Geschiedenis op maat

Esprit No.213 juillet 1995. Prijs 44,20 gulden. 212 rue Saint-Martin 75003 Parijs

Paul Thibaud analyseert in Esprit de laatste toespraak die François Mitterrand hield voor zijn aftreden als president van Frankrijk, op 8 mei 1995 in Berlijn. Op de officiële herdenking van de val van Berlijn bestond Mitterrand het een beschrijving te geven van Frankrijks wedervaren in de Tweede Wereldoorlog, zonder daarbij ook maar éénmaal de naam te noemen van De Gaulle, die tegen het defaitisme en de Duitse vazalstaat van 'Vichy' in 1940 de voortgaande militaire campagne tegen Duitsland bepleitte en zodoende leider werd van de Franse bevrijding in 1944.

Thibaud plaatst deze toespraak van Mitterrand tegen de onthullingen over Mitterrands oorlogsverleden van vorig jaar: dat hij in de jaren dertig in Parijs in een extreem-rechts milieu verkeerde en zelfs had deelgenomen aan een antisemitisch getinte demonstratie, dat hij in Vichy-Frankrijk een hoge ambtelijke post had bekleed en na de oorlog jarenlang dikke maatjes was met René Bousquet, die in het bezette Parijs voor de Duitsers leiding had gegeven aan razzia's tegen joden.

Het merkwaardige van die onthullingen was vorig jaar dat ze met medewerking van Mitterrand tot stand waren gekomen. Thibaud brengt ze met de toespraak van de president in Berlijn in verband en concludeert dat het vermoedelijk gaat om een bewuste poging Mitterrands eigen, weinig heroïsch gedrag in de Tweede wereldoorlog tot de nieuwe norm voor historische acceptabiliteit te maken. Mitterrand moet De Gaulle hebben gehaat, en lijkt op het einde van zijn loopbaan en zijn leven alles op alles te hebben gezet om nog over het graf heen, de generaal te beroven van zijn faam, de man te zijn geweest die in 1940 en later beter dan allen wist, wat Frankrijk nodig had.

Erg geslaagd lijkt Mitterrand overigens niet in die opzet. In het publieke debat na de onthullingen van vorig jaar kwamen allerlei aspecten van het Vichy-bewind aan de oppervlakte die meer wezen in de richting van 'Vichy' als een authentieke fascistische staat van eigen Franse bodem, dan van een soort Franse verzetsstrategie in het licht van een Duitse overwinning. Wat de zieltogende Franse president vermoedelijk heeft bedoeld als een historische verzoening tussen zijn eigen defaitisme in de oorlogsjaren en de mythen van het Franse verzet, lijkt uitgelopen op een schaamtevolle episode die vooral zijn eigen nagedachtenis bezoedelt.

Verder in dit bijzonder leesbare nummer van Esprit onder andere essays over de reclamecampagnes van Benetton, de modernisme-discussies in Japan en een beschouwing over het werk van de historicus Alain Corbin.