EU: Oosteuropese economie en landbouw ver achter

BRUSSEL, 26 JULI. De meeste Midden- en Oosteuropese landen hebben nog enkele tientallen jaren nodig om het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking op 75 procent van het gemiddelde in de Europese Unie te brengen. Voorts duurt het zeker vijf tot tien jaar voordat structurele hervormingen in deze landen vruchten afwerpen.

Dat zijn enkele van de conclusies die Europees landbouwcommissaris Franz Fishler trekt uit een onderzoek naar de agrarische situatie in tien Middden- en Oosteuropese landen. De gisteren gepresenteerde analyse vormt de basis voor een Commissierapport over de gevolgen voor het Europese landbouwbeleid van de mogelijke uitbreiding van de Unie met Oosteuropese landen. De Europese top van regeringsleiders bespreekt het rapport eind december in Madrid.

Uit het onderzoek in Roemenië, Bulgarije, Tsjechië, Slowakijë, Slovenië, Hongarije, Polen en de drie Baltische staten, blijkt dat de landbouw ernstig te lijden heeft onder een gebrek aan investeringen en kennis. De levensmiddelen-industrie loopt achter en de kwaliteit van de produkten laat te wensen over, vooral op het gebied van melkprodukten en vlees.

Een verbetering van de kwaliteit zou de landbouwprijzen kunnen opstuwen, wat het boerenbedrijf aantrekkelijker kan maken voor (buitenlandse) investeringen. De keerzijde van de medaille is echter dat huishoudelijke uitgaven aan levensmiddelen 30 tot 60 procent van het inkomen opslokken. Dat gevoegd bij een inflatie die varieert van 10 procent in Slovenië tot 80 procent in Bulgarije, maakt het economisch en sociaal onaanvaardbaar dat de prijzen van landbouwprodukten snel stijgen en in de pas komen te lopen met die in de Unie.

Volgens Fishler hebben de onderzochte landen vooral behoefte aan gerichte hulp bij de herstructurering, modernisering en diversifiëring van hun produktiecapaciteit en de aanverwante verwerkingsindustrie. Een beleid gericht op prijs- en inkomensondersteuning is minder noodzakelijk. Daarnaast zal echter veel afhangen van de ontwikkeling van de overige sectoren van de economie.

Volgens het rapport is de recessie in de meeste landen nu echter voorbij. De economische groei voor dit jaar ziet er gunstig uit, behalve voor Hongarije en Roemenië en Bulgarije.

In de tien landen is gemiddeld 25 procent van de beroepsbevolking werkzaam in de agrarische sector tegen 6 procent in de Europese Unie. Gemeten naar het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking slaat Slovenië het beste figuur, met een gemiddelde dat vrijwel gelijk is aan dat van Griekenland, dat momenteel onder aan de Europese welvaartsladder staat. Goede tweede is Tsjechië.

Afgezet tegen de huidige economische ontwikkelingen zouden deze twee landen in het jaar 2010 op respectievelijk 80 en 75 procent van het Europese gemiddelde zitten. De toekomst voor Roemenië en Bulgarije ziet er het minst rooskleurig uit. (ANP)