IMF-leden: Tokio zelf schuld aan stagnatie

WASHINGTON, 26 JULI. De Verenigde Staten hebben achter gesloten deuren de Japanse regering de schuld gegeven voor de dure yen. Washington meent dat Tokio zelf de economische groei moet aanwakkeren door de rente te verlagen en de uitgaven op te trekken. De Amerikaanse kritiek is eind vorige week uitgesproken toen het bestuur van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) vergaderde. Zegslieden zeiden later dat tijdens de besloten bijeenkomst duidelijk werd dat meer IMF-landen zich grote zorgen maken over de kwakkelende Japanse economie.

Medewerkers van het IMF zijn het met de VS eens dat Japan zelf meer moet doen om de economie te stimuleren, nu voor dit jaar een groei wordt verwacht van nog geen procent. Maar het IMF-bestuur was verdeeld. Sommige landen, waaronder Duitsland, vinden dat de rentetarieven in Japan al zeer laag zijn en het begrotingstekort al relatief hoog.

Ontwikkelingslanden, die met hun vele leningen uit Japan in dure yens moeten aflossen, willen dat de VS en Japan en ook andere landen meer samenwerken om de valutaschommelingen in de hand te houden. Frankrijk leverde om die reden kritiek op de VS.

Het IMF-bestuur was het er met de VS over eens dat Tokio structureel moet ingrijpen in zijn economie en dat Japan zijn markt meer moet openstellen voor buitenlandse produkten. De Amerikaanse kritiek contrasteert wel met de verzoenende taal over en weer, nu het gevaar van een handelsoorlog over de autohandel en het luchtvrachtverkeer is geweken. Japan en de VS verlaagden begin deze maand ook nog eens vrijwel gelijktijdig de rente en kochten daarnaast gezamenlijk dollars op om de koers van de Amerikaanse munt te steunen tegenover de yen.

Maar Washington meent dat de koersstijging van de yen Japans eigen schuld is en dat de oplossing daarvoor in Tokio ligt en niet in Washington. “De VS hamerden erop dat het een yen-probleem is en geen dollar-probleem”, aldus een zegsman.

De dure yen, die Japanse produkten in het buitenland duurder maakt, speelt vooral Japanse exporteurs parten, maar ondermijnt ook het vertrouwen van de Japanse consument. De daarvoor bepalende index zakte van 44,1 in maart naar 40,9 in juni, aldus het Japanse planbureau.

Het autoconcern Toyota gaat de produktie in Australië met ruim 420 miljoen Australische dollar (bijna 475 miljoen gulden) subsidiëren om het verlies aan afzet als gevolg van de dure yen te compenseren. Er zullen meer onderdelen in Australië worden gemaakt en Toyota-dealers zullen genoegen nemen met een lagere winstmarge, waardoor kopers 2200 Australische dollar goedkoper uit kunnen zijn.

Het Japanse planbureau publiceerde gisteren een opvallend kritisch rapport over de eigen economie. Volgens het planbureau zal Japan met economische stagnatie worden geconfronteerd, indien het de deregulering niet serieus aanpakt en belemmeringen voor import en buitenlandse investeringen wegneemt. De economie heeft “geen uitweg” indien de regering haar “gesloten politiek” voortzet uit vrees voor de sociale en financiële kosten op korte termijn, zo staat in het jaarlijks gepubliceerde witboek. Volgens het rapport moet Japan een voorbeeld nemen aan Duitsland, waar voordelen van een hoge D-mark aan de consument zijn doorgegeven in de vorm van lagere importprijzen. Het kabinet gaf gisteren zijn fiat aan het document. Twee maanden geleden presenteerde het invloedrijke ministerie van handel en industrie (Miti) al een document met dezelfde strekking. (Reuter, KRF)