Kabaal en lipgebibber in ridderverhaal volgens Hollywood

First Knight. Regie: Jerry Zucker. Met: Richard Gere, Sean Connery en Julia Ormond. In: 30 theaters.

Wie de naam van Jerry Zucker nog associeert met het team van Airplane, Naked Gun en Police Squad, zij bij deze gewaarschuwd: zijn First Knight is geen moment grappig. Dat mòcht natuurlijk ook niet, want 'times are hard', zo introduceren de titels dit verhaal bij de kijkers. Het is de historisch verantwoorde samenvatting van de geschiedenis van de Donkere Middeleeuwen volgens Hollywood - want daar hebben we het hier over.

Zucker kreeg 65 miljoen dollar om nog eens de legende te verfilmen van koning Arthur, koningin Guinevere en Lancelot, de dapperste aller ridders. Het is een volstrekt overbodige film geworden. In de eerste plaats omdat regisseur en co-producent Zucker en scenarioschrijver William Nicholson alle mooie elementen van de legende zorgvuldig uit hun film hebben geweerd. Alles wat gevoelig en dubbelzinnig is in de driehoeksverhouding tussen koning, vazal en vrouwe, hebben ze platgewalst in een ordinair nee-doe-niet-want-het-is-zo-lekker verhaal. Van deze Lancelot doet het geweten nooit pijn als hij denkt aan zijn edele vorst, hij wil alleen maar naar bed met de koningin.

Daarbij komt dat de spelers niet om aan te zien zijn. Meer dan twee uur het lipgebibber van Julia Ormond en het voor de gelegenheid (de middeleeuwen!) vet aangezette Schotse accent van Sean Connery moeten verdragen, is al niet eenvoudig. Maar Lancelot Richard Gere is onmogelijk. Met een zelfgenoegzaam lachje voortdurend om de lippen en een te krap T-shirt over zijn bodybuildersborst loopt hij ons en overduidelijk ook zichzelf met de film te vervelen.

Ook andere zaken die een grote film soms desondanks nog aangenaam kunnen maken, zoals daar zijn uitzonderlijke beelden, massascènes of huiveringwekkende decors, ontbreken in First Knight. En, grote genade, wat moeten de middeleeuwen een hoop kabaal hebben gemaakt. Er gaat tenminste geen scene voorbij zonder een orkaan van klaroenstoten, paukenslagen, viooltrillers en de galm van een duizendkoppig mannenkoor. Het lijkt wel of de componist ons door alle hoogtepunten uit de meest romantische symfoniefinales heenzapt.