Chinese borduurkunst in Utrecht; Prikkelende priestergewaden

De missionarissen die in de middeleeuwen Chinese borduurmotieven naar Europa brachten vergaten soms te vertellen wat de oosterse symbolen te betekenen hadden. Hoe parende fêng-huang bij de wederopstanding van Christus terecht kwamen.

Museum Catharijneconvent, Nieuwegracht 63, Utrecht. T/m 9 oktober. Di t/m vr 10-17u, za en zo 11-17u. Inl 030-317296.

Die twee vogels hebben een erotische betekenis”, zegt conservator Tuuk Stam, terwijl ze wijst naar de koorkap, een mantelvormig priestergewaad, die uitgespreid ligt. “De bloemen en vruchten wijzen ook op seksualiteit en erotiek binnen het huwelijk. Ik denk niet dat de kerkelijk leider die dit heeft gedragen zich daarvan bewust was.”

In Museum Catharijneconvent is een kleine tentoonstelling te zien van kerkgewaden en weefselfragmenten die zijn gemaakt van Chinese geborduurde stoffen en middeleeuwse weefsels met Chinese motieven. Een deel van de textielcollectie van het museum dat nooit eerder te zien was. Sommige voorwerpen werden zelfs pas kort geleden gevonden, opgerold in laatjes. En vaak is niet duidelijk waar de stukken vandaan komen; ze maakten deel uit van de bisschoppelijke collecties waaruit het Catharijneconvent is opgebouwd.

“Die koorkap is gemaakt van een groter stuk stof, dat waarschijnlijk in de slaapkamer van een Chinees echtpaar als wandkleed of beddesprei werd gebruikt”, legt Stam uit. “De vogels zijn fêng-huang, heilige vogels die als leiders van alle gevederde dieren werden beschouwd. De manier waarop ze tegenover elkaar staan verwijst naar de zegswijze 'de fêng-huang dansen in paren', een beschrijving van een bepaalde houding tijdens het liefdesspel.” Het is bijna onvoorstelbaar dat stof met zo'n voorstelling gebruikt werd tijdens het opdragen van de mis, maar de Europese interpretatie van de afbeeldingen verklaart veel. Stam: “De fêng-huang werden aangezien voor phoenixen en konden daardoor worden gebruikt als symbool voor de herrijzenis van Christus. Door de witte kleur was de stof bovendien bij uitstek geschikt voor een liturgisch hoogfeest, Pasen bijvoorbeeld.”

De tentoongestelde gewaden en stoffen hebben vaker zulke verhalen als achtergrond. De precieze datering en herkomst van de stof is vaak niet meer te achterhalen, maar door studie van de geschiedenis, symboliek en techniek, zijn de samenstellers van de expositie veel te weten gekomen. Informatie die ook aan de bezoeker wordt gepresenteerd.

Door weefseltypering kan worden bepaald of stof uit China afkomstig is of niet. Stam: “Chinese weefsels hebben meer schering- en inslagdraden dan Europese stoffen. En sommige materialen, zoals papierzilverdraad, werden hier niet gebruikt. Men beschouwde dat als minderwaardig.” Stam wijst op afbeeldingen van krullende blaadjes en bloemen. “De keuze van onderwerpen wijst ook vaak op een Chinese herkomst. Die pioenrozen bijvoorbeeld.”

Op de expositie zijn ook kleine stukjes stof, afkomstig uit het veertiende-eeuwse Italië, te zien. Uit ontwerpen in schetsboeken blijkt dat men in Italië rond 1300 Chinese decoraties ging gebruiken. Soms exacte kopieën, soms vrij geïnterpreteerd en aan Italiaanse smaak aangepast. In gouddraad zijn Chinese motieven afgebeeld, zoals draken en fêng-huang. Stam: “De Chinese symboliek en het symmetrische afbeelden van bloemen en beesten werden in Europa vaak niet begrepen.” Zo staan de leeuwen die in China in paren tegenover elkaar werden afgebeeld, op een weefselfragment uit Lucca achter elkaar in een rij, puur als versiering.

De Jezuïeten die als missionaris naar het oosten vertrokken, waren verantwoordelijk voor het introduceren van Chinese motieven in Europa. Door hun technologische kennis verwierven zij vaak goede posities aan het keizerlijk hof. Een van hen, Godefroid-Xavier van Laimbeckhoven, bestelde tijdens zijn stationering in Nanking, aan het einde van de achttiende eeuw, een indrukwekkend antependium, een voorhangsel voor een altaar. Christelijke en Chinese motieven zijn daarop broederlijk verenigd. Zo voedt een pelikaan zijn vijf jongen, terwijl hij zijn borst openrijt; een manier om de zelfopoffering van Christus in beeld te brengen. In de Christelijke iconografie zijn drie jongen gebruikelijk, maar het getal vijf heeft speciale symbolische betekenis in China: de vijf elementen, de vijf levensfasen en de vijf hoofdkleuren.

Ook op een ander topstuk van de tentoonstelling, een misgewaad uit de tweede helft van de achttiende eeuw, zijn christelijke en Chinese motieven gecombineerd. Waarschijnlijk werd de kazuifel in opdracht van kerkelijke leiders in China gemaakt. Stam: “Tussen de bloemenranken en vlinders staat een kruis. En daar middenin is een medaillon gemaakt met Maria en Jezus erin. Het is zo frappant: Maria en haar kind hebben duidelijk oosterse ogen.”