Tadic aangeslagen in kooi oorlogstribunaal

DEN HAAG, 26 JULI. Zijn donkerblauwe colbert lijkt een concessie aan de gewichtigheid van het moment. Maar met het witte T-shirt onder het jasje en een nieuwe spijkerbroek, valt hij duidelijk uit de toon bij het rood van de rechters, het zwart van de aanklagers en de verdedigers en het lichte VN-blauw van de bewakers. Hier zit ondanks de 'kooi' van kogelvrij glas en twee bewaarders die geen oog van hem afhouden, een soeverein persoon, lijkt hij duidelijk te willen maken.

Tegelijkertijd zit Dusan Tadic er zwaar aangeslagen bij. De 39-jarige Bosnische Serviër, die voor het Joegoslavië-tribunaal terecht moet staan voor moord, mishandeling en verkrachting in het interneringskamp Omarska in 1992, is lijkbleek. Met rooddoorlopen ogen boven dikke wallen kijkt hij mat de wereld in. Hij beweegt niet tot nauwelijks, maar kan zijn handen geen seconde stilhouden. Als hij niet zijn hoofd of zijn vingers krabt, wrijft hij wel over zijn neus of zijn schouder, in zijn handen of over zijn arm. Of hij verschuift de koptelefoon waaruit een constante stroom Servo-Kroatisch de deliberaties in de rechtszaal voor hem verduidelijkt.

Of hij er ook naar luistert is onduidelijk. Hij reageert niet op de zeldzame grapjes die vrolijk worden ontvangen door de studenten die de publieke tribune bevolken. Hij blijft ook koud onder een scherpe opmerking van de rechters, een onverwacht debat of een succesje voor zijn raadsman. Maar als zijn vertaling even wegvalt en uit de koptelefoon alleen nog maar Engels klinkt, reageert hij plotseling opgewonden en maakt hij wanhopige gebaren naar zijn bewakers, die hem hulpeloos aankijken. De rechtbankpresident intervenieert vriendelijk en stelt hem gerust. Tadic keert weer terug naar zijn oorspronkelijke houding: met de mondhoeken naar beneden, de blik somber in de richting van de rechters.

Heel af en toe werpt hij een blik op de zaal rechts van hem. Het dichtst bij zit de pers, die hem intensief volgt. Tadic ontwijkt hun blikken. Hij heeft meer interesse in het gedeelte van de zaal waar het publiek zit, waar een bekende blijkt te zitten. Want hij leeft even op als kort nadat de rechter de zitting geschorst heeft een man bij het raam komt staan en naar hem zwaait. Hij groet met een armgebaar en vertrekt dan snel uit zijn glazen afzondering.

Tadic toont ook meer interesse wanneer de Servische advocaat Milan Vujin, die de Nederlandse verdediger mr. M. Wladimiroff bijstaat in de verdediging, ter wille van de verdachte in het Servo-Kroatisch nog eens duidelijk maakt dat het tribunaal onwettig is. Vujin herhaalt het eerder door Wladimiroff vertolkte standpunt dat de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties niet bevoegd is een ad hoc-tribunaal in het leven te roepen. Het is het kernpunt in de argumentatie van de verdedigers, die in eerste instantie willen aantonen dat het tribunaal een wettelijke basis mist. De beslissing van de Veiligheidsraad het tribunaal in te stellen is, zegt de verdediging, een politieke daad. Het tribunaal is daarmee een politiek instrument geworden, het proces tegen Tadic een manier van de VN om de vrede in Bosnië trachten te bewaren. Daarbij is het conflict in Bosnië geen internationaal conflict, naar een interne strijd. Om dat mede duidelijk te maken schetste Vujin gedurende twintig minuten de geschiedenis van het gebied sinds 1100.

Volgens Wladimiroff is het aan de rechters het tribunaal onwettig te verklaren. Hij riep ze op een grens te stellen aan de bevoegdheden van de Veiligheidsraad, die volgens hem wel erg ver gaan. “Als de Veiligheidsraad besluit dat alle mensen met wit haar vervolgd moeten worden in een internationaal tribunaal, gaat u daar toch ook niet mee akkoord”, wierp Wladimiroff op. De rechters van het tribunaal zouden zich bij het beantwoorden van deze vraag niet moeten buigen over de beslissing van de Veiligheidsraad zelf, maar stil moeten staan bij de consistentie in het beleid. Want hoeveel conflicten met grove schendingen van de mensenrechten waren door de Veiligheidsraad niet achteloos terzijde geschoven, zeker als een permanent lid van de raad erbij betrokken was? Dat het conflict in Bosnië door de Veiligheidsraad een bedreiging zou vormen voor de wereldvrede, was arbitrair.

Maar de rechters leken niet overtuigd, zeker niet van het laatste argument. Vandaag is de aanklager aan het woord in de vraag of het tribunaal bevoegd is, over enkele weken doen de rechters een uitspraak. In welke richting die gaat werd gisteren aan het eind van de middag voorzichtig aangegeven door rechtbankpresident G.K. McDonald: “Wij zijn geen politici, maar rechters. Wie zijn wij om te bepalen wanneer de wereldvrede in gevaar is.”