'Schapenlijn' moet Drents imago redden

Het Drentse heideschaap moet de markt op. Met de verkoop van ansichtkaarten, heidehoning en bekers met afbeeldingen van schapen wil de Stichting tot Behoud van de Drentse schaapskudden geld inzamelen voor de noodlijdende herders. De verkoop van een “schapenlijn”, zoals H. van Dam van de stichting het noemt, zal samen met de Drentse VVV's worden opgezet.

Aanvankelijk was afgesproken alle artikelen te voorzien van het logo van een olijk stripfiguurachtig schaapje Wolly. Haar aandoenlijke oogopslag moet burgers en zakenlieden over de streep trekken de Drentse kuddes te sponsoren of een beker of ansichtkaart te kopen.

Maar het liep anders. Het reclamebureau dat Wolly ontwierp ging failliet en heeft de stichting via zijn jurist laten weten dat Wolly alleen mag worden gebruikt als er een percentage van de opbrengst voor het reclamebureau tegenover staat. Van Dam voelt daar niet veel voor. “We willen best praten, maar niet betalen. Misschien gaan we zelf wat aan Wolly veranderen. Een poot meer of minder, dat kan best.”

Extra geld is hard nodig, zegt Van Dam. Zelfs nu de provincie Drenthe is teruggekomen op haar voornemen om de subsidies aan de kuddes stop te zetten, onder druk van verontruste Drenten twee maanden geleden. In elk geval nog tot het jaar 2000 krijgen de vijf kuddes van Ruinen, Balloo, Hoitinge, Orvelte en Exloo die een herder hebben elk 12.500 gulden per jaar. Maar dan nog wordt het moeilijk, vreest Van Dam. De opbrengsten uit wol en vlees zijn nihil, terwijl er hoge kosten tegenover staan aan voer, veeartsen, de huur van de schaapskooi, mestafvoer en salariskosten voor de herder.

Het schapen-adoptieplan dat onlangs in Exloo, gemeente Odoorn, van start ging, staat model voor de provinciale geldinzameling. Daar zorgt herder J. Kaspers met zijn 150 heideschapen dagelijks voor een verkeersopstopping als hij zijn schaapskooi in het centrum verlaat. Dat unieke beeld mag absoluut niet verdwijnen, vindt J. Jaarda van de stichting.

In enkele maanden werden ruim 60 adoptanten gevonden. Een adoptieschaap “kost” veertig gulden per jaar. De gever krijgt geen kleurenfoto maar ziet wel zijn naam bijgeschreven op een 'Gallerij der adoptanten' die hangt in het schapeninformatiecentrum naast de kooi. En ook is aangeklopt bij het bedrijfsleven. Exloër ondernemers kunnen voor honderd gulden een advertentie op een bord bij de schaapskooi zetten.

“Wie Drenthe zegt, denkt aan schapen en hei”, zegt Jaarda. “Daarom mogen de kuddes niet de nek worden omgedraaid.” De overkoepelende provinciale stichting wil binnen vijf jaar maar liefst 700.000 gulden bijeenbrengen. “Ambitieus, ja”, geeft Jaarda toe. “Maar zoveel geld is nodig om de kudden te bewaren, zeker als de subsidie alsnog wegvalt.”

In het najaar worden alle inwoners van Exloo via een huis-aan-huis-folder opgeroepen een of meerdere Drentse heideschapen te steunen. Er zal worden gepoogd meer donateurs te vinden - nu zijn het er 300. Ook zijn er inmiddels 2000 kleurenposters gedrukt van de kudde. Daarop staat Kaspers, leunend op zijn houten stok, donkerblauwe regenjas, witte rugzak om, turend naar zijn grazende witte en bruine schapen.

Maar de poster slaat nog niet aan, vertelt 'schapenboer' Kaspers. “Zeven gulden vijftig is misschien te duur.” Niet dat toeristen geen belangstelling hebben voor zijn schapen, integendeel. “Ze vragen je het hemd van het lijf.” En gefotografeerd wordt hij vaak genoeg. Vroeger stopten toeristen hem nog wel eens wat toe, maar dat is er tegenwoordig niet meer bij. Meer verwacht hij van de ansichtkaarten waarvan hij er een paar in zijn rugzak kan steken. “Een gulden of één vijftig. Dat prijsje willen mensen nog wel betalen. Desnoods met mijn handtekening erbij.”