Ieper toont werk Degroux, voorbeeld voor Van Gogh

Tentoonstelling: Charles Degroux en het realisme. T/m 17 sept. Stedelijk Museum, Ieperleestraat 31, Ieper, België. Di t/m zo 9u30-12u en 13u30-17u30. Monografie onder red. van Jan Dewilde en Jean-Marie Duvosquel Bfs 1450,-

Alleen de vele en uitgestrekte oorlogskerkhoven in de omgeving herinneren eraan dat het Zuidbelgische stadje Ieper in de Eerste Wereldoorlog precies in de frontlinie lag. Wie nu het mooie stadscentrum bezoekt zal nauwelijks kunnen geloven dat hier vrijwel geen muur, zelfs geen metselverband ouder is dan 1918. De grootse Lakenhalle, de Sint Maartens-kathedraal - waar Jansenius ooit nog bisschop was - en de gildehuizen zijn nauwkeurig in hun oude vorm herbouwd. De nieuwe gevels uit de jaren twintig op de Markt zijn zelfs beter geïntegreerd dan in veel andere historische stadskernen. In Ieper wordt het verleden op de een of andere manier ordelijker (maar niet minder overtuigend) gepresenteerd dan elders.

Dat geldt ook voor de activiteiten van het bescheiden Stedelijk Museum, een van de weinige middeleeuwse gebouwen in Ieper waar nog een klein gedeelte van overeind is blijven staan en waar nu een overzichtstentoonstelling is ingericht over een schilder die 45 jaar vóór de Eerste Wereldoorlog al stierf: Charles Degroux (1825-1870), historieschilder, sociaal-realist, karikaturist en ontwerper van monumentale glasramen. Op zijn naam staat ook een aantal kartons voor muurschilderingen met onderwerpen uit de historie van Ieper, ooit bedoeld voor de lange wanden van de Lakenhalle, maar door Degroux' vroege dood in 1870 nooit uitgevoerd. De restauratie van deze ontwerpen-op-formaat vormde de aanleiding voor deze tentoonstelling: fragiele historiestukken in potlood, die, al werden ze nooit gerealiseerd, monumentaal zijn voor het van zijn verleden beroofde Ieper.

Toch ligt de kracht van Charles Degroux minstens zozeer in zijn andere, meer realistische werk, waarmee hij bepalend is geweest voor latere generaties in België, zoals Eugène Laermans, Jakob Smits en Albert Servaes. Verder zou deze uitstekende, volledige tentoonstelling ook prachtig in het Van Goghmuseum op zijn plaats zijn geweest, want net als Millet heeft Degroux op een bepaald moment een cruciale invloed gehad op Van Gogh. Deze noemde hem 'Vader Degroux' en schreef al in de jaren zeventig van de vorige eeuw met groot respect en bewondering over hem.

Het ging Van Gogh niet in de eerste plaats om Degroux' historiestukken en zelfs niet om sentimentelere thema's zoals 'de Loteling'. Hij bewonderde hem vooral om zijn eerlijke weergave van de 'Brabantse karakters', om de boeren. In 1885, terwijl hij in Nuenen met zijn Aardappeleters worstelde, zag Vincent in Degroux zijn grote voorbeeld, omdat de Belgische schilder ondanks alle tegenstand tegen zijn realistische opvattingen, zichzelf had durven zijn.

Het aardige van de tentoonstelling in Ieper is dat Charles Degroux hier in al zijn facetten wordt getoond. Al gauw blijkt dat hij misschien vaak 'zichzelf' was en mooie, sobere, soms heel gestileerde beelden van de armoede gaf, maar dat hij even vaak zijn toevlucht nam tot in zijn tijd gangbaardere en geliefdere onderwerpen. Zo zien we behalve de al genoemde ontwerpen voor de Lakenhal (die een beetje aan onze schoolplaten van Isings doen denken), nogal verheven historiestukken en een enkel religieus werk in de trant van Ary Scheffer. Maar ook Degroux' eerste realistische werk is aanwezig, De dronkaard, geschilderd twee jaar nadat Courbet de fameuze Steenkloppers in Brussel exposeerde.

Van deze dronkaard heeft Degroux, net als van veel andere thema's, verschillende versies gemaakt. De organisatoren hebben met veel energie en precisie zijn oeuvre zoveel mogelijk gereconstrueerd, ontwerptekeningen, aquarellen, schetsen en krabbels bij elkaar gebracht. Dat is niet alleen uit artistiek oogpunt interessant, omdat de toeschouwer zo als het ware over de schouder van de kunstenaar kan meekijken, het is ook in meer algemene zin instructief. Want het is betrekkelijk gemakkelijk om in (Belgische) openbare collecties of al bladerend in (Belgische) overzichtsboeken de drie mooiste schilderijen van Degroux er uit te pikken. Dat zijn: De koffietrommel, Het Dankgebed en Bedevaart naar Dieghem. Met hun sobere tinten en relatief eenvoudige vormen zijn ze terughoudend en tegelijkertijd indringend. Het is zuiver realisme waarin een grote mate van esthetiek verborgen zit.

Maar dat die werken ook in hun tijd niet zo maar uit de lucht kwamen vallen wordt duidelijk uit de context. Degroux' versies van sentimentelere onderwerpen, die de tijdgenoten van Van Gogh nog bewogen, versterken het vernieuwende effect van deze puur realistische werken. Maar ze verduidelijken ook de bedoeling van de zeer sociaal bewogen kunstenaar.

En anders dan je zou denken behoren de prenten die Degroux om den brode voor het satirische tijdschrift Uylenspiegel maakte, tot zijn meest vrije werk. Het is duidelijk dat het métier van kunstenaar in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw, dus voordat Van Gogh de weg begon te banen voor vrije expressie, moeizaam was en nog duidelijk in de sfeer van handwerk lag. Degroux beeldde zichzelf dan ook uit in een serie litho's van 'onaangename ambachten', als een sombere figuur wie het kennelijk niet lukt alweer een tekening op tijd af te hebben voor zijn tijdschrift.