Met amper zes broodsoorten redt Volmolen het niet meer

EPEN, 25 JULI. Het is stil geworden op de weelderig met bloemen versierde hof van de 80-jarige Sjef Brauers in Epen in het Zuidlimburgse Mergelland. De schoepen van de molen aan het riviertje de Geul scheppen geen water meer, de molenstenen malen niet meer. De Volmolen, die tot oktober vorig jaar nog het visitekaartje was van de Vereniging Natuurmonumenten, is buiten gebruik. Toeristen vinden de rode deuren gesloten. Sjef Brauers, die ooit eigenaar van de molen was, is er een beetje verdrietig van: “Er kwamen hier per jaar duizenden mensen.”

In 1977 was de Volmolen in wat E. Heimans, de kenner bij uitstek van het Krijtland, eens noemde de 'ultima thule' (de uithoek der aarde), een van de drie paradepaardjes van Natuurmonumenten. Deze vereniging was toen een actie gestart voor het behoud van het Geuldal. Als verslaggever van deze krant herinner ik me nog het feestgedruis dat ermee gepaard ging. Oud-EEG-commissaris P. Lardinois, toen topman bij de Rabobank en Epenaar van geboorte, was erbij als eregast. Het rook in en rond de molen naar graan en naar stof. Er hing de reuk van het Limburg van vroeger. Van het land van meidoornhagen, holle wegen, drassige weilanden, graften (terrasvormige landbouwgronden) en van mergel en carboon. Er was met roomboter besmeerd brood van meel van de molen. Dat was brood dat “stopt” en waar je dag lang op kon teren.

Leden van het gilde 'Echte Bakker' hadden zich garant gesteld voor de afname van het meel. Ze verkochten met zekere trots wat werd genoemd: 'Het bruin van de molen'. Van de opbrengst gaven ze een deel aan Natuurmonumenten. Er was een stichting De Volmolen opgericht die de molen huurde van Natuurmonumenten en die de exploitatie op zich had genomen. Er werd een molenaar aangesteld in de persoon van Sjaak Vrehen, lid van het Ambachtelijke Korenmolenaarsgilde.

Voorzitter M. Geurts van de stichting: “Het is jammer, maar het is niet anders. We hadden de keuze tussen failliet gaan of de exploitatie stoppen.” De Echte Bakkers lieten het steeds meer afweten. Waar de Volmolen in zijn hoogtijdagen 440 ton meel per jaar afleverde, was dat allengs teruggelopen tot 200 ton. De bakkers van vandaag moeten, willen ze hun klandizie niet kwijtraken, ten minste 25 verschillende soorten brood aanbieden. De Volmolen maalde zes soorten broodmeel van rogge en tarwe tot bloem. Dankzij de welwillendheid van Natuurmonumenten, die het innen van de huurpenningen even opschortte, kon nog tot oktober vorig jaar worden doorgegaan. De laatste molenaar werd ontslagen en werkt nu in een heel wat prozaïscher broodfabriek elders in Limburg.

De Volmolen - de naam komt van 'vollen', dat wil zeggen het vervilten van weefsel - werd twee keer door band verwoest, de laatste keer in 1973. In de oorlog was ze toevluchtsoord voor joden en verzetsmensen, onder wie de Epense kapelaan Houben, die later in een concentratiekamp omkwam. In haar boek 'Bericht aan hare majesteit' schrijft de uit Epen afkomstige Rosalie Sprooten hoe onderduikers zich op onbewaakte ogenblikken wasten in het water van de Geul.

De stichting De Volmolen studeert nog op mogelijkheden om de molen een dag in de week, bijvoorbeeld op de zaterdag, te laten draaien, maar dan moet er een molenaar worden gevonden en die zijn vandaag de dag dun gezaaid, ook in dit ultima thule.