'We schieten terug als op VN wordt geschoten'

VITEZ, 24 JULI. De lome rust die gewoonlijk rond het Britse kamp bij Vitez hangt, maakt opeens plaats voor koortsachtige haast. Door dichte stofwolken stuiven jeeps, tankwagens en ziekenwagens, Cimitar- en Warrior-rupsvoertuigen uit alle hoeken van de Britse sector terug naar het legerkamp. Tegen de ondergaande zon in rijden kort daarop colonnes pantservoertuigen richting Sarajevo.

Vanochtend heeft de strijdmacht daar de eerste loopgraven aangelegd en twaalf lichte kanonnen geplaatst, de lopen gericht op de Servische stellingen. Niet iedereen is er trouwens, want bij Pozovic worden nog steeds twaalf Franse kanonnen tegengehouden - niemand weet door wie.

Niettemin: de 'snelle reactiemacht' heeft gisteren voor het eerst toestemming gekregen ergens op te reageren. Zaterdagnacht kwamen in Sarajevo opnieuw twee Franse soldaten om bij Servische beschietingen en raakten vier anderen gewond. De Bosnische Serviërs namen ditmaal een VN-voedselkonvooi onder vuur en een Deens legerkamp, waar het tweede Franse slachtoffer zich toevallig bevond. Er werden tanks, raketten en mortieren ingezet. Rond één uur 's middags staakten de Serviërs tijdelijk de beschietingen.

Op datzelfde moment riep luitenant-kolonel J. Cook, bevelhebber van 'Task Force Alpha', het vooruitgeschoven onderdeel van de snelle reactiemacht in Bosnië, de pers in Vitez bijeen. Terwijl op de achtergrond honderden mannen wagens voltankten, bevoorraadden en voor het laatst controleerden, legde hij bondig het doel van zijn missie uit. “We verplaatsen ons vandaag naar de berg Igman om de route naar Sarajevo open te houden. Daarbij voeren we overleg met de Bosniërs en Bosnische Kroaten. We zullen ons geen weg door hun wegversperringen forceren. Met de Serviërs onderhandelen we niet. We escorteren twee batterijen van in totaal twaalf 105 millimeter kannonen van de Highland Gunners naar de Igman. Wordt er op de VN geschoten, dan schieten we terug.”

Over de Igman loopt de enige open route naar Sarajevo, maar de smalle bergweg ligt voortdurend onder Servisch vuur. Tien dagen geleden raakten twee Belgische officieren gewond bij een poging een voedselkonvooi de stad binnen te rijden. Twee tientonners gingen toen in vlammen op. Gisteren werd opnieuw een VN-konvooi op de bergweg beschoten.

Pag.5: 'Wachten is onze roeping'

Eerder plaatsten de Fransen die de route bewaken al een batterij zware mortieren op de berg, nu komen de twaalf 105 mm houwitzers van de 'Highland Gunners' het 'gat' in de VN-vuurkracht tussen tanks en zware mortieren vullen. De houwitzers hebben een bereik van 17,5 kilometer. In Kiseljak maken twintig kwartiermakers van de Nederlandse mariniers 's middags een oude baksteenfabriek geschikt als tussenkamp op weg naar de berg. “Eigenlijk waren we de zaak voor onze eigen mannen aan het voorbereiden, die nog steeds in Split zitten”, zegt luitenant M. Boon. “Maar dit is een multinationale operatie en mariniers zijn flexibel. 'Lees voor kip konijn', zeggen we in dit soort gevallen.”

Boon huurde de fabriek anderhalve week geleden na onderhandelingen met de burgemeester van Kiseljak voor 7.000 mark per maand. “Ik heb het maar voorgeschoten, als je op de VN wacht zijn we er volgend jaar nog niet.” Zijn mannen werken nu aan een buitenmuur van zandzakken en aan het egaliseren van het voorterrein. De bakoven, met anderhalf meter dikke muren, dient als schuilbunker. “We denken dat dit kamp de springplank wordt voor de berg Igman”, zei Boon. “De lijnen naar Vitez zijn voor de Britten te lang.”

Veertig kilometer verderop is 's avonds aan de voet van de berg Igman nog weinig te merken van de komst van de snelle reactiemacht. De huizen zijn hier omgebouwd tot bunkers, de muren voorzien van schotten van beton en boomstronken, gezien de vele granaatscherven en mortiergaten in het asfalt geen luxe.

Een besnorde Bosnische officier houdt routineus een Frans konvooi van zestien pantserwagens van het vijfde bataljon tegen. “No problem”, zei hij vriendelijk. En: “Paris, oui, oui, Moulin Rouge.” Maar het konvooi blijft staan waar het stond. “Wachten is onze roeping”, zei een Franse kapitein tandenknarsend.

Terug in het dal van de Kiseljak blijkt kapitein Cowen van de snelle reactiemacht druk in onderhandelingen verwikkeld bij een Bosnisch checkpoint. “We mogen erdoor”, meldt hij opgetogen. “Dit is het enige dat ons kon vertragen. Vannacht staat onze voorhoede al op de berg Igman.”

Maar pas om acht uur 's avonds zetten de eerste zestien pantserrupsvoertuigen, die zich bij het busstation van Busovaca hadden verzameld, zich in beweging. Het Nederlandse logistiek transportbataljon voert bij de ingang van hun kamp 'Hotel Nunspeet' een wave uit. De Britten in de geschutskoepels juichen, ballen hun vuisten en maken een V-teken. Later op de avond denderen nog eens 25 pantservoertuigen door de hoofdstraat van het dorp, bemand door meer dan driehonderd Britten. Rond half elf volgen de houwitzers. Alle voertuigen zijn wit geschilderd - de tijd ontbrak om ze groen te schilderen - en de soldaten dragen blauwe baretten.

In de loop van de komende dagen moeten zo'n vijfhonderd Britten en vierhonderd Fransen rond de berg neerstrijken. Hiermee komt een eind aan een frustrerende periode voor de snelle reactiemacht. Nederlandse mariniers werden woensdag nog bij de grens van Bosnië teruggestuurd, van de Franse 24e luchtmobiele brigade is nog slechts een klein deel door de lokale autoriteiten toegelaten en de Britse troepen bij Tomislavgrad hebben al weken geen toestemming om met scherpe munitie te oefenen. Dat Bosnië gisteren besloot nu eens geen zand in de machine van de VN te strooien, was tot de aankomst van de Fransen en Britten op de Igman eigenlijk nog de grootste winst.