SVB: kabinet schat besparing AOW te hoog in

DEN HAAG, 25 JULI. Het verlagen van de AOW voor samenwonende broers en zussen levert het kabinet veel minder geld op dan het denkt. Dit schrijft de Sociale Verzekeringsbank (SVB) in een advies aan staatssecretaris Linschoten (sociale zaken).

De SVB, de organisatie die met de uitvoering van de AOW is belast, schat de besparing ten gevolge van deze maatregel op 72 miljoen gulden in 1998. Het kabinet is in het wetsvoorstel dat vorige week naar de Tweede Kamer werd gestuurd uitgegaan van een opbrengst van 130 miljoen.

Een verklaring voor dit verschil is onder meer dat het ministerie van sociale zaken zich baseert op cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek over het aantal samenwonende broers en zussen boven de 65 en de SVB naar de jongste gegevens uit haar eigen bestand heeft gekeken.

De maatregel van het kabinet betekent dat in de toekomst samenwonende bloedverwanten in de tweede graad (zoals broers en zussen) een AOW-uitkering van ieder 50 procent van het minimumloon krijgen; nu is dat nog 70 procent. Voor samenwonende bloedverwanten die volgend jaar AOW-gerechtigd worden gaat deze maatregel direct in. Voor degenen die al AOW ontvangen wordt de uitkering geleidelijk verlaagd, met ingang van 1997 in vier halfjaarlijkse stappen. Om rechtsongelijkheid te voorkomen wil de SVB aan deze overgangsmaatregelen nog sleutelen.

De korting op de uitkering van samenwonende bloedverwanten is een maatregel die het kabinet trof als alternatief voor een eerder voornemen met de AOW. In het regeerakkoord kondigde het kabinet nog aan dat de AOW zou worden verlaagd voor 65-plussers met een jongere partner. Dit plan stuitte op zoveel maatschappelijk verzet dat binnen de 'paarse coalitie' naar een andere oplossing werd gezocht. De AOW vormt een belangrijk onderdeel van de bezuinigingen op de sociale zekerheid die het kabinet in petto heeft.

Behalve de korting voor de samenwonende bloedverwanten heeft het kabinet op aandrang van de regeringsfracties besloten de periode te bekorten waarin de AOW na overlijden nog aan de nabestaanden wordt doorbetaald. Die periode moet volgens het kabinet worden beperkt tot twee maanden ingaande de dag van het overlijden; nu geldt als periode van doorbetaling de lopende maand en de periode daarna. Dat levert in 1998 een beparing van 65 miljoen op.

De SVB stelt om technische redenen een wijziging voor: doorbetaling van de lopende maand en anderhalve maand daarna.