Arbodienst heeft 'meedenken zien groeien'

Al 3,5 miljoen werknemers zijn ondergebracht bij Arbo-diensten die voor bedrijven zieke werknemers controleren en begeleiden. Ze adviseren ook over de arbeidsomstandigheden. Arbo-artsen worden in de toekomst social accountants, deskundigen die over het sociale arbeidsklimaat bij ondernemingen waken. Arboned dat grotendeels voort komt uit het Gemeenschappelijk Administratiekantoor (GAK) heeft het 'stoffige GAK-imago' van zich afgeschud. “Toen we onlangs iemand op vrijdag weer aan het werk stuurden, keek zelfs zijn baas daar vreemd van op.”

We hebben het meedenken zien groeien''. Zo typeert de sociaal geneeskundige drs. Harriët Venekamp de omwenteling die zich sinds vorig jaar voltrekt op de werkvloer van het Nederlandse bedrijfsleven. Venekamp vat hiermee tevens beknopt haar eigen ervaringen samen van het eerste jaar als directeur van de Arbodienst Haaglanden in Rijswijk, een vestiging van het landelijke ArboNed.

In haar ruime kamer op de derde verdieping van een saaie kantoorflat legt de voormalig GAK-arts uit wat het 'meedenken' in de dagelijkse praktijk betekent. “Werknemers blijken heel redelijk. Ze zien nu dat het hun werkgever geld kost als zij zich ziek melden”. Of werknemers bij ziekte meer dan in het verleden onder druk worden gezet? Venekamp antwoordt heel beslist: “Nee, dat zou in strijd zijn met de eed die we als arts hebben afgelegd”. Een paar tellen later voegt ze er aan toe: “Het afwezig zijn is meer beladen geworden. Dat is leuk om te zien”.

Arbo-diensten vormen sinds anderhalf jaar een nieuwe specialisatie in de commerciële dienstverlening. Waar komen ze vandaan, wat zijn de dagelijkse bezigheden en kunnen die ook nog zinvol worden genoemd? Terug naar 1 januari 1994 toen in ons land de wet Terugdringing Ziekteverzuim en de nieuwe Arbeidsomstandighedenwet van kracht zijn geworden. Deze maatregelen zouden een eind moeten maken aan het - in vergelijking tot andere landen - hoge ziekteverzuim, dat bovendien in veel gevallen ook nog langdurig was. Minder verzuim, minder mensen 'afgekeurd' in de wao.

Werkgevers en werknemers kregen een grotere verantwoordelijkheid; in kleine bedrijven (minder dan 15 werknemers) zijn de kosten van de eerste twee weken verzuim geheel voor de werkgever, in grotere ondernemingen bedraagt die periode zes weken. En zoals het er nu naar uit ziet, wordt die duur volgend jaar aanzienlijk verlengd - in Arbo-kringen wordt gesproken van een heel jaar eigen risico. De bedrijfsvereniging neemt pas daarna de uitbetaling van het loon over. Overigens kan dit risico weer worden herverzekerd. Van de werkgevers wordt een preventief beleid gevraagd, met inbegrip van een plan ter verbetering van de arbeidsomstandigheden. “Werkgevers die alleen maar drammen dat we zieken meer moeten controleren en sneller hun werkzaamheden moeten laten hervatten, kunnen wat mij betreft een andere Arbo-dienst zoeken. Daar kan ik niks mee”, zegt Harriet Venekamp.

