Vervanging cacao zet zeker honderd banen op het spel

AMSTERDAM, 24 JULI. Alleen de traditionele oceaanstomers ontbreekt. Verder is het bijna een beeld uit vervlogen handelstijden. Nog elke dag worden in de haven van Amsterdam jute zakken Afrikaanse cacao op ouderwetse wijze met de hand overgeladen. Gewoon, via kranen en vooral grote handen en sterke ruggen.

De aanstormende schaalvergroting in de transportwereld en vooral nieuwe Europese richtlijnen voor de chocolade-industrie dreigen hier echter werkgelegenheid op het spel te zetten. Zeker honderd banen verdwijnen, aldus een voorzichtige schatting.

Het zware sjouwwerk is zo'n beetje de laatste grote bulkactiviteit in 's werelds grootste cacaohaven. De breekbare Afrikaanse bonen, bestemd voor de Zaanse fabrikanten van cacaoboter aan de overzijde van 't IJ, lijken vooralsnog moeilijk anders over te slaan. Toch studeren grote verwerkers als Gerkens en Cacao De Zaan, eigendom van de Amerikaanse voedingsgiganten Cargill respectievelijk W.R. Grace, op aanvoer in containers via Rotterdam.

Maar een grotere bedreiging komt van een nieuwe harmonisatiewetgeving vanuit Brussel. Niet alleen voor de traditionele havenwerkers in Amsterdam, maar ook voor de cacaoproducenten in vooral West-Afrika en de cacao-industrie in De Zaan en andere Europese landen.

Groot-Brittannië geldt al jaren als de Europese natie met de hoogste chocoladeconsumptie per hoofd van de bevolking. Tijdens de Eerste Wereldoorlog kwam de aanvoer van cacao, belangrijkste grondstof voor een reep, in gevaar. In een plantaardige olie, waarvan de eveneens in West-Afrika geteelde shea-noot het belangrijkste bestanddeel vormt, vonden de producenten een vervanger voor cacao.

Deze produktaanpassing leidde tot protesten van de choco-industrie die vreest voor valse concurrentie. In Nederland zijn vervangers in “officiële” chocolade nog niet toegestaan. Sommige repen of chocolade-ijsjes bevatten wel meer dan 5 procent vervangende middelen. Deze heten officieel dan ook geen chocolade.

De Europese Unie boog zich eind jaren zeventig over een harmonisatiemaatregel. Op de topconferentie in Edinburgh in 1992 werd besloten zeven voedingssectoren, waaronder de chocolade-industrie, voortvarend aan te pakken. Sindsdien draaien de lobby's van voorstanders (vetfabrikanten als Unilever-onderdeel Loders Crocklaan en chocolade-producenten) en tegenstanders (cacaoboterproducenten en vooral Afrikaanse cacaolanden) op volle toeren. Maar het besluit om in de hele EU 5 procent vervangende middelen toe te staan, blijft uit.

“Het wordt hoog tijd dat nu een besluit valt”, zegt L. Bensdorp, voormalig eigenaar van de gelijknamige chocolade- en cacaoboterfabriek en directeur van de Nederlandse Cacaovereniging (NCV). In de NCV zijn de fabrikanten van cacaoboter, waarvoor de verangende middelen in de plaats moeten komen, verenigd. “De tijd dringt niet zozeer voor de Nederlandse producenten van cacaoboter, die zullen het wel redden, maar vooral voor de producerende landen en de kleine verwerkingsbedrijven aldaar. De Nederlandse industrie is tamelijk groot. Een vermindering van de boterproduktie leidt tot aanpassingen en problemen.”

In Amsterdam wordt jaarlijks een half miljoen ton ruwe cacao (bonen) aangevoerd, waarvan het merendeel naar Gerkens, De Zaan en Bensdorp gaat. Als de harmonisatie doorgaat, zal de aanvoer met honderdduizend ton dalen. Dat is 20 procent minder. Bensdorp: “Van het totale gewicht van een chocoladeprodukt zou je straks 5 procent mogen vervangen. Daar kun je dus ook suiker, cacaopoeder en andere ingrediënten onder rekenen. De vervangende middelen zijn echter alleen toe te passen in dat deel waar je normaal cacaoboter gebruikt. Het gebruik van cacaoboter kan dus verminderen met 20 tot 30 procent.” Volgens Bensdorp is het de chocoladefabrikanten vooral te doen om een lagere prijs van een van de belangrijkste grondstoffen, die zo'n 20 procent onder die van cacaoboter ligt.

“Welnee”, wuift C. Meershoek de bezwaren van de NCV weg. Meershoek is algemeen secretaris van de producenten van vervangers, verenigd in de Vereniging van Nederlandse Fabrikanten van Eetbare Oliën en Vetten (Vernof). “Denkt u echt dat een wereldwijd opererend producent van bijvoorbeeld Mars of Nuts, die jaarlijks honderden miljoenen reepjes maakt, zich druk maakt om hooguit het half miljoen gulden dat daarmee te besparen is?” “Het gaat de producenten om de specificatie. Vervangers zorgen ervoor dat chocolade bij warm weer niet wit uitslaat of snel gaat plakken. Daardoor kunnen de fabrikanten 's zomers ook verkopen. De omzetgroei, daar gaat het om. Die groei is ook van belang voor de cacaoboterproducenten. Uiteindelijk zullen ze meer leveren.”

In Afrika gaan ondertussen de producerende landen elkaar te lijf. Sahel-naties als Mali en Burkina-Faso zijn voor hun export sterk afhankelijk van de shea-noot. Grotere afzet van shea betekent ook meer bomen en dus een grotere barrière tegen de oprukkende woestijn. Meershoek: “Dat is een milieu-aspect in ons voordeel, hoewel we dat nooit zullen uitspelen.” (ANP)