'Een gewoon doosje is te min voor deze muziek'

Platenproducer Geert-Jan Hobijn heeft eigenzinnige ideeën over hoe een cd-hoesje eruit hoort te zien. Hij maakt er kunstwerkjes van, vrolijk en pretentieloos. Muziek verpakt in hout, leer en zelfs in drop. Nou ja, muziek...

Staalplaat, Jodenbreestraat 24, 1011 NK Amsterdam. Distributie bij platenwinkels in het hele land. Inl 020-6254176.

Geert-Jan Hobijn van de Amsterdamse muziekwinkel Staalplaat krijgt regelmatig telefoontjes van klanten die menen dat de cd niet in de verpakking zit, van klanten die schrikken dat hun cd vierkant is in plaats van rond, of van klanten die geen muziek horen op hun cd maar alleen een aanhoudende pieptoon.

Hij heeft het ernaar gemaakt. Hobijn is de oprichter van de platenwinkel annex platenmaatschappij 'Staalplaat', die zich specialiseert in muziek die “nergens anders te krijgen is”. Staalplaat verkoopt niet het reguliere aanbod uit de platenwinkels, maar de in kleine aantallen uitgebrachte cd's van eigenzinnige muzikanten en geluidskunstenaars: voorlees-sessies van William Burroughs, Japanse noise, machinegeratel van een groep met de naam Zoviet France, hoorspelen en elektronische modern-klassieke muziek van Laslo Dubruvaj, een leerling van Stockhausen.

Die bijzondere muziek zit in bijzondere verpakkingen. Geert-Jan Hobijn vond het reguliere plastic doosje voor zijn eigen produkten te min en bedacht alternatieven, zoals het sigarenkistje, een kartonnen vouwpakket of een blikje. Maar in de loop der jaren groeide zijn zorg voor de presentatie en tegenwoordig worden de cd's als conceptuele kunstwerkjes aangeleverd. Als de release van een cd moet wachten tot er in de voormalige Soviet Unie vierduizend broches zijn gestolen uit militaire depots, dan moet dat maar. Als er voor een nieuwe cd van de pro-Palestijnse Engelsman Muslimgauze 500 postzegels uit de Gaza-strook nodig zijn, dan wordt er op het hoofdpostkantoor in Tel Aviv een ambtenaar opgesnord die wat wil bijverdienen.

Dagen brengt Hobijn door met het speuren naar fabrieken die zijn speciale ontwerpen kunnen uitvoeren. Een dropfabriek die een cd-hoesje van wine gum kan maken, bijvoorbeeld, of een houtfabriek die een doosje kan leveren met een uitgestanste opening zodat het versierde label van de cd zichtbaar wordt. Voor een stereografische afbeelding (twee afbeeldingen die zichtbaar worden als het vlak kantelt) week hij uiteindelijk uit naar Japan, nadat de onderhandelingen in Polen waren vastgelopen.

Pronkstukken van de collectie zijn de cd's van Soviet France, die bij elkaar worden gehouden door een Russische steekspeld. Popular Soviet Songs and Youth Music heet deze set, maar die titel is verraderlijk, want de cd's van Soviet France zijn gevuld met opnames van ratelende machines en varkensgeknor. Elegant is ook het rood lederen boekje van het Franse duo 'Etant Donnés', met de groepsnaam en de titel in reliëfletters erop opgedrukt. De cd's zelf zitten bijna onzichtbaar verstopt in de kaft.

Een eerbetoon aan de muzikanten”, noemt Hobijn zijn versierlust. “Het is onze manier om aan het publiek duidelijk te maken dat een bepaalde cd de moeite waard is.” Hobijn begon Staalplaat vijftien jaar geleden in de Spuistraat, in de tijd dat veel muziek op cassette werd uitgebracht. “Die cassettes waren klein en niet zo kwetsbaar, we verpakten ze in van alles; EHBO-dozen, lege melkpakken of in een stuk gips - dan moest je hem uithakken. Het cassettecircuit was geïnspireerd door de kunstenaars van de Fluxus-beweging die bijvoorbeeld 'kopieerkunst' maakten. Die vrolijke en pretentieloze stijl, die bovendien goedkoop is, die hebben wij ook.”

Tegenwoordig is Staalplaat gevestigd in de kelder van de anarchistische boekwinkel Het Fort van Sjako, naast het Rembrandthuis aan de Jodenbreestraat. De cd's in hun edele foedralen contrasteren met de ruwijzeren tafels, en de alternatieve sfeer van het pand. Staalplaat is een bedrijf van liefhebbers voor liefhebbers. “Ik ben geïnteresseerd in muzikale ontwikkelingen die hulp nodig hebben. Het is misschien niet de muziek die ik thuis zou draaien, maar ze moet wel voor het nageslacht bewaard blijven”, zegt Hobijn.

Hij produceerde achtereenvolgens voor de stroming van artiesten die zich toelegden op collagetechnieken, en de industriële stroming (met repetitief fabriekslawaai) van de jaren tachtig. Nu zijn het de muzikanten die experimenteren met hoorspelachtige produkties die zijn hulp nodig hebben, zegt Hobijn. “Het sampelen zet zich voort, mensen brengen cd's uit met een soort radioprogramma's. De behoefte om muziek zelf te scheppen neemt af. Daarmee wordt muziek steeds pretentielozer. Gregory Whitehead, Alice In Wonderland, People Like Us, dat zijn allemaal artiesten die bestaande geluidsfragmenten gebruiken voor hun eigen creaties.”

Dat van zijn cd's geen grote aantallen verkocht zullen worden, weerhoudt Hobijn er niet van ze uit te brengen. Hij vertelt hoe hij onlangs een Amerikaanse artiest op de hoogte bracht van de verkoopcijfers van zijn laatste cd, met de woorden: “Het was een flop! Wanneer doen we je volgende?”