Wat dit betreft weet ze zich gesteund door de nieuwe wetten die behalve op arbeidsomstandigheden ook betrekking hebben op de controle op en vooral de begeleiding van het ziekteverzuim. Deze activiteiten zijn niet langer voorbehouden aan de uitvoeringsorganisaties in de sociale zekerheid, maar 'aan de markt overgelaten'. Organisaties als het Gemeenschappelijk Administratiekantoor (GAK) houden zich alleen nog bezig met de uitbetaling van uitkeringen in het kader van de WAO, WW of Ziektewet. De medische medewerkers daar functioneren volgens Venekamp als claim-beoordelers. De andere activiteiten zoals de begeleiding bij ziekte en het adviseren over de arbeidsomstandigheden of over de wijze waarop de werkzaamheden zijn georganiseerd, werden voor een aantal ondernemingen al overgenomen door 'nieuw' opgerichte Arbo-diensten. Daar zijn voormalige GG en GD-afdelingen van diverse gemeentes bij, van het GAK of een zelfstandige bedrijfsvereniging, diensten die in de meeste gevallen ook werken met de artsen die vaak jarenlang bij de opgeheven of ontmantelde organisatie actief zijn geweest. Een enkele Arbo is zelfs speciaal, echt nieuw voor dit doel opgericht, zoals De Twaalf Provinciën in Den Haag, dat zich als de enige echt onafhankelijke Arbo-dienst afficheert.

Tussen al die Arbo-diensten is sinds begin vorig jaar een hevig gevecht gaande om zoveel mogelijk contracten af te sluiten. Wanneer over enkele jaren de landelijke reorganisatie van de ziektewet een feit is, zijn ruwweg 5,5 miljoen werknemers bij Arbo's ondergebracht. Tot nu toe bedraagt dit aantal reeds meer dan 3.5 miljoen; werkzaam bijvoorbeeld in de grafische bedrijven, de metaal, het vervoer, de gezondheids- en welzijnssector, of bij de overheid. Over enkele maanden volgen een kleine twee miljoen werknemers in de horeca, de detailhandel, de havenbedrijven, de bakkers, de banken en het verzekeringswezen.

Bedrijven mogen uitsluitend zaken doen met een Arbo diein het bezit is van een door het ministerie van sociale zaken afgegeven certificaat. De 'examen-eisen' zijn hoog, slechts een handvol heeft het commercieel interessante bewijs van goedkeuring ontvangen na een test die maanden kan duren. Het ministerie heeft voor deze strenge beoordeling een gespecialiseerde projektgroep in het leven geroepen. De verdeling van de markt zal de strijd om de contracten in de komende maanden flink doen verhevigen, ArboNed geeft op jaarbasis reeds twee miljoen gulden uit aan reclamespots.

Een Arbo-dienst met zijn artsen (sociaal geneeskundigen), veiligheidsadviseurs en andere specialisten, kantoren in de grotere plaatsen, computernetwerk is een relatief dure organisatie. “Daarom verwacht ik dat er over vijf jaar niet meer dan zes grote Arbo-diensten over zijn die landelijk werken”, zegt mr. A.H.M.Stam, algemeen directeur van ArboNed. Hetgeen betekent dat in de komende jaren de ene Arbo de andere gaat opkopen, want nu zijn er nog tien plus een aantal kleinere. ArboNed staat met contracten voor 400.000 werknemers als derde op de ranglijst, maar volgens de algemeen directeur zal een omzet van 100 à 150 miljoen gulden per jaar nodig zijn om het geheel bedrijfseconomisch voldoende rendement te laten hebben. Daarvoor moeten ruwweg 700.000 contracten worden gesloten. Stam's organisatie heeft nu 20 vestigingen in de regio met 50 lokale filialen waar bijvoorbeeld spreekuren worden gehouden. “Dat aantal is wel het minimum om een goed netwerk te garanderen. Het werk is plaatsgebonden, je moet als het ware bij de mensen op schoot zitten”, zegt Stam in het hoofdkantoor aan een van de uitvalswegen in Utrecht.

