Bangladesh wekt verbazing met groei

DHAKA, 27 JULI. De politieke crisis, het tekort aan kunstmest en de droogte hadden voor het sterk op de landbouw gerichte Bangladesh de genadeslag kunnen betekenen. Het wekt daarom verbazing dat de Bengaalse economie in het afgelopen fiscale jaar - dat op 30 juni ten einde liep - met vijf procent is gegroeid, dat de importen met vier procent zijn toegenomen en dat het land beschikt over 3,4 miljard dollar (5,3 miljard gulden) aan deviezenreserves.

Bijna vijfentwintig jaar na de zwaar bevochten onafhankelijkheid van Pakistan leeft een groot deel van de 120 miljoen inwoners van Bangladesh nog steeds in armoede. Veertig procent van de Bengalen kan niet voorzien in de dagelijkse behoefte aan voedsel. Het land in de delta van de rivieren de Ganges en de Brahmaputra wordt regelmatig getroffen door natuurrampen zoals overstromingen en wervelstromen.

De regering van Bangladesh becijfert de werkeloosheid van het land op 22 procent. Onofficiële schattingen liggen veel hoger. Op zoek naar werk is een groot deel van de bevolking van de dorpen op het platteland naar de hoofdstad Dhaka getrokken. Ondanks maatregelen voor geboortebeperking groeit de bevolking jaarlijks met 2,17 procent. Zevenenzestig procent van de bevolking is analfabeet.

De economie van Bangladesh is sterk afhankelijk van buitenlandse hulp. Het grootste deel van de hulpverstrekking - gemiddeld 1,5 miljard dollar (2,3 miljard gulden) per jaar - is afkomstig van het Westen en Japan. Ongeveer 70 procent van deze hulp wordt gebruikt voor de financiering van ontwikkelingsprogramma's, zoals verbetering van de ouderwetse infrastructuur.

De gunstige economische statistieken van het afgelopen jaar zijn voor het veelgeplaagde land een belangrijke steun in de rug. “Onze economie is veerkrachtiger dan ooit tevoren”, zegt Osman Haider Chowdhury, een econoom van het gerenommeerde Bangladesh Institute of Development Studies.

Pierre Landell-Mills, hoofd van de Wereldbank in Dhaka, ziet goede groeimogelijkheden voor het land. “Het beheer van de overheidsfinanciën wordt verbeterd, de exporten stijgen explosief, Bangladesh heeft een grote buitenlandse deviezenreserve en de inflatie blijft binnen de perken”, verklaarde Landell-Mills recentelijk tegenover het dagblad de Daily Star.

Voor Premier Begum Khaleda Zia, die een jaar geleden in politieke problemen raakte, zijn dergelijk gunstige beoordelingen een belangrijke ondersteuning. Tot voor kort eiste de oppositie haar aftreden, omdat de premier incompetent en corrupt zou zijn. Premier Zia heeft echter steeds betooogd dat ze democratisch gekozen is en wil pas in 1996, wanneer haar ambtstermijn afloopt, nieuwe verkiezingen organiseren.

Als protest tegen het aanblijven van Zia stapte een deel van de oppositie een jaar geleden uit het parlement. Vertegenwoordigers van de oppositiepartijen organiseerden maandenlang grootscheepse stakingen in Dhaka. De stakingen legden het openbare leven in de hoofdstad plat en blokkeerden het gebruik van wegen, spoorlijnen en havens in het land.

Sinds het begin van dit jaar heeft een nieuwe ramp de politieke problemen overschaduwd. Een vijf maanden durende periode van droogte heeft de produktie van rijst - het belangrijkste voedingsmiddel voor het land - met 18 procent gereduceerd tot 15,5 miljoen ton. Bovendien kregen de Bengaalse landbouwers in april van dit jaar te maken met enorme stijgingen in de prijs van kunstmest.

De overheid had besloot dit jaar dat leden van de regeringspartij door de staat geproduceerde kunstmest zelf aan de boeren mochten verkopen. De prijs van dit belangrijke produkt steeg daardoor van de gebruikelijke 240 takas (iets meer dan negen gulden) per zak naar 1000 takas (bijna 40 gulden) per zak.

Het kunstmest-schandaal veroorzaakte een opstand onder de boeren. Twaalf van hen zijn daarbij om het leven gekomen. Premier Zia heeft een onderzoek ingesteld en eén van de bij het schandaal betrokken ministers ontslagen. In juni van dit jaar liep de periode van droogte ten einde en begon de prijs van rijst weer te dalen.

De economische hervormingen van de regering-Zia - waaronder een liberale industriepolitiek - hebben geleid tot een fikse toename van de directe buitenlandse investeringen (dbi) in het land. De enorme opleving van de kledingindustrie in Bangladesh stimuleert de interesse van buitenlandse investeerders. De jaarlijkse kledingexport heeft een waarde van ongeveer twee miljard dollar, bijna de helft van de totale Bengaalse uitvoer. De meeste kleding gaat naar de Verenigde Staten.

Analisten verwachten echter dat de kledingindustrie niet veel meer kan groeien. Bovendien blijven de dbi in Bangladesh In vergelijking met landen als Vietnam, Thailand Maleisië, China en de Filippijnen nog steeds achter. De dbi in Bangladesh bedroegen 175 miljoen dollar in 1994, de Filippijnen ontvingen vorig jaar 725 miljoen dollar aan dbi. Als de Bengaalse regering niet opnieuw in de problemen wil raken moet zij op zoek naar nieuwe wegen om buitenlandse investerdeers aan te trekken (AP).