'Beroemdste binnenstad ter wereld' leeft weer op; Shell en Michael Milken ontpoppen zich als twee van de weldoeners van South central Los Angeles

LOS ANGELES, 25 JULI. John Bryant is een swinger. Als hij te laat voor een afspraak is, laat hij per mobiele telefoon vanuit zijn auto weten dat hij eraan komt. Dan arriveert hij en maakt een zwierige entree. Zijn ogen zijn verscholen achter een enorme zonnebril die hij pas na een minuut of tien afzet.

“Eerst even wat feiten”, zegt hij. “Een kwart van alle Cadillacs in de VS wordt verkocht aan zwarten. Bioscoopkaartjes idem. Hoewel ketchup tot voor kort de meest populaire saus was, is het spul onlangs ingehaald door salsa.” Bryant somt nog veel meer feiten op maar zijn boodschap is duidelijk: zwarten en Latino's zijn belangrijke consumentengroepen. Niet alleen moeten producenten daar rekening mee houden, ook winkeliers en banken moeten zich bewust worden van het marktpotentieel in buurten waar deze minderheidsgroepen wonen.

Een van die plaatsen is South central Los Angeles, een enorm stedelijk gebied waar veel zwarten en Latino's wonen. Het was eind april 1992 het toneel van bloedige rellen nadat een blanke jury vier blanke agenten vrijsprak in de mishandelingszaak van Rodney King. De hele wereld had via een amateurvideo kunnen zien hoe de agenten op de geboeide King insloegen met wapenstokken dus volledige vrijspraak was op z'n zachtst gezegd controversieel.

Direct na het vonnis begonnen woedende menigtes ruiten in te gooien en winkels in brand te steken in South central L.A. Zestig mensen vonden de dood en elfhonderd panden werden verwoest. Het spiegelbeeld van de Rodney King-video werd het tafereel van de vrachtwagenchauffeur Reginald Denny die op de hoek van Florence en Normandie Boulevard uit zijn truck werd gesleurd door vier zwarten en bewusteloos geslagen.

“De stad explodeerde”, zegt Bryant (29). “Ik ook. Het heeft mijn leven veranderd.” De taak die John Bryant op zich heeft genomen is om met zijn organisatie Operation HOPE de verwoeste buurten van South central er economisch bovenop helpen. Bryant: “We hebben het hier over een gebied met een miljoen inwoners waarvan de meerderheid zwart is en veertig procent Latino. Helaas is het nu de beroemdste binnenstad in de wereld.”

Er zijn ook gegoede delen van South central. Victoria Avenue is een keurige straat waar veel huisbezitters wonen. Het ligt niet al te ver van het vliegveld, niet al te ver van de oceaan en niet al te ver van de binnenstad. Bryant laat zien dat dit ook South central is. “Ik had hier eens een excursie met bankiers en die durfden te zweren dat ik in verband met hun komst persoonlijk alle gazons had gemaaid”, zegt Bryant.

Zijn Operation HOPE is een niet op winst gerichte kredietmakelaar. HOPE probeert hypotheken te krijgen voor bewoners die niet eens een credit card hebben. “Vorig jaar hebben wij kunnen bemiddelen bij het verstrekken van drie miljoen dollar aan hypotheken”, zegt Bryant. Hij houdt niet op te herhalen hoe enorm het economisch nut is voor banken om hun activiteiten in de binnensteden uit te breiden.

In de buurt van Leimert en Vernon Avenue wijst Bryant op een aantal banken, op een schoenenzaak, een McDonald's en een schoonheidssalon. In de buurt is ook een overdekt winkelcentrum, het Baldwin Hills Crenshaw Plaza. Het is een zeldzaamheid voor een buurt als deze. “Neem van mij aan”, zegt Bryant, “die winkels zitten hier niet uit menslievenheid, maar omdat er geld te verdienen valt.”

South central is niet alleen maar een getto. Ongeveer 35 procent van de woningen is particulier. Voor de enorme zwarte onderklasse was het volgens Bryant vooral belangrijk dat de bewoners een gevoel van eigenwaarde kregen. Veel mensen in South central geloven niet eens dat ze een eigen huis kunnen bezitten. Ze zien zichzelf als arm en blijven daardoor ook arm. “Berooid zijn is niet hetzelfde als arm zijn”, zegt Bryant. “Armoe is een geestestoestand.”

Bryant signaleert dat er tijdens de L.A.-rellen geen particuliere huizen zijn vernield, wat volgens hem een gunstig teken was. Vooral winkels in South central gingen tijdens de rellen tegen de vlakte. Hele kruispunten veranderden van gezicht omdat alle vier de hoeken in brand stonden en van de gebouwen niets anders overbleef dan rokende puinhopen. Tijdens een rondrit door de buurt wijst Bryant op de veranderingen. “Deze hoek was geheel weggeslagen”, zegt Bryant over Van Ness en Florence. Er is nu een autoshowroom en een rijtje winkels te zien. Even verderop komen we langs Western en Manchester, eveneens een kruispunt waar alles in brand stond. Shell heeft er nu een garage en tankstation geopend.

