Kink in de kabel van Tsjetsjenië-overleg

GROZNY, 25 JULI. Russische en Tsjetsjeense onderhandelaars zijn er gisteren niet in geslaagd overeenstemming te bereiken over een politiek akkoord waarmee een eind moet worden gemaakt aan de oorlog in Tsjetsjenië.

De onderhandelaars ondertekenden zondag een militair akkoord en hadden gisteren een politiek akkoord moeten tekenen. Maar op het laatste moment liepen de besprekingen vast. Een van de Russische onderhandelaars, Arkadi Volski, zei dat “de atmosfeer [op het overleg] is verslechterd”, volgens hem vooral als gevolg van de bezwaren die de Tsjetsjeense president, Doedajev, eind vorige week heeft geuit. Doedajev hield toen vast aan het zelfbeschikkingsrecht van de Tsjetsjenen en zei dat Tsjetsjenië een onafhankelijke en soevereine staat is. Het overleg in Grozny kan - zo zei Doedajev - “niets” opleveren wegens “de haarkloverijen” waarin het is verzand.

De Tsjetsjeense delegatieleider, Oesman Imajev, klaagde gisteren dat het overleg steeds vastloopt wanneer de Russische afgevaardigden nieuwe instructies van de leiding in Moskou krijgen. “Dan verandert hun standpunt en dat compliceert het werk”, aldus Imajev. Een andere Tsjetsjeense onderhandelaar klaagde over de “druk” die de Russen tijdens het overleg uitoefenen.

Volgens de leider van de Russische onderhandelingsdelegatie, Vjatsjeslav Michailov, is het overleg vastgelopen op de kwestie van de vorming van een interim-regering die Tsjetsjenië zou moeten besturen tot in de herfst verkiezingen worden gehouden. Volgens Michailov liggen er zeven opties voor zo'n interim-bestuur op tafel, maar kon geen keus worden gemaakt. Michailov zei tevens dat het debat over de constitutionele status van Tsjetsjenië niet langer gaat over de vraag of Tsjetsjenië onafhankelijk moet zijn dan wel deel moet uitmaken van de Russische Federatie, maar over “de details over de rol [van Tsjetsjenië] binnen Rusland”. Tsjetsjenië, zei hij, “maakt deel uit van de Russische Federatie”. Dit werd echter tegengesproken door Imajev, die zei dat de status van Tsjetsjenië nog wel degelijk onderwerp van gesprek is. (Reuter, AP)