Kamer bindt vredesmissies aan striktere voorwaarden

DEN HAAG, 25 JULI. De Tweede Kamer is niet van plan Nederlandse militairen in de toekomst uit te zenden op vredesmissies als zij niet voldoende worden beschermd en hun opdracht niet duidelijk uitvoerbaar is.

Op deze manier sturen we de jongens niet meer naar brandhaarden. Dat is de overheersende mening van de Kamerleden die gisteravond terugkeerden uit Bosnië. Nog deze week wil de Kamer van het kabinet een brief over de terugtocht uit 'het veilige gebied' Srebrenica. In augustus volgt een debat met de regering over de Nederlandse rol in Bosnië en de gevolgen van de aftocht voor deelneming aan toekomstige vredesoperaties.

De Kamerleden komen niet terug op de verantwoordelijkheid die zij zelf bij uitzending hebben genomen maar de les van Srebrenica is wel dat de Kamer meer eisen zal stellen aan taak, uitrusting en bescherming van Nederlandse eenheden in de toekomst. “Het Nederlandse bataljon heeft gedaan wat het kon, maar het is in een tragedie geëindigd. Dat moeten we beseffen”, aldus De Hoop Scheffer (CDA).

Zondag reisden vijf Kamerleden mee met minister Voorhoeve (defensie) om in Zagreb aanwezig te zijn bij het feestelijke onthaal voor Dutchbat. Zij stonden symbool voor de eensgezindheid tussen regering en parlement bij het uitsturen van Nederlandse militairen. Maar bij hun terugkomst blijkt dat alle grote partijen grondig willen nagaan aan welke vredestaken Nederland nog wel en aan welke het niet meer zal deelnemen, voordat zij in de toekomst akkoord gaan met uitzending.

Immers, in het geval van Srebrenica werd behalve het ministerie van Defensie ook het VN-commando zelf overvallen door de gebeurtenissen. De oostelijke enclaves waren in de ogen van de VN en de Nederlandse defensiestaf van het begin af aan niet te verdedigen. Maar waarom, zo vraagt men zich nu in de Tweede Kamer af, werd dan wel de illusie gewekt bij de bevolking dat zij beschermd zou worden?

Valk (PvdA): “In de toekomst zullen we er beter op moeten toezien dat een organisatie waartoe je behoort, ook in staat is om degenen die je moet beschermen en je eigen troepen te beveiligen als de situatie verandert. We hadden veel eerder het luchtwapen moeten gebruiken en ook moeten eisen dat er voldoende manschappen waren voor de 'veilige gebieden'.”

Hoekema (D66): “Misschien hadden we wat moediger moeten zijn bij de bewapening. Nu wilden we geen aanstoot geven en was lichte bewapening voldoende. In de toekomst moeten we daar geen boodschap aan hebben.”

Korthals (VVD) wijst erop dat zijn partijleider Bolkestein op 17 juni al heeft gevraagd of Nederland in Bosnië moet blijven als er zo weinig uitzicht is op een politieke oplossing en de wil daartoe bij de strijdende partijen ontbreekt.

Pagina 3: Fracties verbazen zich over bewapening andere VN'ers

Er moet volgens Korthals sprake zijn van een duidelijk militair en politiek concept van VN en NAVO en daar dient men zich dan aan te houden.

De Hoop Scheffer (CDA): “Nu ter bescherming van honderdduizenden onschuldige burgers de vredesmacht neutraliteit gaat verliezen en zij gedwongen wordt harder militair in te grijpen omdat de folteraar het in Europa niet voor het zeggen mag hebben, wordt ook duidelijk dat zo'n vredesmissie zich niet verdraagt met de louter humanitaire taak.”

