Darmklachten hebben niets met melk van doen

Er zijn nogal wat mensen die zeggen dat zij niet tegen melk kunnen, omdat zij dan last krijgen van darmkrampen, een opgeblazen gevoel, misselijkheid en diarree. Een Amerikaanse onderzoek laat zien dat dergelijke klachten in werkelijkheid weinig te maken hebben met de consumptie van melk (New England Journal of Medecine, 6 juli).

Aan het onderzoek deden dertig mensen mee voor wie zelfs een wolkje melk in de koffie al te veel was. Zij dronken daarom nooit melk óf alleen speciale melk waarin melksuiker (lactose) tijdens de verwerking enzymatisch was afgebroken. Van de proefpersonen vertoonden 21 inderdaad een tekort aan lactase in de darm, het enzym dat lactose afbreekt, zodat het kan worden opgenomen. De overige 9 mensen hadden een normaal vermogen om lactose af te breken. De helft van deze mensen kreeg eerst een week lang iedere dag een kwart liter lactose-vrije melk en daarna een week gewone melk en de anderen juist andersom. Wat ze kregen, wisten ze niet. Na iedere consumptie of maaltijd moesten de proefpersonen noteren of ze klachten kregen en, zo ja, hoe ernstig die waren. Hoewel de proefpersonen er van overtuigd waren dat er een duidelijk verband bestond tussen het drinken van melk en hun eventuele darmklachten, vond men daar bij het onderzoek niets van terug: zelfs degenen met een bewezen lactose-intolerantie bleken na het drinken van een kwart liter echte melk niet meer klachten te hebben dan na lactose-vrije melk.

Het onvermogen om lactose af te breken komt wereldwijd frequent voor. Bij het grootste deel van de wereldbevolking (maar niet bij de Europeanen) heeft de productie van lactase in de dunne darm tijdens de ontwikkeling van een individu een karakteristiek verloop. Direct na de geboorte is er een flinke stijging van de lactase-activiteit tot op ongeveer 3- tot 5-jarige leeftijd. Daarna daalt die langzaam tot een laag niveau op volwassen leeftijd. Bij de meeste mensen van Kaukasische oorsprong (onder wie ook de Nederlanders) blijft de lactase-activiteit echter hoog gedurende het hele verdere leven. Terwijl Aziaten en Afrikanen dus practisch allemaal intolerant zijn voor lactose, geldt dat slechts voor een zeer klein percentage van de Europeanen. Het Amerikaanse onderzoek laat echter zien dat zelfs mensen die in hun darm geen lactase produceren, toch heel goed een beperkte hoeveelheid melk kunnen verteren. Vermoedelijk draagt de bacterieflora in de darm hieraan bij.

Het ging bij het onderzoek natuurlijk wel om een betrekkelijk kleine groep proefpersonen en het is dus niet ondenkbaar dat men bij een grotere onderzoekspopulatie wel wat verschillen gevonden had. Maar de onderzoekers benadrukken dat die naar hun mening nooit erg groot kunnen zijn.

Naast melkintolerantie bestaat er ook melkallergie, waarbij na inname van een kleine hoeveelheid vreemde eiwitten (bijvoorbeeld eiwitten uit koeienmelk) een overgevoeligheidsreactie optreedt. Dan treden er veel heftiger verschijnselen op: eczeem, kolieken en braken.

    • Bart Meijer van Putten