Slachtoffers drinken water op terras van Le Départ

PARIJS, 26 JULI. Een twintigtal slachtoffers van de bomaanslag in het metrostation van Saint Michel in Parijs zat gisteren rond zes uur zwijgend op het terras van café Le Départ, vlakbij de ingang van het metrostation.

Sommigen zaten besmeurd met bloed aan een tafeltje achter een glas water, anderen lagen op de grond bedekt door dekentjes van reddingswerkers.

Een man vertelt aan het dagblad Libération hoe hij om vijf voor half vijf op het perron stond en getuige was van de ontploffing. “De RER kwam aangereden en stopte en het was precies op het moment dat de deuren openden dat de ontploffing plaats had. Ik zag hoe de deur van de wagon naar de andere kant van het perron vloog, gevolgd door een geheel verbrand lichaam. Er was vreselijke paniek, met het begin van vuur en veel rook.

“De mensen in het treinstel kwamen door de ramen waarvan de vensters verbrijzeld waren, naarbuiten. Daardoor zijn veel mensen gewond geraakt. Mensen die door de ontploffing geheel doof waren geworden, dwaalden over het perron. Sommige mensen waren vreselijk verbrand, bij anderen waren ledematen afgerukt.”

Een passagier van de vierde wagon vertelt hoe hij plotseling de ramen uit elkaar zag springen. “Plotseling bewoog niemand meer. Daarna wilde iedereen naar buiten.” Een passagier van een ander treinstel zegt: “Er waren vreselijk veel gewonden in mijn wagon. Ik heb er tenminste vijftien uitgehaald. Sommigen hadden geen benen meer, anderen waren dood.”

Volgens bronnen bij de Franse inlichtingendienst en het ministerie van justitie staan Algerijnse moslim-fundamentalisten boven aan het verdachtenlijstje van de politie. De fundamentalisten verwijten de Franse regering steun aan het militaire bewind in Algerije, dat in 1992 de verkiezingen verbood en daarmee een overwinning van het fundamentalistische Front van Islamitische Redding (FIS) voorkwam. De ontploffing in de metro had plaats twee weken nadat in de moskee van Parijs een van de oprichters van het verboden FIS, Sheikh Abdelbaki Sahraoui werd doodgeschoten. De Franse politie onderzoekt nog of die aanslag het werk was van een met het FIS rivaliserende extremistische terreurgroep, de gewapende Islamitische Groep, GIA, of van de Algerijnse militaire veiligheidsdienst. Het is bekend dat cellen van het GIA in Frankrijk operatief zijn.

De tweede hypothese die wordt onderzocht is dat de bomaanslag een vergelding is voor de vermeende serie bombardementen door Franse vliegtuigen op de hoofdstad van het gebied van de Bosnische Serviërs, Pale. Volgens de dagbladen Libération en de New York Times waren die bombardementen een vergelding voor de dood van twee Franse blauwhelmen, vorig weekeinde. De Franse regering heeft de bombardementen bevestigd noch ontkend. De Franse president Chirac heeft steeds aangedrongen op harder optreden tegen de Bosnische Serviërs. Twee weken geleden stelde hij zijn bondgenoten in Bosnië een ultimatum voor harde maatregelen tegen de Bosnische Serviërs om de inname van de enclaves Srebrenica, Zepa en Gorazde te voorkomen.

Ook wordt onderzocht of terroristische groepen uit het Midden-Oosten verantwoordelijk zijn voor de aanslag. Vorig jaar werd de terrorist Carlos, die verantwoordelijk was voor een groot aantal aanslagen in Frankrijk in de jaren tachtig, door Franse veiligheidsagenten opgepakt in Soedan.

De laatste bloedige aanslag in Parijs, in 1986, wordt toegeschreven aan pro-Iraanse Libanese extremisten die Frankrijk ertoe trachtten te bewegen om wapens aan Irak te leveren. Bij die laatste aanslag werden dertien mensen gedood.

Volgens anti-terrorisme experts is de these dat het bezoek van Arafat aan Parijs, vandaag, verband zou houden met de aanslag, de minst waarschijnlijke. Arafat bezoekt zijn vrouw die in een ziekenhuis in Parijs is bevallen van een dochter en heeft later een ontmoeting met de Franse minister van buitenlandse zaken, Hervé de Charette. De vredesonderhandelingen tussen Israël en de PLO verkeren in een crisis nadat een islamitische man begin deze week een bus opblies in Tel Aviv en zes mensen doodde. Parijs was in de jaren zestig en zeventig een favoriete plek voor afrekeningen tussen Palestijnen en Israeliërs en Palestijnse facties onderling. (Reuter, AFP)