wat met blikjes en een primus tussen de haringen van de tent.

Die Hollandse terughoudendheid als het gaat om picknicken heeft ongetwijfeld ook met de grilligheid van ons weer vandoen. Wij maken afspraken bij voorkeur met de agenda in de hand en hebben liever geen onvoorspelbare factor. Het ìs ook niet leuk als het met zorg geënsceneerde déjeuner sur l'Herbe door rommelende donder en opstekende wind wordt bedreigd.

Over de oorsprong van het woord verschillen voedselhistorici van mening. Zeker is dat het vroeg in de achttiende eeuw in verschillende Europese landen opduikt als benaming voor uiteenlopende vormen van sociaal vermaak, variërend van een bal in Hannover tot een maaltijd waarbij de deelnemers lootjes voor de diverse gerechten trokken. Pas in de loop van de negentiende eeuw versmalt het begrip tot de huidige betekenis. Dit valt samen met de idealisering van het landelijke, gezonde buitenleven die in diezelfde tijd opgeld doet. Er ontstaat een ware terug-naar-de-natuur-rage. Maar de deftige burgerij stort zich uiteraard niet roekeloos in de jungle: met zorg worden lokaties in de schaduw van ruïne of kasteel uitgezocht en niet het woeste landschap, maar de uitgekiende landschapstuin kan de dames en heren bekoren. Het gaat niet om natuur, maar om de illusie van het buitenleven. In die traditie past het tot in de details georganiseerde, quasi-landelijke maal.

Niet alleen de verfijning van die negentiende-eeuwse festijnen, maar ook de hoeveelheden die naar buiten werden gesleept doen ons nu onwaarschijnlijk aan. Het boodschappenlijstje voor een picknick van 40 personen uit Mrs. Beeton's Book of Household Management vermeldt enorme hoeveelheden voedsel, onder andere 13 verschillende soorten vlees, 6 manden met salades, een dozijn cheesecakes en een flink aantal soorten broden. Tien bedienden moesten worden vooruitgestuurd om tenten op te zetten en de tafels te dekken waarop al dat lekkers terecht zou komen.

Ook bij de picknick die Francois Haverschmidt beschrijft in zijn verhalenbundel Familie en Kennissen helpt het personeel een handje. Als het tijd is om aan tafel te gaan, is er biefstuk, en dan sla met eieren, en er zijn pannekoeken na. Er gaat een paar bierglaasjes rond om de dorstige kelen te laven, met een mengsel van Rijnwijn en Fachingerwater.

De relatieve eenvoud van deze negentiende-eeuwse Hollandse picknick staat in contrast met de Victoriaanse overvloed van Mrs. Beeton, en de glamour van de society-picknicks op de Engelse sportterreinen en in kasteeltuinen. Maar ook de zwier van het Franse buitenleven, zo verleidelijk afgebeeld door Renoir, Tissot en Manet, mist de Nederlander tot op heden. Het idee alleen al dat we ons voor de Picknick speciaal, in bloemige jurken en gestreepte jasjes zouden kleden! Laten we maar eerlijk zijn: het is niet het weer dat ons ervan weerhoudt om eens flink uit te pakken in de openlucht. Het is dat uitpakken zelf waar we niet op gesteld zijn. De picknick is een wel heel naakte manier van genieten, waarbij niet alleen de kwaliteit van ons voedsel en ons eetgerei ten toon worden gesteld maar waarin ook onze eigen rol blootstaat aan de nieuwsgierige blikken van iedere willekeurige wandelaar. Probeer maar eens rechtop te blijven zitten, met zwier de flute te heffen of het pasteitje aan te snijden onder een eik of linde zonder het gevoel te hebben dat je uitgelachen wordt door de landgenoot die even verderop een bokking nuttigt uit een oude krant. Gek doen wanneer het ook gewoon kan zijn, daar voelen we ons ongemakkelijk bij. Het zal nog heel wat warme zomers vergen voor we werkelijk toe zijn aan de picknickmand.

PRAKTISCH

Picnic, the complete guide to outdoorfood (Pinguin, 1981) van Claudia Roden geeft recepten voor stoere en romantische, Oosterse en Europese picknicks, aangevuld met lezenswaardige voorbeelden uit de literatuur.

Mooie picknicklokaties zijn te vinden in de openbare tuinen van kastelen, op het Kröller-Müller, en in stadsparken. In Engeland mag er gepicknickt worden op door de National Trust beheerde landgoederen.

In Nederland volgt Landgoed Beeckestijn bij Haarlem in de zomermaanden dit voorbeeld. Bij een dagtrip naar het museum van het landgoed kan een welgevulde picknickmand afgehaald worden, die in het park en de tuinen van Beeckestijn genuttigd kan worden (02550-33520).