Trage immigratiedienst wekt irritatie

AMSTERDAM, 26 JULI. Atlant is het wachten beu. De directie van het bedrijf, dat huisvesting voor vluchtelingen aanbiedt, wil een schadeclaim van enkele tonnen indienen tegen de gemeente Amsterdam. In opdracht van het Amsterdamse gemeentebestuur zou Atlant tussen mei vorig jaar en december dit jaar voor 2.400 vluchtelingen met een verblijfsvergunning huizen inrichten. Dat aantal wordt zeer waarschijnlijk niet gehaald. Met nog een half jaar voor de boeg heeft slechts eenderde van de 2.400 zogenoemde statushouders een woning betrokken. Atlant zegt daardoor forse schade op te lopen.

De stedelijke woningdienst van de gemeente Amsterdam laat weten dat de hoofdstad de claim waarschijnlijk niet honoreert. Want, zo zegt een woordvoerder, het is immers niet de schuld van de gemeente dat er te weinig vluchtelingen naar Amsterdam komen. De beschuldigende vinger moet worden worden uitgestrekt in de richting van het ministerie van justitie en daarmee naar de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND) - onderdeel van het ministerie en onder meer verantwoordelijk voor het verstrekken van verblijfsvergunningen aan asielzoekers. “Amsterdam is dus niet verantwoordelijk voor de vertraging”, meent de stedelijke woningdienst. Volgens de dienst is het probleem niet een tekort aan woningen, maar een tekort aan statushouders. Oorzaak? “Vraag dat maar aan de IND”, zegt de woordvoerder.

Bij de IND, de vroegere dienst vreemdelingenzaken, is het rommelig. Het regent klachten. De Nationale Ombudsman registreerde vorig jaar alleen al 299 klachten over de dienst. Daarvan werden 241 zaken mondeling opgelost. Van 58 klachten maakte de ombudsman een rapport op. Daarin werd 41 keer geoordeeld dat de IND 'niet behoorlijk' had gehandeld en 16 keer 'voor een deel niet behoorlijk'.

In het eerste halfjaar van 1995 is er niet veel verbeterd. “De IND blijft een aanhoudende bron van zorgen”, zegt een woordvoerder van de Nationale Ombudsman. Nog vorige maand opende de IND op aandringen van de ombudsman een klachtentelefoon. Het nummer is alleen te bellen via rechtshulpverleners of IND-medewerkers in de diverse districten. Ook de ombudsman zegt het nummer nog regelmatig te draaien.

Uit het jaarverslag van de Nationale Ombudsman blijkt dat de klachten veelal van praktische aard zijn. De IND neemt de telefoon vaak niet op, brieven blijven onbeantwoord en medewerkers kunnen niet zeggen op welke termijn een verzoek zal zijn afgehandeld. Vooral die langdurige onzekerheid over de uitkomst plaagt de klanten van de IND. Behalve over de toelating van asielzoekers beslist de IND ook over verzoeken tot naturalisatie. Verder is de visadienst van het ministerie van buitenlandse zaken bij de IND ondergebracht.

Sommige klachten gaan verder, zo blijkt uit een inventarisatie van de nationale ombudsman. Paspoorten blijken uit mappen te zijn verdwenen, dossiers raken voor langere tijd zoek. Advocaat N. Vermolen, tevens bestuurslid van de vereniging Vluchtelingenwerk, maakte in tien van de honderd zaken die hij in 1994 behandelde, mee dat paspoorten of andere documenten in de IND-dossiers ontbraken. “Zorgwekkend”, noemt hij die situatie.

Pagina 3: Dossiers raakten zoek bij verhuizing

Op haar beurt wijst de IND op de veranderingen die zij het afgelopen jaar moest ondergaan. Zo veranderde de dienst vreemdelingenzaken in januari 1994 in de IND, die zelfstandiger onder de vlag van het ministerie van justitie moest opereren. De IND werd gedecentraliseerd. Bij verhuizingen naar de vijf districten raakten enkele dossiers zoek. Tot overmaat van ramp kampte het nieuwe computersysteem met veel kinderziekten.

Tegelijk veranderde de Vreemdelingenwet ingrijpend. In januari werd onder meer het hoger beroep afgeschaft, in oktober begonnen de zogenoemde aanmeldcentra waar asielzoekers binnen 24 uur worden gescreend, in december werd de Wet veilige derde landen door de Tweede Kamer aangenomen. Ook steeg het aantal asielzoekers fors: van circa vijfendertigduizend in 1993 naar vijfenvijftigduizend vorig jaar. Het personeelsbestand van de IND groeide navenant. In 1993 werkten er 856 mensen, vorig jaar 1.256. Een deel van hen werd via uitzendbureaus geworven en later op tijdelijk basis aangenomen. De 'produktie' steeg minder hard. In 1994 namen de IND'ers in zo'n 175.000 zaken een beslissing, een fractie meer dan het jaar ervoor.

Niet alleen bij de IND stapelen de pakken papier zich op. Ook bij de vreemdelingenkamer, de rechtbank voor asielzoekers die in maart 1994 juist werd opgericht om de procedures te versnellen, liggen stapels dossiers op behandeling te wachten: 14.639 stuks. In bijna tienduizend gevallen gaat het om 'voorlopige voorzieningen', waarbij de asielzoeker verzoekt de uitspraak van Justitie in Nederland af te wachten. De andere gevallen betreffen 'bodemprocedures', waarbij de vreemdelingenkamer uitspraak doet over de beslissing van Justitie. Toch is hier een kleine versnelling zichtbaar - de rechtbank heeft in het eerste half jaar van 1995 zo'n vierduizend zaken méér afgehandeld dan in de eerste tien maanden van zijn bestaan.

Het ministerie van justitie reageert terughoudend. De achterstanden zijn veroorzaakt door de hoge instroom van asielzoekers in 1994, zegt een woordvoerder van het ministerie desgevraagd. En ja, de reorganisatie bij de IND is ook debet aan de vertraging. Maar IND-directeur H. Nawijn heeft twee weken geleden, bij de presentatie van het jaarverslag over 1994, aangekondigd de achterstand in de tweede helft van dit jaar in te lopen.

Aan het probleem van de gemeente Amsterdam, dat een tekort aan statushouders zegt te hebben, wordt ook gewerkt. Tot op zekere hoogte. “We blijven de asielaanvragen natuurlijk wel individueel beoordelen”, aldus Justitie. “Het kan natuurlijk niet zo zijn dat we nu maar meer statussen afgeven, omdat er huizen vrij staan.”

    • Yaël Vinckx