Mazowiecki: 'barbarij' van Serviërs in Srebrenica

TUZLA, 25 JULI. De Bosnische Serviërs hebben zich vorige week na hun verovering van Srebrenica “op enorme schaal schuldig gemaakt aan barbaarse daden en terreur”. Dat heeft gisteren Tadeusz Mazowiecki gezegd, de speciale VN-gezant voor de mensenrechten in ex-Joegoslavië.

Volgens Mazowiecki moet door nader onderzoek nog worden vastgesteld hoe omvangrijk de schendingen van de mensenrechten in Srebrenica zijn geweest. Maar, zo zei hij, er zijn “precieze inlichtingen” die erop wijzen dat de schendingen “op enorme schaal” zijn gepleegd. Er worden volgens hem nog steeds zevenduizend (van de 42.000) vluchtelingen uit Srebrenica vermist.

Mazowiecki zei dat uit het gebeurde in Srebrenica een beeld naar voren komt van “schendingen van de mensenrechten op zo'n enorme schaal dat ze alleen als barbaars kunnen worden omschreven: aanvallen op de burgerbevolking, moord, verkrachting en martelingen, zoals het afsnijden van neus en oren”. Hij hekelde de Bosnische Serviërs voor hun weigering om zijn onderzoekers en het Internationale Rode Kruis en andere hulporganisaties toegang te verlenen tot het gebied rondom Srebrenica, waar ze duizenden mannen uit Srebrenica hebben achtergehouden.

De vroegere Poolse premier zei te vrezen dat nalatigheid van de internationale gemeenschap ten aanzien van Zepa tot soortgelijke gebeurtenissen in die enclave zal leiden. “De beslissingen van [de conferentie van] Londen zijn niet erg gedetailleerd”, aldus Mazowiecki. “Ik wil daarover mijn diepste verbittering uitspreken.” (AFP)