'Ik reken steeds naar de klant toe'

De basis voor haar carrière als timmervrouw legde ze in een Amsterdams kraakpand, waar ze belandde na het afbreken van haar studie geschiedenis. “Ik was daar altijd aan het klussen. Op een gegeven moment besloot ik om het serieus te gaan aanpakken: ik heb me laten omscholen en mijn LTS-diploma gehaald.” Spijt dat ze haar studie niet heeft afgemaakt, heeft ze nooit gehad. “Ik denk dat mijn loopbaan er dan anders had uitgezien. Dan was ik altijd met het idee blijven rondlopen dat ik werk in die richting zou moeten vinden.” Het verleden levert wel eens komische situaties op, vertelt ze. “Toen ik eens in het Tropenmuseum aan het werk was, liep ik twee oud-studiegenoten tegen het lijf die daar werkten in de bibliotheek. 'Nou Lies', zeiden mijn collega-bouwvakkers, 'die hebben het verder geschopt dan jij'.”

Zes jaar werkte Liesbeth Bresser (41), eigenaar van timmerbedrijf Timbres, als timmervrouw - 'ik zeg altijd timmervrouw, ik ben nu eenmaal geen man' - bij een aannemer. Ze leerde er het handwerk: deuren afhangen, keukens plaatsen, nieuwe plafonds maken en betonnen vloertjes storten. “Op een gegeven moment zat ik op een dood punt. Ik werkte samen met een heel aardige timmerman, maar hij bleef toch altijd de baas. Mijn vrouw-zijn zal daarbij wel een rol hebben gespeeld. Verder had ik het wel een beetje gezien in dat wereldje: de gesprekken gingen altijd over auto's, voetbal en vrouwen.”

Toen er enkele jaren geleden een plaats vrijkwam in de werkplaats van de Stichting Vakvrouw, aan het Spaarndammerplantsoen in de hoofdstad, besloot ze een eigen bedrijf op te zetten. Werkplaats, machines en telefoon deelt ze met vijf andere vrouwelijke ondernemers, onder wie een loodgietster en een meubelmaakster. “Dat betekende dat ik geen grote investeringen hoefde te doen om voor mezelf te beginnen. Bovendien sta je er als zelfstandig ondernemer toch niet helemaal alleen voor.”

Zwaar vindt ze het wel, het runnen van een eigen bedrijf. “Het kost erg veel tijd. Ik moet timmeren, klanten bezoeken, offertes maken, materiaal en soms ook mensen regelen, zoals tegelzetters. Toen ik nog in loondienst werkte, begon ik om 7.15 uur en stond ik om 16.15 uur weer buiten. Daar staat tegenover dat ik nu eens een uurtje langer kan blijven liggen 's morgens.”

Bresser doet zo'n beetje alle voorkomende werkzaamheden op timmergebied, van sloopwerk tot het fabriceren van boekenkasten. “Ik ben nu bezig met een klus in een monumentaal pand: samen met een collega van de werkplaats verbouw ik een kale ruimte tot appartement met keuken, badkamer, woonkamer en entresol annex slaapkamer. Daar zit zo'n twee maanden timmerwerk in. Vorig jaar heb ik een hele grote verbouwing in een huis gedaan, die een jaar heeft geduurd. Toen ik klaar was, kreeg ik ook het verzoek om een boekenkast, een bed en kasten te maken. Die combinatie van grof werk en kleine dingen vind ik erg leuk, van begin tot eind ergens mee bezig zijn, van sloopwerk tot afwerking.”

De meeste reacties die ze als vrouw-in-een-mannenberoep krijgt zijn positief, zegt ze. “In een stad als Amsterdam ben je als timmervrouw geen unicum meer. Al ken ik wel bijna alle timmervrouwen in de stad van naam, hoor. Mannelijke collega's willen nog wel eens bekennen dat ze dit beroep niet 'vrouwelijk' vinden. 'Ik zou mijn eigen vrouw niet in een overall willen zien', zei eens iemand tegen me. Ze kunnen mijn keuze niet begrijpen: als je kunt leren, dan gá je toch leren? Als zelfstandige ondernemer heb ik het makkelijker gekregen op dat punt. Mijn opdrachtgevers weten dat ik vrouw ben. Laatst had ik een mevrouw aan de lijn die een vrouwelijke timmerman wilde, omdat ze dacht dat die netter werken.”

Financieel is ze er als zelfstandig ondernemer alleen maar op achteruit gegaan, zegt ze. “Ik vind eigenlijk dat ik te weinig verdien voor de hoeveelheid werk die ik verricht. Hoeveel omzet ik draai, weet ik echt niet, ik weet alleen dat ik een netto maandinkomen van ongeveer tweeduizend gulden heb. In mijn vorige baan hield ik geld over, nu niet. Maar dat ligt een beetje aan mezelf. Ik reken steeds naar de klant toe, zo van: ik kan het niet maken om zo'n gigantisch bedrag te vragen, laat ik maar wat minder rekenen.”

Een echte zakenvrouw is ze nooit geweest en zal ze ook wel niet meer worden, vermoedt Bresser. Ze moet er bijvoorbeeld “niet aan denken” om iemand in dienst te hebben. “Die verantwoordelijkheid om iemand elke maand salaris te moeten uitbetalen. Zo iemand zal maar een gezin hebben! Ik ben gewoon niet stressbestendig genoeg voor dat soort dingen.” Ook de administratieve rompslomp staat haar tegen. “Timmeren vind ik ontzettend leuk en het contact met de klant en het creatief denken is ook leuk, maar rekeningen maken en begrotingen opstellen, vind ik vreselijk. Ik denk wel eens: als ik nou een heel leuk aannemingsbedrijf wist, dat heel mooi timmerwerk doet en waar ik goed uit de verf zou komen, misschien zou ik dan wel weer in loondienst willen werken.”