Den Haag toont afgewogen keuze uit collectie Mesdag

Tentoonstelling: De Collectie Mesdag op bezoek. T/m 27 aug in Haags Historisch Museum, Korte Vijverberg 7. Di-vr 11-17u, za en zo 12-17u.

Liefhebbers van 19de-eeuwse schilderkunst komen deze zomer aardig aan hun trekken. Het Utrechtse Centraal Museum heeft een groot deel van de collectie Van Baaren uit het depot gehaald en in Den Haag is een selectie 19de-eeuwse Nederlandse en Franse kunst uit de verzameling van H.W. Mesdag te zien. Deze tentoonstelling is een beetje een 'moetje'. Het eigenlijke onderkomen van de collectie aan de Laan van Meerdervoort sloot in 1992 tijdelijk haar deuren. Het in 1887 door de Mesdag opgerichte museum had na een forse opknapbeurt een feestelijke heropening moeten beleven in het Mesdag-jaar 1995. Maar de werkzaamheden hebben vertraging opgelopen en de heropening staat nu voor najaar 1996 gepland. Het Haags Historisch Museum, waar eerder dit jaar al schetsen van Mesdag te zien waren, bood uitkomst en exposeert een afgewogen keuze uit de collectie.

Op een door Willy Martens geschilderd portret blikt de collectioneur - potlood in de hand, gouden horlogeketting strak over de dikke buik - vermoeid de zaal in. Hendrik Willem Mesdag (1831-1915) is vooral bekend geworden als schilder van zee- en strandgezichten met schepen. Daarnaast was hij een enthousiast verzamelaar. In zijn studiejaren in Brussel maakte hij kennis met de school van Barbizon: schilders die zich aan het jachtige stadsleven onttrokken en hun onderwerpen zochten in de bossen van Fontainebleau. De Franse bos- en heide-tafereeltjes met onbekommerde boeren, koeien en schapen vonden veel navolging. In Nederland zochten schilders hun Fontainebleau in eerste instantie in de landelijke streken van Oost-Nederland. De visserstaferelen van Jozef Israëls hadden al duidelijk gemaakt dat pittoreske armoede ook dichter bij huis te vinden was.

De schilders van de Haagse School - Mesdag zèlf voorop - vonden in het vissersdorp Scheveningen een dankbare inspiratiebron. Mesdag kocht ondertussen veel werk van collega's en tijdgenoten. Daarbij maakte hij geen kwalitatief onderscheid tussen de Franse en Nederlandse schilders; in het museum dat hij naast zijn woonhuis inrichtte, werden de nationaliteiten dan ook niet van elkaar gescheiden. Op de huidige tentoonstelling winnen de Nederlanders het zelfs van hun Franse voorbeelden.

Tot de beste werken behoren een vroeg schilderijtje van Isaac Israëls, waarin de toeschouwer een groepje militairen tijdens trompetles betrapt, en een vlot gepenseelde 'Ezelstandplaats aan het Scheveningse strand' door Anton Mauve; een tafereel waar de lome zomerwarmte vanaf straalt.

Als deze schilderijen in de loop van 1996 permanent te zien zijn in het verbouwde museum aan de Laan van Meerdervoort, zal de expositieruimte fors zijn toegenomen. Dat is ook nodig, want de collectie is de afgelopen jaren door nieuwe aankopen en bruiklenen uitgebreid. Met het door de Rijksgebouwendienst beschikbaar gestelde bedrag van 5,2 miljoen gulden kon het belendende pand - het voormalige woonhuis en atelier van de schilder - worden aangekocht en gerenoveerd. Ronald de Leeuw, die als directeur van het Amsterdamse Van Gogh Museum tevens de Mesdag-collectie beheert, verzekerde op de opening van de expositie dat de opvattingen van Mesdag bij deze verbouwing gerespecteerd zullen worden.