De nederlaag voltooid

Aan de wortel van alle mislukte goede bedoelingen, diplomatieke concepties, omzwaaien, loze beloften, listigheden, schijnheiligheid, diplomatiek vernuft, zelfvernedering en de rest die het Westen in Bosnië ten beste heeft gegeven, ligt één kolossale vergissing: dat de Westeuropese volken op hun drempel een lange oorlog zouden verdragen. Het is niet mogelijk, binnen de grenzen van een eigen staatkundige eenheid in wording - als we de Europese Unie zo mogen moemen - te gedogen dat zich over een periode van jaren een grootschalige moordpartij voltrekt.

Het gaat daarbij in laatste aanleg niet om de vraag aan welke kant men staat, wie men als daders en wie als slachtoffers beschouwt. Voor Europa overschaduwt het drama zelf het belang en het relatief gelijk van de strijdende partijen. Beschieting en verwoesting van open steden, deportatie (en niet evacuatie) van tienduizenden burgers, massamoorden, dat alles op grond van achterlijke tot misdadige motieven die hier een halve eeuw geleden plechtig zijn afgezworen, alles radicaal in tegenspraak met al onze grondwetten, handvesten en preambules - dat is, zo men wil, de ideële kant van het Bosnisch complex. En de andere: voortgaande afbraak van de Navo; liever gezegd de reductie van 'het machtigste bondgenootschap ter wereld' tot een club van diplomatiek ruziezoekende feitelijk ex-bondgenoten. Ook dat telt al is het niet zichtbaar op de televisie. Van de westelijke macht die de grondslag is voor de westelijke politiek is in de ogen van het volledige belangstellende buitenland niet veel overgebleven. Die hele puinhoop is het gevolg van de illusie dat 'Bosnië' in quarantaine kon worden gehouden. Maar daarvoor zijn de Europese en de westelijke wereld te klein geworden. 'Bosnië' is een onverdraaglijke zweer.

Is er de afgelopen vier jaar een andere keuze geweest? Waren in 1991 en 1992 'de volken' bereid tot het dragen van de kosten aan eigen levens die een ingreep met geweld zou hebben veroorzaakt? De politiek van niet-ingrijpen is mislukt: deze gevolgtrekking mag nu wel worden gemaakt. Althans, er zullen niet veel mensen meer zijn, deskundig of niet, met voldoende cynisme om het Bosnisch panorama als het beste van alle resultaten te beschrijven. Maar geen mens kan bewijzen in welke mate een ingreep toen tot iets beters zou hebben geleid. Als 'de volken' drie tot vier jaar geleden de indruk hebben gewekt dat ze de ingreep wilden, hebben de politici het niet aangedurfd, de proef op de som te nemen. Ze vonden de afstand tussen het zeggen-te-willen en de daad die op het werkelijk willen volgt, te groot. Ze wilden geen 'televisiepolitiek'; geen onherroepelijke daden die voortkwamen uit een verontwaardiging met de duur van een strovuurtje. Ze wilden geen spijt, geen rekening nadat voor een politiek van risico's door anderen de prijs zou zijn betaald.

Is het de schuld van de politici dat ze deze risico's niet durfden te nemen? In deze krant van maandag staat een artikel van Brian Beedham, medewerker van The Economist. Hij weet het antwoord: de politici hebben het gedaan. “Het falend buitenlands beleid van het Westen, en vooral het jammerlijk falen van geest- en wilskracht ten aanzien van Bosnië, zal pas dan worden gecorrigeerd als de bevolking het zware werk van het democratisch proces voor een groter deel op eigen schouders neemt.” Het is niet voor het eerste dat The Economist ruimte geeft aan zo'n zienswijze. Ruim een jaar geleden, nadat de markt in Sarajevo door een mortiergranaat was getroffen - 62 doden - en de luchtmacht van de NAVO tot een van zijn zeldzame acties overging, verscheen in het gezaghebbende weekblad een artikel waarin de anonieme schrijver repte van 'een leerboek, met bloed geschreven'. Daar heeft het Westen toen niets uit opgestoken. In het jaarverslag van het International Institute for Strategic Studies wordt geconcludeerd dat niet alleen in het Westen het politieke leiderschap zwak is ('zoals in Bosnië wordt bewezen') maar dat in de hele wereld de politieke elite wankel op de benen staat.

In het jaarrapport van het I.I.S.S. wordt de Golfoorlog als uitzondering genoemd: het enig bewijs van westeljke vastberadenheid. Beter was het geweest, deze oorlog als het laatste bewijs te beschouwen. Vooral Washington en in het bijzonder president Bush en de Republikeinen is de overwinning welkom geweest. (Thank God, we kicked the Vietnam-syndrome.) De oorlog zelf was buitengewoon impopulair. Dit heeft de volgende Amerikaanse regering een syndroom bezorgd, in die mate dat Washington praktisch van het wereldtoneel is verdwenen. Opheffing van het wapenembargo tegen de Bosnische moslims is de verste stap die op het gebied van de Europese politiek in Washington wordt overwogen, en daarbij ook al een oorzaak van onderlinge ruzie.

Zal, zoals de heer Beedham denkt, het 'jammerlijk falen in Bosnië' pas worden gecorrigeerd als 'de bevolking' het zware werk opknapt? Het rommelt in de publieke opinie van het Westen, zoveel is wel zeker, maar niet voor de eerste keer. Een oproep aan 'de bevolking' om een aanzet te geven tot het klaren van de zaak is een oproep tot revolutie. Is dat ondergronds gerommel daarvoor sterk genoeg? Als er al zo'n revolutionaire aanzet in de bevolking zou zijn om 'het zware werk' op te knappen, is er geen personeel voor. Bosnië, niet als een voortdurend slagveld van strijdende partijen die zich meer of minder 'correct' gedragen (zoals het nu weer, na vijftig jaar wordt genoemd), maar als complex, is de vijand van het Westen, ten eerste omdat het onze politieke beschaving fragmentariseert, ten tweede omdat we door de dagelijkse demonstratie daarvan beseffen wat we waard zijn, en ten slotte omdat we deze demonstratie blijken te verdragen. Het Westen is blijven hangen tussen verwerpen en gedogen. Bij die altijd weer beredeneerde keuze draait het in werkelijkheid uit op gedogen. Dat is de voltooide nederlaag, in alle opzichten.