ArboNed komt voor een belangrijk deel voort uit het Gemeenschappelijk Administratiekantoor en startte in januari 1994 met 17 miljoen gulden. Bijeengebracht door vier pensioenfondsen, (7 miljoen), twee verzekeringsmaatschappijen (6 miljoen) en het personeel (4 miljoen aan zogenoemde overtolligheidpremies). “Voor we begonnen waren we al vijf en een half miljoen gulden aan ontwikkelingskosten kwijt”, zegt Stam. De nieuwe aanpak was voor veel medewerkers van de voorheen 'onopvallende, moeilijk te vinden GAK-afdelingen' zeker in de eerste maanden wel even slikken. Al snel hadden de meesten door dat de dagelijkse bezigheden leuker en vooral levendiger waren geworden, de eigen verantwoordelijkheid werd duidelijk voelbaar. Toen de prognose van het aantal af te sluiten contracten ook nog sneller werkelijkheid was geworden dan voorzien, sloeg de aarzeling om in enthousiamse. Stam werd gevraagd als algemeen directeur.

Nu voorziet hij een volgende belangwekkende verschuiving: “Het gedeelte arbeidsomstandigheden, vooral advieswerk, wordt belangrijker. Dat is nu al 20 procent van de omzet, de overige 80 procent is controle op en begeleiding van het ziekteverzuim.” Steeds meer werkgevers gaan het belang zien van een gezonde werkplek met goede onderlinge communicatie. Sinds april vorig jaar is een risico-inventarisatie voorgeschreven waarin zaken als meubilair, kantoorverlichting, werking van beeldschermen, klimaatbeheersing worden onderzocht. Kortom alles dat met welzijn en veiligheid van de werknemers te maken heeft. Die uitbreiding van de werkzaamheden vormt voor Stam een aantrekkelijk perspectief: “Zo wordt de Arbo-arts in de toekomst een social accountant. Zijn goedkeuring betekent dat de onderneming een sociaal verantwoord arbeidsklimaat biedt”. Hier komt aanzienlijk meer voor kijken dan een snelle controle bij ziekmeldingen. Het vraagt van de werkgever ook een serieuze inbreng. “Dan gaat de werkplek onder de loep, zullen we op de arbeidshygiëne letten, houden we spreekuren in het bedrijf, ontwerpen we een preventieplan”, aldus Stam.

Het Rijswijkse filiaal waar Harriët Venekamp de verantwoordelijkheid voor draagt, sloot inmiddels 1000 contracten af voor 21.000 werknemers. Er werken zes bedrijfsartsen, drie controleurs, zes team-secretaresses, enkele specialisten en een aantal administratieve krachten. “Ik voel me ook volledig verantwoordelijk voor hun portemonnee. De stress komt nu van twee kanten, van binnen en van buiten dit kantoor”, aldus Venekamp. Op het GAK-kantoor kon ze regelmatig om een uur of vier, op zijn laatst vijf uur 's middags naar huis. Wel zo prettig voor het gezin, haar man maakt als internist lange dagen. Nu wordt het voor haar vaak een uurtje later. Openhartig vertelt ze dat de nieuwe dienst vooral in het begin veel hinder heeft ondervonden van dat GAK-imago: “Stoffig, slecht bereikbaar of nooit terugbellen, niet betrokken en in de ogen van werkgevers geheel op de hand van de werknemers”. Dat beeld is volgens haar geheel verdwenen. Venekamp: “Daarmee zijn de werknemers niet slechter af. Een voorbeeld. Als er spanning is op het werk kan iemand zich ziek melden. Maar langdurige afwezigheid in zo'n situatie kan voor de betrokkene juist zeer nadelig zijn. Wij helpen dan om de narigheid ter plekke zo te verbeteren dat iemand weer prettig aan het werk kan”.

De nieuwe organisatie heeft vanaf het begin een meer eigentijdse aanpak met zich meegebracht. Men werkt nu met electronische dossiers, alle gegevens zitten in de computer. De Arbo-medewerkers melden zich aan en kunnen de gegevens direct op hun scherm zichtbaar maken. Omgekeerd kunnen ze de meest recente informatie zonder veel tijdverlies toevoegen. Een dossier is op die manier altijd up-to-date. “De tijd van de dikke mappen vol vreemdsoortige formulieren is voorbij”, meldt Venekamp. Er zijn nog wel 'papieren' dossiers, maar die bevatten alleen het hoognodige, een soort samenvatting van het electronisch dossier.