In juni waarschuwde Th. van den Doel (VVD) dat bij vredesbewaarders de blauwe baret vaker vervangen zal worden door een groene helm. De bewapening van VN-troepen dient ondanks de neutrale status superieur te zijn aan die van de strijdende partijen. Niet de Veiligheidsraadsresoluties op papier tellen maar de wijze waarop blauwhelmen ter plaatse inhoud geven aan het verkregen mandaat, aldus Van den Doel. Hij ging niet in op de vraag hoe dat in de toekomst in een geval als Srebrenica moet, waar de lichtbewapende Nederlanders omsingeld waren door vijandige stellingen.

Zaterdag hekelde de chef defensiestaf, generaal H. van den Breemen, in deze krant het gebrek aan politieke consensus. “ Te vaak is in Joegoslavië een grote mond opgezet die vervolgens niet waar gemaakt kon worden. (...) Door de proliferatie van wapens krijgt de VN steeds meer te maken met zwaar bewapende partijen. Dit heeft vergaande consequenties voor opdracht, sterkte en samenstelling van eenheden en uitrusting.”

Al in het verleden heeft met name de VVD gewezen op de te lichte uitmonstering van de Nederlandse militairen in Bosnië. Maar al onder minister Ter Beek (defensie) en daarna onder Voorhoeve was het steevaste antwoord dat zij voldoende was. Nooit is in de Kamer of elders de vraag beantwoord waarom andere VN-vredesbewaarders in Bosnië wel zwaarder bewapend waren en de Nederlanders niet. Had dat soms te maken met het feit dat tankbestuurders meestal dienstsplichtigen waren die uitzending konden weigeren, zo vraagt men zich nu af. Ook werd niet stilgestaan bij de vraag wat er in de situatie van een offensief binnen de VN geregeld was om de uiterst lichtbewapende 'vredesbewaarders' in nood bij te staan? Alleen uitstel van luchtsteun?

Bevelhebber H. Couzy klaagde herhaaldelijk dat de situatie in het voormalige Joegoslavië te gevaarlijk was voor zijn mannen. Maar als hem door Kamerleden tijdens geheime briefings de pin op de neus werd gezet, ging hij altijd akkoord met de nieuwe inzet. Tegenover de minister van defensie en tegenover de Kamerleden verklaarde hij bij herhaling dat hij zijn eerdere uitspraken zo niet had bedoeld.

Over dat soort dubbelzinnige signalen wil de Kamer meer duidelijkheid hebben. Bij CDA en VVD vraagt men zich ook af of Nederland troepen moet aanbieden aan de Verenigde Naties nog voordat duidelijk is of de VN wel een beroep op Nederland willen doen, zoals nu het geval is met twee compagnieën Limburgse Jagers.

De Tweede Kamer is zich bewust van het dilemma van Defensie dat inzet noodzakelijk maakt. De laatste maanden is voor miljarden nieuw materieel aangeschaft, onder meer voor gevechtshelikopters, opknappen 114 F-16's, bouw twee luchtverdedigingsfregatten, onbemande vliegtuigjes die 70 kilometer vooruit kunnen kijken. Volgens de Prioriteitennota moet Nederland op vier plaatsen tegelijk aan vredesoperaties een bijdrage kunnen leveren nu het vijandsbeeld dichter bij huis vervaagt. Daarom is de modernisering van de krijgsmacht in gang gezet.

Wil Defensie bij de omvorming naar een beroepsleger slagen als een moderne werkgever, dan moeten de beelden uit advertenties (vaak nogal Camel-achtige avonturen) ook werkelijkheid worden. Ook de Kamer is zich daaarvan bewust, maar volgens Van den Doel mag het niet zo zijn “dat louter alleen een verzoek aan Nederland om de internationale rechtsorde te helpen beschermen en de toevallige beschikbaarheid van militaire middelen de doorslag geven”.

Eind van het jaar zal de regering de prioriteiten bij inzet van Nederlandse militairen (twee fregatten, 12 F-16's, 1200 militairen van landmacht, luchtmacht en mariniers) opnieuw bezien. De Kamer neemt daar in augustus een voorschot op.