Alleen tussen tien en vijf uur naar de WC

In de zomermaanden stromen duizenden nieuwkomers de Amsterdamse woningmarkt op, maar onderdak is moeilijk te vinden. Hoogseizoen in de kamerverhuur.

AMSTERDAM, 27 JULI. Hoe onnozel is mevrouw Mossel? Zij maakt vijfenzeventig gulden over aan een kamerbemiddelingsbureau. Nooit meer iets van gehoord. Zij betaalt een wildvreemde man die een kamer te huur aanbiedt drieduizend gulden contant. Nooit meer iets van gehoord.

Zelf vindt ze het tamelijk onnozel, maar ze was ook zo wanhopig. Haar dochter had gedurende een jaar geprobeerd een kamer te vinden waar ze nou eens niet zeshonderd gulden per maand voor hoefde te betalen en waar het gebruik van douche of toilet nu eens niet beperkt was. In een van de kamers die haar dochter had gehuurd, mocht ze alleen tussen tien en vijf uur naar de wc. “Anders pies je maar in een pannetje”, had de keurige verhuurster gezegd.

Het is hoogseizoen in de kamerverhuur. In de zomermaanden stromen duizenden nieuwkomers de toch al krappe Amsterdamse woningmarkt op. De meesten komen studeren (vorig jaar schreven zich circa zeventienduizend nieuwe studenten in bij de instellingen voor hoger onderwijs in de stad) en velen van hen hebben onderdak nodig.

Het wemelt in de stad van de advertenties die een beloning in het vooruitzicht stellen ('heerlijke zelfgemaakte appeltaart'), of goed gedrag ('nette studentes') of het goede doel ('twee milieubewuste meiden zoeken woonruimte die evt. gerecycled moet worden'). Op een terras achter de letterenfaculteit van de universiteit bedient een meisje al een paar weken in een T-shirt met het opschrift 'ik zoek een kamer'.

De zoektocht voert voorbij woningbouwverenigingen en studentenhuizen, die zelden direct kamers te huur hebben, naar het circuit van kennissen, hospita's en bemiddelingsbureaus. Kamers verhuren kan een lucratieve aangelegenheid zijn, voor sommige mensen zelfs noodzakelijk om hun huur te betalen. Verhuurders mogen een kamer belastingvrij verhuren tot een bedrag van 490 gulden per maand, inclusief gas en licht. En dan hebben ze ook nog het recht om de huur zonder opgaaf van redenen op te zeggen gedurende de eerste negen maanden.

Op de losse verhuurders heeft de stedelijke woningdienst van Amsterdam weinig zicht, maar de bemiddelingsbureaus zijn onderworpen aan haar toezicht. Wie in Amsterdam commercieel kamers wil verhuren voor minder dan zevenhonderd gulden per maand - en meer is zelfs in de dure stad niet gebruikelijk - moet daarvoor een gemeentelijke vergunning hebben.

Per 1 juli waren er vijftien bureaus die op deze manier was toegestaan te bemiddelen bij de verhuur van kamers. In de zomermaanden adverteert de Woningdienst tussen de verhuurannonces in de krant met waarschuwingen niet in zee te gaan met andere bureaus en klachten vooral te melden. De eigenaar van het bemiddelingsbureau dat vijfenzeventig gulden van mevrouw Mossel incasseerde zonder daar iets voor terug te doen, had geen vergunning. Toch hebben in de betrekkelijk korte tijd dat hij actief was, zo'n elfhonderd mensen inschrijfgeld overgemaakt, in ruil voor de belofte dat hij binnen drie weken een huis zou vinden.

Inmiddels is de directeur van dit bureau, dat onder de namen Andal of Instel opereerde, veroordeeld door de rechter. Zelf vindt de eigenaar het onterecht. “Ik heb wel degelijk woonruimte weggegeven”, zegt hij. “Het enige wat ik niet had moeten doen, is mijn klanten beloven dat ik ze in een paar weken een kamer zou bezorgen. Nu zeg ik alleen nog maar dat ik probeer een woning te zoeken.” Wie zich inschrijft bij Instel, krijgt een briefje van die strekking thuis met daarop een telefoonnummer dat nooit wordt opgenomen en een verzonnen registratienummer van de Kamer van Koophandel, waar het bedrijf begin dit jaar is uitgeschreven.

De wanhoop die kamerzoekenden in Amsterdam overvalt, maakt hen tot een gemakkelijke prooi voor onbetrouwbare tussenpersonen, aldus een woordvoerder van de stedelijke woningdienst. Toch is het aantal klachten door de bank genomen niet veel meer dan veertig per jaar - met uitzondering van het afgelopen jaar, toen daar nog eens honderden klachten over Andal/Instel bijkwamen. Of wanhopigen incasseren hun verlies met een glimlach, of er wordt niet zoveel bedrogen als de verhalen suggereren die onder kamerzoekenden circuleren.

E. Melk van het Amsterdams Steunpunt Wonen (ASW) denkt dat de veertig klachten het topje van een ijsberg zijn. Haar wantrouwen strekt zich uit tot alle commerciële bemiddelingsbureaus, die zich op dezelfde markt bewegen als haar niet-commerciële instelling. Het ASW heeft elk jaar weer moeite om kamers te vinden om aan de grote vraag te voldoen. Zij noemt het onbegrijpelijk dat een bureau als Rots-Vast in een brochure schrijft: “Er is (...) genoeg woonruimte. Het draait gewoon om de juiste contacten met verhuurders. Die heeft de Rots-Vast Groep.”

De drie niet-commerciële bemiddelaars in Amsterdam helpen samen zo'n zeshonderd mensen aan een kamer. De zoektijd, zo is uit een steekproef gebleken, bedraagt gemiddeld vier maanden.

De commerciële kamerbemiddelaars zijn huiverig voor het noemen van de verhouding tussen het aantal inschrijvingen en het aantal succesvolle bemiddelingen. De enige die rustig in de drie multomapjes laat kijken die haar hele kamerbemiddelingssysteem behelzen, is H. Withaar van bureau WWB, gevestigd in de voorkamer van haar huis in Diemen.

Een kleine optelsom leert dat in de afgelopen maand 41 mensen zich hebben ingeschreven om via haar bestand een kamer te vinden. Negen van hen hebben daadwerkelijk iets hebben gevonden. Dat zegt nog niet veel over de rest, want iedereen die in Amsterdam een kamer zoekt, probeert dat overal tegelijk: op de wachtlijst voor de studentenhuizen, bij de verloting van het ASW en in de multomappen van WWB. En op de manier van mevrouw Mossel, want haar dochter heeft inmiddels wel een goede kamer gevonden.

    • Bas Blokker