De prijs van een contract varieert, afhankelijk van de begeleiding die de werkgever wenst. Het basispakket, niet veel meer biedend dan controle en eenvoudige administratie, kost 125 gulden per persoon. Wie naast controles aan huis ook een spreekuuur wenst, alsmede regelmatige bezoeken door een arts aan het bedrijf, zal ongeveer 140 gulden per werknemer kwijt zijn. Voorwaarde is wel dat het verzuim in zo'n bedrijf gemiddeld laag is. Anders wordt de prijs hoger. “In het basispakket geven wij de garantie dat het bedrijf tien procent van de ziekmeldingen kan selecteren om door ons te laten controleren; daarnaast gaan wij op basis van onze eigen criteria eenzelfde percentage ook nog eens grondig na. Wat zegt de werkgever? 'Oh, jullie controleren dus tachtig procent niet, dat is toch geen zaken doen?!' Zij weten blijkbaar niet dat het aantal probleem-verzuimers maar heel klein is”.

De werknemer mag nog altijd ziek zijn en de oorzaken hiervan worden door de meeste Arbo-diensten zeker niet verwaarloosd. “Maar we zijn kritischer dan toen we nog bij het GAK zaten”, bevestigt Venekamp. Dat aan het zwarte circuit een eind moest worden gemaakt, lijkt haar volkomen geaccepteerd. Aan het grijze circuit kan ook nog het nodige worden gedaan. Als iemand die zich ziek heeft gemeld bij een controle thuis het plafond staat te witten 'dan zit hij diezelfde middag nog hier op het spreekuur'. Maar zelfs op het 'witte circuit' waar de echte zieken worden aangetroffen, kan een veel efficienter aanpak worden losgelaten. Venekamp: “We kunnen nagaan of iemand met een gebroken been in loopgips zonder al te veel problemen met een collega mee kan rijden. Dat is voor hem of haar in veel gevallen prettiger.” Voor alle partijen blijft de nieuwe aanpak nog wennen. Venekamp: “Toen we onlangs iemand op vrijdag weer aan het werk stuurden, keek zelfs zijn baas daar vreemd van op”. Een belangrijk moment bij ziekte is de 26ste week. Dan gaan de artsen van de Arbodienst een zogenaamd reïntegratieplan opstellen in overleg met de betrokkene en zijn werkgever.

Maar ArboNed wil veel meer zijn dan een controlebureau. Daarom organiseert het bedrijf veiligheidscursussen, keuringen, trainingen in het terugdringen van verzuim, bedrijfsmaatschappelijk werk. Enkele weken geleden ontstond rumoer over het nieuws dat Arbodiensten plannen hebben om werknemers van bij hen aangesloten bedrijven voorrang te geven bij noodzakelijke (orthopedische) operaties. De tweedeling van de samenleving was hiermee opnieuw bevestigd, meenden de critici. “Onzin, er is helemaal geen sprake van tweedeling. We vullen gewoon de gaten op die her en der in ziekenhuizen zijn te vinden”, aldus Venekamp. Ze legt uit dat ArboNed hierbij samenwerkt met de grote ziektekostenverzekeraar Zilveren Kruis: “Die hebben een heel goede zorgbemiddelaar; hij kent alle open plekken. Bovendien gebruik ik mijn eigen relaties.” De bemiddelaar van het Zilveren Kruis inventariseert bij ziekenhuizen over het hele land waar ruimte is voor (extra) operaties. Een ander verschijnsel is dat steeds vaker het budget van een ziekenhuis voor bepaalde ingrepen reeds in de tiende maand verbruikt is. “Als werkgevers dat dan willen aanvullen voor de eigen werknemers, dan zie ik eerlijk gezegd niet wat daar verkeerd aan is”, zegt Venekamp strijdlustig. Openhartig voegt ze er aan toe: “De bedoeling is natuurlijk dat de werkgever voor zijn collectieve ziektekostenverzekering overstapt op deze verzekeraar”.

    • Harm van den Berg