Ministerie van justitie onderzoekt bloedzaak

DEN HAAG, 25 JULI. Het ministerie van justitie gaat onderzoeken of de nalatigheid van de overheid die leidde tot besmetting van hemofiliepatiënten met het aids-virus aanleiding is tot strafrechtelijke stappen.

Justitie heeft bij het ministerie van volksgezondheid, welzijn en sport “alle relevante stukken” opgevraagd over de toedracht van de zaak, die vorige week naar buiten kwam in een rapport van de Nationale Ombudsman.

Uit het onderzoek van de ombudsman bleek dat de overheid - het toenmalige departement van WVC - in het midden van de jaren tachtig niet alert heeft gereageerd toen duidelijk werd dat hemofiliepatiënten het risico liepen besmet te raken met het virus dat aids veroorzaakt. Ongeveer 170 patiënten werden tussen 1979 en 1985 besmet doordat zij donorbloed van hiv-dragers kregen. Bij 55 van hen werd later aids vastgesteld. Dertig personen zijn inmiddels overleden. Minister Borst (volksgezondheid) erkende vorige week dat de overheid in gebreke is gebleven toen de risico's duidelijk werden.

Niet bekend

Als zij voldoende redenen voor het instellen van een strafrechtelijk onderzoek ziet kan minister Sorgdrager het openbaar ministerie daartoe opdracht geven. “Het betreft vooralsnog een zaak waarin het ene departement het andere bekijkt”, aldus de Justitie-woordvoerder.

De Nationale Ombudsman zei naar aanleiding van zijn onderzoek dat producenten van bloedprodukten, behandelaars, bloedbanken en het Centraal Laboratorium van de Bloedtransfusiedienst de signalen over besmet bloed onvoldoende hebben opgepakt.

Pagina 2: 'Overheid was laat met de controle van bloedprodukt'

Begin jaren tachtig werd ontdekt dat sommige bloedprodukten waren besmet met het hivvirus. Omdat uit 'het veld' volgens de Nationale Ombudsman, mr. drs. M. Oosting onvoldoende initiatieven kwamen, had de overheid eerder haar verantwoordelijkheid moeten nemen.

Het duurde te lang voordat de verplichting tot verhitting van bloedprodukten, waarmee het hiv-virus onschadelijk wordt gemaakt, werd vastgelegd in het zogeheten Norm Registratie Document (NRD).

Hoewel het toenmalige Rijkscontrole Laboratorium in 1985 al was overgegaan tot hittebehandeling van al zijn bloedprodukten, duurde het nog tot 1 januari 1988 totdat het NRD in werking trad. Maar dat gebeurde niet overal. Zo was de bloedbank in Nijmegen eind 1990 nog steeds niet klaar met de invoering van de hittebehandeling.

Ook bleek dat het ministerie van WVC begin 1986 niet op de hoogte was van de risico's van een Amerikaans bloedprodukt. Hoewel al in 1986 in een artikel van het Academisch Medisch Centrum in het toonaangevende Engelse medische tijdschrift The Lancet werd geschreven dat het 'hittebehandelde' produkt van het Amerikaanse bedrijf Armour tot een geval van besmetting met het aids-virus had geleid, duurde het nog tot 1988 voordat het departement besloot het produkt uit de markt te halen.

In de door de Ombudsman onderzochte periode berustte de politieke leiding op het departement van WVC bij de CDA'er Brinkman en diens staatssecretarissen Van der Reijden (CDA) van 1982 tot 1986, en Dees (VVD) van 1986 tot 1989.

Onder meer in Frankrijk zijn verschillende personen, onder wie ook politici, vervolgd wegens nalatigheden bij de bloedtransfusies aan hemofiliepatiënten in dezelfde periode. De directeur van het Nationale Centrum voor Bloedtransfusie in Parijs en het hoofd van de bloedtransfusiedienst werden tot vier jaar gevangenisstraf veroordeeld, maar zijn inmiddels op vrije voeten.