In Bihac kruisen belangen moslims, Kroaten en Serviërs

Zepa is gevallen. Maar belangrijker voor het verloop van het conflict in ex-Joegoslavië is de strijd die sinds midden vorige week aan het andere eind van Bosnië woedt: in Bihac, de strategisch belangrijke enclave in het noordwesten van Bosnië. De enclave werd vorige week woensdag door Kroatische Serviërs binnengevallen vanuit het westen; vanuit het zuidoosten door de Bosnische Serviërs en vanuit het noorden door de troepen van de met de Serviërs verbonden moslim-rebel Fikret Abdic.

Sindsdien hebben de aanvallers tien procent van de enclave - sinds 1993 een van de zogenoemde 'veilige gebieden' - veroverd, drie- tot vijfduizend mensen op de vlucht gedreven en twintig procent van de oogst buitgemaakt in een gebied waar 180.000 ingesloten moslims al maandenlang met hongersnood kampen: in wezen in Bihac al geruime tijd een uitgehongerd getto, van alle kanten ingesloten door Servische troepen en de moslim-rebellen van Abdic, die konvooien tegenhouden en de moslims voortdurend beschieten.

Als Bihac valt (of dreigt te vallen) komt het tot een escalatie van de oorlog. Kroatië heeft laten weten niet te zullen toestaan dat Bihac door de Serviërs wordt ingenomen.

De enclave is voor Kroatië van het grootste belang. Als Bihac in handen van de Bosnische Serviërs valt, is het voor Zagreb nòg moeilijker de Kroatische Serviërs in hun aangrenzende, eenzijdig uitgeroepen 'Servische Republiek Krajina' (RSK) aan te pakken. Na de val van Bihac zouden de gebieden van de Bosnische en Kroatische Serviërs naadloos op elkaar aansluiten. Dat betekent dat de beoogde 'vereniging' van die gebieden in één staat zou worden vergemakkelijkt, dat het militaire bondgenootschap van de Kroatische en Bosnische Serviërs nieuwe inhoud zou krijgen en dat de Kroatische Serviërs zonder problemen vanuit Servië en de 'Servische Republiek' in Bosnië kunnen worden bevoorraad met wapens, munitie, brandstof en troepenversterkingen. De spoor- en wegverbindingen van Servië via Banja Luka in Noord-Bosnië naar Knin, de hoofdstad van de RSK, lopen via Bihac. Die open verbinding is voor de Kroatische Serviërs des te belangrijk na het verlies, eerder dit jaar, van West-Slavonië, dat door de Kroaten in een bliksemoffensief werd ingenomen.

De inname van West-Slavonië door de Kroaten illustreerde de militaire zwakte van de Kroatische Serviërs. Die hebben zich sindsdien versterkt. Zeker vierduizend (volgens Zagreb zelfs 8.500) in Belgrado geronselde Serviërs zijn naar Knin gestuurd. Belgrado verleent de Serviërs in hun belegering van Bihac op nog andere manieren hulp: aan de kant van de Kroatische Serviërs wordt de belegering van Bihac geleid door generaal Mile Mrksic, tot mei in Belgrado plaatsvervagend stafchef van het Joegoslavische leger. De Bosnisch-Servische aanvallers worden geleid door generaal Manojlo Milovanovic, die eveneens tot voor kort bij het Joegoslavische leger diende. De commandant van de Kroatische Serviërs in West-Slavonië, Harambasic, was eveneens een Joegoslavische overste.

Daaruit blijkt wel dat de inname van Bihac voor de Bosnische en Kroatische Serviërs van het grootste belang is. Voor de Kroaten is die inname een spookbeeld. Het gevaar was voor de Kroatische leiding vorige week zaterdag reden het in 1992 gesloten maar nooit uitgevoerde militaire pact met Bosnië nieuw leven in te blazen: in Split kwamen de hoogste politieke en militaire leiders van Kroatië en Bosnië overeen de samenwerking te intensiveren. Duidelijk is dat daarbij afspraken zijn gemaakt over de voorwaarden en het tijdstip waarop Kroatië in Bihac tussenbeide zal komen als het Vijfde Leger, dat de enclave verdedigt, het niet redt. Kroatië heeft al geruime tijd geleden troepenversterkingen samengetrokken langs de grenzen van de RSK en algemeen wordt rekening gehouden met een nieuw Kroatisch offensief tegen de Kroatische Serviërs.

In de enclave bevinden zich 1280 Bengaalse blauwhelmen. Het Vijfde Leger beschikt bij de verdediging van de enclave over tienduizend militairen, maar inmiddels is de hele volwassen mannelijke bevolking gemobiliseerd. De Bosnische Serviërs en Abdic beschikken bij hun aanval (volgens de VN) over elk 4.500 man, de Kroatische Serviërs (volgens Zagreb) over 9.500 man, die niet alleen een groot overwicht hebben op het gebied van de artillerie maar ook, in weerwil van het vliegverbod, helikopters inzetten.