Tango-grootmeester Pugliese (89) overleden

BUENOS AIRES, 26 JULI. De Argentijnse componist en pianist Osvaldo Pugliese, die beschouwd wordt als 'de grootmeester van de klassieke tango', is gisteren in zijn woonplaats Buenos Aires overleden. Hij is 89 jaar geworden. Pugliese lag al vijf dagen in coma.

Als een van de weinige nog levende vertegenwoordigers van de 'gouden eeuw' van de tango in de jaren veertig, was Pugliese niet alleen bekend in zijn eigen land, maar ook populair in landen als Japan, Finland en Nederland.

Als lid van de communistische partij werd Pugliese vanwege zijn politieke opvattingen tien keer gevangen gezet tijdens het bewind van generaal Juan Domingo Peron van 1946 tot 1955. Zijn orkest bleef in die tijd voorstellingen geven en legde een rode bloem op Puglieses onbespeelde piano.

Ook tijdens de junta in de jaren zeventig kreeg Pugliese problemen: hij kreeg een speelverbod.

Pugliese werd op 2 december 1905 geboren in de wijk Villa Crespo van Buenos Aires. Hij leerde als kind viool en piano spelen en gaf op zijn veertiende zijn eerste optreden. In 1928 baarde hij opzien doordat hij als eerste tango-pianist werkte met een vrouwelijke bandoneonspeler, tot die tijd een exclusief mannelijke aangelegenheid. In 1939 formeerde hij zijn eerste orkest. Bekende composities van hem zijn Amanecidos bien temprano, Recuerdo, La Beba en Malandraca.

Pugliese trad over de hele wereld op, onder meer in Japan en de Sovjet-Unie, en ook in Nederland, waar de tango populair werd mede door Hans van Manens choreografieën op de moderne tangomuziek van Astor Piazzolla (die in 1992 overleed). De meesters van de klassieke en de moderne tango, Pugliese en Piazzolla, traden in de jaren tachtig samen op in theater Carré in Amsterdam.