Bryant is vol lof over Shell: “Shell is zeer begaan met de buurt en heeft hier ook een opleidingscentrum voor technisch monteurs.” Ook Michael Milken, de voormalige junkbondkoning, heeft veel geld gestoken in educatieve projecten in South central. Bryant: “Milken staat hier in net zo hoog aanzien als op Wall Street.”

Terwijl we verder rijden naar de 48ste straat en Western vertelt Bryant nog even over een boek dat hij aan het schrijven is. God don't like ugly heet het en het moet voor Kerstmis in de winkel liggen. Handler's Pharmacy van Gilbert Mathieu ging geheel plat op die beruchte 29ste april. “Ik was hier 's middags gewoon in de winkel”, zegt Mathieu, “en we keken naar de televisie. Meteen na het vonnis begon het op de hoek van Florence en Normandie, maar dat is hier zes kilometer vandaan. Ik ging vroeg in de avond naar huis en had goede hoop dat mijn winkel overeind bleef. 's Avonds om negen uur zag ik thuis op televisie dat mijn zaak in brand stond en dat ze het supermarktgedeelte aan het plunderen waren.” Mathieu heeft zijn zaak nu terug, mede dankzij de activiteiten van John Bryant maar het supermarktgedeelte is nooit meer opgebouwd.

De organisatie Rebuild LA (RLA) probeert de middenstand en het kleinbedrijf te stimuleren. Voormalige loco-burgemeester Linda Griego concentreert zich vooral op het stimuleren van contacten tussen bedrijven. De voedselverwerkingsindustrie, medische-instrumentenmakers en andere industrieën maken een groot deel van de vijftienduizend bedrijfjes uit in South central. Om de bedrijven te helpen is een federale subsidie beschikbaar via de nieuw opgerichte Community Development Bank, die 450 miljoen dollar beschikbaar heeft voor de getroffen gebieden. De bank werkt puur als een financieringsbank.

Om het vertrouwen te winnen van de bewoners is RLA begonnen met een enquête naar de wensen van bewoners. Daarbij kwamen opmerkelijke resultaten uit de bus. Een kwart van de ondervraagden zei 13 kilometer of verder te moeten gaan om naar hun “winkel van eerste keus” te komen. Voor sommigen was dat een kruidenier of supermarkt, voor anderen een warenhuis of kledingzaak. Ook bleek er een bestedingspatroon te zijn met nadruk op levensmiddelen. 46 procent van de mensen besteedt meer dan honderd dollar aan levensmiddelen. Zo ontstond het RLA Grocery Store Initiative.

Een van de eerste resultaten daarvan is een zeer succesvolle supermarkt van ongeveer 1000 vierkante meter op de hoek van Hooper en Firestone. De raming was dat de zaak in de aanloopperiode 100.000 dollar per week zou omzetten maar dat werd meteen al 140.000. “Ze hebben één groot probleem: te weinig parkeerruimte”, zegt Griego. De hoop is dat de supermarkt werkt als een ankerzaak voor de omgeving, zodat andere winkels zich in hetzelfde blok willen vestigen.

Een van de grote supermarktketens in Californie is Vons. Dit winkelbedrijf heeft na de rellen 32 superzaken in South central gepland en de helft van dat aantal is al geopend. Beschouwt Griego dat niet als concurrentie van haar initiatief? “In het geheel niet”, aldus Griego. “Er is een enorme behoefte aan levensmiddelenwinkels.” Zoals gezegd, de koopkracht is groot. Volgens RLA is dat omdat het aantal personen per huishouden in South central relatief groot is. Het bedraagt nu ongeveer 4. Meestal werken beide ouders en opgroeiende kinderen blijven lang thuis.

Operation HOPE en RLA werken niet of nauwelijks samen en hebben ook weinig positiefs te melden over elkaars programma. Daarboven zweeft ook nog eens de huidige Republikeinse burgemeester, Richard Riordan, die ook weinig goede woorden over heeft voor de initiatieven. Maar dat lijkt vooral partijpolitiek.

Riordans voorganger was de Democraat Tom Bradley, voor wie Linda Griego werkte. Hij zette het herstelprogramma voor South central op en begon met de reorganisatie van de politie. Riordan kwam na zijn verkiezing voor een voldongen feit te staan en probeert een aantal vergaderingen nu terug te draaien. Ondanks het optimisme van de betrokkenen heeft South central nog een lange weg te gaan. “We hebben er driehonderd jaar over gedaan om de zaak in de vernieling te helpen”, zegt Bryant, “het duurt minstens dertig jaar om de schade te herstellen.”