De marge in Hongkong

CHRIS PATTEN - de achtentwintigste en volgens de planning laatste gouverneur van Hongkong - heeft deze maand een motie van afkeuring in de wetgevende raad van de Britse kroonkolonie overleefd. De kans dat deze motie zou worden aangenomen werd op voorhand al gering genoemd. En als de motie wèl was aangenomen dan zou hij geen directe gevolgen hebben gehad voor de positie van de (benoemde) gouverneur - want zo zijn de verhoudingen in een overzeese bezitting nog altijd wel. Toch markeert het indienen van een motie van afkeuring een nieuwe fase in het proces van aftellen tot 1997, wanneer de soevereiniteit over deze enclave daadwerkelijk wordt overgedragen aan de Volksrepubliek China.

Patten kwam drie jaar geleden naar Hongkong als een politiek zwaargewicht die op de valreep zou proberen te redden wat er te redden viel aan immateriële zaken. Hij heeft vooral geprobeerd om de ruimte voor de vertegenwoordigende instellingen binnen de afspraak met China op te rekken. Het democratisch gehalte van het bestuur is in Hongkong altijd gering geweest en dat zal na de soevereiniteitsoverdracht niet veranderen, maar Patten probeerde de electorale basis althans iets te verbreden. Deze bemoeienis heeft de verhoudingen met het vasteland al zo bekoeld dat Patten sommige gesprekken met Peking inmiddels moet overlaten aan een plaatsvervanger. Zeker aanvankelijk heeft zijn ferme koers de gouverneur binnen de kroonkolonie zelf publicitair geen windeieren gelegd, maar de motie van afkeuring illustreert dat de glans er een beetje af begint te gaan.

DE MOTIE HAD een belangwekkende aanleiding, het eigen Hof voor Hongkong dat na de overgang naar China de bestaande beroepsmogelijkheid in Londen moet vervangen. Patten heeft flink moeten inleveren. Hij kreeg een principetoezegging dat het Hof niet alleen bevoegd zou zijn voor kwesties van handelsrecht maar althans een mogelijkheid zal hebben zich ook uit te spreken over andere aspecten van rechtsbescherming (lees: rechten van de mens). China heeft echter belangrijke voorbehouden gemaakt over de feitelijke rechtsmacht van het Hof en de benoeming van de rechters. Het Hof zal ook niet - zoals oorspronkelijk afgesproken - vóór de overdracht in 1997 worden ingesteld, zodat zelfs maar moet worden afgewacht of het er werkelijk komt.

De marges tijdens de onderhandelingen met China zijn uiteraard smal, maar dat maakt ze nog niet zonder betekenis. Voor de daadwerkelijke ruimte voor de burger onder de voor Hongkong afgesproken formule 'één land, twee systemen' is de rechter niet minder van belang dan de wetgevende raad nieuwe stijl. De overeenkomst met China draagt de sporen van wantrouwen en afkeer tegen onafhankelijke rechtsbedeling. Het enige wat Patten daartegenover kan zetten is de omstandigheid dat het voor hem kiezen of delen was en de hoop dat alsnog bij de nieuwe heersers het inzicht zal doorbreken dat het internationale vertrouwen in Hongkong als economisch centrum gediend is met behoorlijke rechtspraak.

DAT ALTHANS een aantal afgevaardigden deze kwestie hebben aangegrepen voor een motie van afkeuring heeft wellicht ook iets te maken met hun eigen positie. Het is de eerste maal in de geschiedenis van de wetgevende raad dat dit ultieme wapen van de democratie in stelling is gebracht. Dit precedent is dus geschapen. Voor wat het waard is.