Zelfmoordactie Hamas is dubbele misrekening

TEL AVIV, 24 JULI. De moslimextremistische beweging Hamas, die zich verantwoordelijk heeft gesteld voor de zelfmoordactie in de bus in Tel Aviv vanmorgen, heeft zich verkeken op zowel het tijdstip van de afronding van het Israelisch-Palestijnse overleg over uitbreiding van de Palestijnse autonomie als op het effect van de terreurdaad op de voortzetting daarvan.

In het tijdschema van de intensieve Israelisch-Palestijnse onderhandelingen over uitbreiding van het Palestijnse zelfbestuur op de Westelijke Jordaanoever werd morgen (25 juli) enige tijd beschouwd als de dag waarop de champagneglazen geheven konden worden op een nieuw akkoord. Vanmorgen was het echter duidelijk dat er geen schijn van kans is dat die streefdatum in het geheime overleg, dat wordt gevoerd in een volledig van de buitenwereld afgesloten hotel aan de oevers van de Dode Zee, wordt gehaald. Diepgaande meningsverschillen over de watervoorziening, de verdeling van het land en over ingewikkelde veiligheidskwesties (een gevolg van de aanwezigheid van zo'n 130.000 Israelische kolonisten op de bezette Westelijke Jordaanoever) stonden vanmorgen een nieuwe historische doorbraak tussen Israel en de Palestijnen in de weg. Voordat de bom in de autobus ontplofte, zeiden leden van de Palestijnse delegatie al dat een nieuwe top tussen premier Yithzak Rabin en de Palestijnse leider, Yasser Arafat, nodig is om uit de huidige impasse te komen. De terreuractie van Hamas kwam dus duidelijk te vroeg.

De moslim-extremistische beweging heeft zich echter ook verkeken op het politieke effect van de aanslag op premier Rabin. In het verleden brachten dergelijke spectaculaire aanslagen het Israelisch-Palestijnse overleg altijd tot stilstand. Vandaag is dat niet het geval. In zijn veroordeling van de aanslag was Arafat vanmorgen niet minder fel dan de Israelische leiders. Ook Arafat nam het woord 'terrorisme' in de mond. Premier Rabin, die de afgelopen weken Arafat enkele malen heeft geprezen voor diens inspanningen de terreur van de Islamitische Jihad en Hamas in de Gazastrook tegen te gaan, heeft dezelfde mening over de aanslag.

Rabins vertrouwen in de Palestijnse leider is de laatste tijd zozeer toegenomen dat hij vanmorgen zelfs geen aanleiding zag om het overleg met de Palestijnse delegatie af te breken. Hij gelastte slechts een onderbreking. Het overleg wordt naar verwachting voortgezet na de begrafenis van de zes doden van de aanslag.

Met deze reactie heeft Rabin duidelijk gemaakt dat Palestijnse terreur van moslim-extremistische signatuur geen invloed meer heeft op zijn besluit om het vredesproces met de Palestijnen voort te zetten en ook af te ronden. Onmiddellijk na de ondertekening van een Israelisch-Palestijns akkoord over het ingaan van de tweede fase van het akkoord van Oslo zal de Palestijnse politie dan ook enkele Palestijnse steden op de Westelijke Jordaanoever kunnenbinnentrekken.

Rabin en zijn minister van buitenlandse zaken, Shimon Peres, zijn bereid risico's te nemen. Zij geloven dat door uitbreiding van de Palestijnse bestuursautonomie tot grote delen van de Westelijke Jordaanoever op langere termijn de kans op Palestijnse terreurdaden tegen Israeliërs zal afnemen.

Rabin, Peres en andere Israelische leiders die in het vredesproces met de Palestijnen zijn gaan geloven, staan echter voor de bijna onmogelijke opgave het Israelische volk van de juistheid van deze visie te overtuigen. Het Israelische bloed dat vanmorgen op een hoofdweg door het zakencentrum in Tel Aviv vloeide, zal ongetwijfeld gebruikt worden in de propaganda van nationalistische partijen tegen het vredesproces.

De tegenstelling in de Israelische samenleving tussen voor- en tegenstanders van de 'vrede in ruil voor land' met de Palestijnen is door de bomaanslag van vanmorgen verder aangescherpt. Gisteren zei Rabin voor de eerste maal dat “we te maken hebben met een botsing tussen twee wereldbeschouwingen”. Dat was een verwijzing naar de escalatie van de protesten van joodse kolonisten op de Westelijke Jordaanoever tegen de vredespolitiek van de regering-Rabin. De recente oproep van een groep invloedrijke rabbijnen aan 'gelovige' soldaten om te weigeren orders uit te voeren om joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever te ontruimen, heeft de ideologische spanning in de Israelische maatschappij zozeer opgevoerd dat nu zelfs serieuzer dan ooit wordt gesproken over het uitbreken van een 'burgeroorlog'.

De bomaanslag van vanmorgen heeft het Israelisch-Palestijns vredesproces niet doen ontsporen maar zal het protest van de tegenstanders van dat proces verder aanwakkeren. Kolonisten hebben vorige week “een klein pogrom” beloofd als de Palestijnse politie naar de Westelijke Jordaanoever komt. Premier Rabin en Arafat hebben die waarschuwing goed gehoord en begrepen.