BBK en Kunstenbond gaan fuseren

AMSTERDAM, 25 JULI. De Bond voor Beeldende Kunstenaars (BBK) en de 'Vakgroep Beeldend' van de Kunstenbond FNV gaan komend jaar fuseren. De afgelopen maand hebben de besturen van beide organisaties, samen goed voor een aanhang van ongeveer vierduizend beeldende kunstenaars, in principe tot een samengaan besloten. Beide organisaties willen gezamenlijk de belangenbehartiging van en service-verlening aan aangesloten kunstenaars verbeteren.

De BBK is direct na de oorlog opgericht, bestaat dit jaar vijftig jaar, en heeft een kleurrijke traditie. Zo werd snel na de oprichting onder anderen koningin Wilhelmina lid, die in haar vrije tijd graag schilderde. Ze bleef lid tot in 1957. In de jaren zestig en zeventig streed de bond met andere organisaties voor verbetering en behoud van de beeldende kunstenaarsregeling (BKR): in 1979 bezetten BBK-leden in dat verband ('Handen af van de BKR') de Nachtwachtzaal in het Rijksmuseum Amsterdam. Diverse afsplitsingen traden in die tijd op in de links georiënteerde BBK. In 1969 splitste de BBK '69 zich af, omdat ze vonden dat alleen geballoteerde kunstenaars lid mochten worden van de BBK. Later scheidde ook de maoïstische georiënteerde BBK A, zich af, waarbij de A voor Arbeiders staat.

De passage dat de BBK streeft naar een socialistische samenleving is inmiddels uit de statuten verdwenen, aldus BBK voorzitter Frits Linneman. De kunstafdeling van de Kunstenbond FNV kent een wat minder roerig verleden, aldus voorzitter Kees de Valk, en bestaat ongeveer 15 jaar. De BBK-leden waren aanvankelijk bang dat het belang van de beeldende kunstenaars in zo'n grote vakbondsfederatie, tussen de andere aangesloten grote bonden zoals de industriebond en de voedingsbond in het gedrang zou raken. Maar het feit dat FNV-federatievoorzitter Johan Stekelenburg zich vorig jaar sterk maakte namens de Kunstenbond voor een betere regeling voor kunstenaars in de bijstand, heeft veel van die vrees weggenomen bij BBK-leden, aldus Linneman.

“In feite werkten we al jaren nauw samen”, vertelt De Valk. “We willen nu samen, net als de overige kunstenaarsorganisaties een betere regeling voor de de voorgenomen Wet Inkomensvoorziening voor Kunstenaars, waarbij kunstenaars 60 procent van de bijstand krijgen en tot bijstandsniveau mogen bijverdienen. Dat vinden wij veel te mager. We delen meestal dezelfde standpunten, en behartigen dezelfde belangen voor dezelfde doelgroep. Soms traden we al namens elkaar op. De fusie is een logisch gevolg van die samenwerking”, aldus De Valk, die er met Linneman op wijst dat positie van de kunstenaar verschraalt in de samenleving. De steun van overheidswege die beschikbaar is voor beeldende kunstenaars neemt af. Linneman: “Aanvankelijk was ons standpunt: twee bonden leggen meer gewicht in de schaal dan een. Maar de overheid speelt de minimale verschillen van de organisaties vaak uitelkaar, dus vinden we nu: samen staan we sterker.”

De Valk: “We benadrukken dat we fuseren met behoud van identiteit van beide organisaties. We worden samen een aparte afdeling van de Kunstenbond, met een eigen kantoor en eigen telefoon, zodat we makkelijk toegankelijk zijn”, aldus De Valk. “Wij zijn als FNV-onderdeel goed thuis is het bestuurlijke Haagse circuit. De BBK heeft een toegankelijk en goed herkenbare directe serviceverlening aan aangesloten kunstenaars. Die twee kwaliteiten gaan we bundelen. We willen de directe en snelle serviceverlening aan kunstenaars uitbreiden. Bij de BBK kunnen kunstenaars nu snel advies over financiële, fiscale en andere zaken krijgen, zoals de bijstand. Wij willen als gefuseerde organisatie op verschillende plaatsen in het land zulke service-bureau's voor beeldende kunstenaars opzetten, omdat de subsidie- en steunregeling per regio soms erg verschillend zijn.” In de intentieverklaring van beide organisaties staat dat de voorgenomen fusie zonder personele consequenties moet verlopen. Bij de Kunstenbond FNV werken ruim twintig mensen, waarvan een beleidsmedewerker beeldende kunst, bij de BBK zijn vijf mensen in dienst.