Zwevende schoenen voor moeilijke voeten

De mooiste inloopetalage die ik heb gekend, was die van Maison De Vries. Dat was een zaak voor dameskleding in Amsterdam, op de hoek van de Kalverstraat tussen het Spui en het Rokin. De nieuwste uitvinding op het gebied van de etalagekunst waar Maison De Vries zich mee inliet, was de doorzichtige nylondraad. Daarmee kon je de zoom van een rok net even speels omhoog laten wippen. De etalagepoppen stonden niet op gelijke hoogte met de passanten, maar op een flinke verhoging, bekleed als ik me goed herinner met beige vloerbedekking. Daardoor moest je naar ze op kijken - net goed, leken zij in hun ongenaakbaarheid te vinden.

De figuranten waren verdeeld over drie ruimten: twee grote etalages aan weerszijden van de ingang en, dat was vooral het bijzondere, een soort glazen zuil die als een vooruitgeschoven post op de hoek van het pand en de straat stond. Wat er in die zuil stond weet ik niet meer, het zal wel ook zo'n pop zijn geweest met een jurk uit het jaar nul, maar daar gaat het nu niet om. Het was altijd prettig om even van mijn pad af te wijken en om tussen de coulissen van de inloopetalage te vertoeven. In deze terloops aangeboden beschutting was het altijd net even aangenamer - koeler, of warmer - dan op straat, en rustiger. Met één stap opzij kon ik mijn hoedanigheid voor een kort ogenblik veranderen, in plaats van deelnemer werd ik in deze kleine stadsoase heel even toeschouwer. Het was er een eiland, of beter gezegd: een mini-passage. Dat had Maison De Vries goed begrepen en het had tussen die etalages in het banale stadsplaveisel vervangen door een vloer die in de verte aan iets Italiaans deed denken, mozaïek misschien, of granito. Dit alles, nogmaals, uit mijn feilbare geheugen opgediept.

De inloopetalage bestaat bijna niet meer. Al die kostbare vierkante meters! De ware detaillist laat er geen gras over groeien, die worden ingelijfd voor de verkoop. Vele jaren lang heb ik elke keer dat ik langs Maison De Vries kwam gedacht: hoe lang nog. En op een kwade dag geschiedde het. Opheffingsuitverkoop. Voor de mantels en japonnen was het doek gevallen. Nu is daar een kledingzaak gevestigd die er prat op gaat modieus èn goedkoop te zijn - zo goedkoop dat de etalage tot een plaat karton is gereduceerd waar enkele stuks uit het enorm aanbod min of meer met punaises op worden vastgepind.

Gelukkig is er nog de etalage van schoenenzaak Van der Hammen aan de Bilderdijkstraat. Eigenlijk bestaat die net als bij de hierboven genoemde damesmodezaak, uit drie afzonderlijke etalages. Aan de straatkant twee vleugels waarvan de rondingen een poort vormen die de kijker naar binnen geleiden, of in ieder geval naar de verlichte etalage die enkele meters dieper in het pand ligt. Ook hier heeft de 'passage' een eigen, duidelijk afwijkende bestrating gekregen met natuurstenen biezen. De bovenkant van de pui is met hout bekleed, met daartussen langwerpige glas-in-lood bovenlichten; het hout komt nog terug in een smalle rand langs de onderkant van het etalageglas.

Niet alleen het feit dat deze etalage nog bestaat is prettig ouderwets, ook uit de inrichting blijkt dat de winkelier niet achter elke nieuwste rage aanholt. Het produkt, schoenen voor moeilijke voeten, is inderdaad niet modieus van aard, hoewel gezegd moet worden dat het specifieke karakter aan de meeste modellen niet direct valt af te lezen. Analoog aan de nylondraad van Maison De Vries heeft de detaillist zich één lichte noot toegestaan: sommige schoenen staan niet op de glazen plateaus, maar zweven er op doorzichtige plastic standaards even boven.

De etalage wordt met zorg, maar zonder opsmuk ingericht. Als er al wat in verandert zijn het de modellen zelf, en niet de opstelling - die ligt al jaren vast. Komen de klanten vanzelf? Heeft men eigenlijk niet zo'n behoefte aan klanten? Dergelijke ingetogenheid zijn we niet meer gewend. Het valt daarom uit de toon en valt dus op, al zal dat niet de bedoeling van de winkelier zijn geweest. In N.J. v.d. Hammen Schoenen vindt mijn herinnering een waardige opvolger voor Maison De Vries.