De blauwdruk van een boomtown

HOOFDDORP. Het is erg heet in Hoofddorp. De lucht is wijd en strak blauw, en dit is het centrum van het dorp. Een ruime rotonde waar auto's en fietsers omheen cirkelen. In het midden is een fontein aangelegd. Dertig waterstralen priemen de lucht in. Het zijn niet zomaar een paar slordige spuiters, het is een keurige kring, en alle stralen komen precies even hoog. Vanaf het terras van hotel-restaurant De Beurs is dat goed te zien. De stralen fonkelen in de zon en steken mooi af tegen de donkere gevel van de gereformeerde kerk aan de overkant. Als er nu witte letters door het beeld gingen lopen, zouden we tenminste zeker weten dat we in een Amerikaanse televisieserie zijn beland.

“Nu is dit nog het centrum”, zegt Theo Baart. “Maar er komt een dag dat de aankomst- en vertrekhal van Schiphol het centrum is.” Baart (37) is fotograaf en hij heeft een passie voor Hoofddorp. Hij is er opgegroeid, in de jaren zestig en zeventig, toen Hoofddorp nog 6000 inwoners had. In die jaren was nog goed te zien dat het dorp aan de tekentafel was bedacht. Je had de Hoofdweg, je had een weg die de Hoofdweg kruiste en Kruisweg heette, en nog een paar wegen.

Na de drooglegging van de Haarlemmermeer (1852) werd dit hoofddorp van de polder gebouwd, en vestigden avontuurlijke boeren zich in het nieuwe gebied. Ze namen hun eigen boerderijtypen mee: stolphoeves, kop-romptypes, het Friese type, je kunt ze hier vlakbij mainport Schiphol nog vinden.

In 1979 werd Hoofddorp aangewezen als groeikern. Sindsdien wordt op de bodem van de vroegere binnenzee de ene na de andere nieuwbouwwijk aangelegd. Tweeënvijftigduizend inwoners telt Hoofddorp nu, en het eind is nog lang niet in zicht.

Baart begon foto's te maken. Eerst voor zijn eindexamen van de academie, toen voor een boekje, daarna voor een opdracht, en nu eigenlijk voor zichzelf, geholpen door een werkbeurs van het ministerie van OCW. Hij fotografeert mensen, gebouwen, interieurs en landschappen, en op den duur is hij gaan begrijpen waarom hij dat doet.

Het zijn de twee werelden die hier over elkaar heen gelegd worden. In Hoofddorp geldt het recht van het nieuwste: alles wat oud is, moet weg. De meeste boeren voorzien nu in hun onderhoud door steeds weer een stukje grond te verkopen. Over de plattegrond van Hoofddorp is de blauwdruk van Boomtown gelegd, en alles wat herinnert aan vroeger wordt gezien als een hinderlijk overblijfsel. Hoofddorp is opnieuw begonnen en maakt schoon schip. Je kunt geen vooroorlogs gebouw zien of er staat wel een hek om heen, met een bordje van de aannemer die daar binnenkort gaat slopen.

We lopen naar een solide hoekhuis, bouwjaar 1920 of daaromtrent. De dokter woonde er, maar toen die weg was kwam het in handen van een projectontwikkelaar. De ruiten werden ingegooid, er kwamen planken voor de ramen en het stijlvolle herenhuis was plotseling een sloopobject.

Baart zet een statief op de hete stoep en schroeft zijn technische camera vast. Hij fotografeert het huis voor de laatste maal. “Ik denk dat de vrachtauto's voor het nieuwe winkelcentrum de bocht liever iets ruimer hebben. Dit huis staat ze gruwelijk in de weg.”

Er is nog een huis waar Baart even langs moet. Je ziet het bijna over het hoofd, het is een houten stulpje, overwoekerd door onkruid en klimop. Baart laat de foto zien die hij in 1982 van het interieur maakte. Het is de huiskamer van een pionier: karige inrichting, een grote kachel op de houten vloer, een paar stoelen. Nu is het huisje in elkaar gezakt en overhoop gehaald. Baart maakt zijn foto door het Heras hekwerk heen. We lopen verder, en we stoppen even bij een monumentaal schoolgebouw dat er binnenkort ook aangaat.

Het is geen nostalgie die hem drijft, vertelt Baart. 't Is meer een soort verbazing - dat mensen in staat zijn in een paar jaar af te rekenen met hun verleden. “Dat is toch fenomenaal?” Daarom stelt hij ook veel belang in de huizen, de winkels en de mensen die voor het oude in de plaats komen. Als hij de laatste resten oud Hoofddorp heeft gefotografeerd, gaat hij weer verder met het vastleggen van het nieuwe. Want wat hem zo interesseert, dat is de vraag “wat zo'n cultuuromslag nou eigenlijk oplevert.”

Onafzienbare woonwijken bijvoorbeeld, uitgestrekte bouwterreinen, winkelcentra in alle maten. Pas gegraven singels, verse plantsoenen. Glazen kantoren van Daewoo en de KLM. Winkels met plastic tuinstoelen: de Regency en de Windsor, verkrijgbaar in bordo of wit. We komen langs de gereformeerde kapper die nu Hair Point heet, langs het bronzen beeld van Dik Trom, die de beroemdste Hoofddorper is. We passeren cafetaria Vork en het Hof van Hoofddorp. We zien de Plantenspecialist, het Grieks Specialiteitenrestaurant, en talloze Mondeo's, Accords en Mazda's die af en aan rijden over het zachte asfalt. Het is nu zo heet in Hoofddorp dat de analogie onontkoombaar is. Hoofddorp is een broedstoof, een plaats waar de modernisering zijn gang gaat en waar geschiedenis niets meer betekent. Het is niet moeilijk er meewarig over te doen, maar dat zou een miskenning van de betekenis van het dorp zijn. Hoofddorp laat zien dat het moderne uiteindelijk altijd wint, omdat het vitaler is, en meer oplevert dan het oude. Hoofddorp toont ook aan dat het moderne de norm kan worden; hoe een nieuwe winkel beter is omdat die nieuw is, en hoe een oud huis altijd weg moet, of een buitenstaander het nu mooi vindt of niet.

Misschien is de cultus van het nieuwe hier zo aangeslagen omdat Hoofddorp een plaats is zonder veel historie. Het is een plek waar nieuwkomers zich vestigden, een plek waar nooit sprake is geweest van een sterke binding met de grond, waar de bevolking nooit hecht met elkaar is vergroeid. Ideale omstandigheden voor de vorming van een fijn instinct voor de toekomst. De Hoofddorpers hebben het oude dorp met de grond gelijk gemaakt om weer opnieuw pioniers te kunnen zijn. Nu al wonen ze in 2010. Het jaar dat het centrum van het land de vertrekhal van Schiphol is, en de rest van het land de berm van de Betuwelijn.