Toezicht op stapel voor financiële conglomeraten

AMSTERDAM, 24 JULI. De toezichthouders op banken, verzekeringen en de effectensector gaan gezamenlijk werken aan internationale richtlijnen voor het toezicht op financiële conglomeraten. Dit zijn de drie clubs van toezichthouders op banken (Bank voor Internationale Betalingen), verzekeringsmaatschappijen (IAIS) en de effectenhandel (IOSCO) overeen gekomen op het hoofdkantoor van de BIB in Bazel.

Het toezicht op de drie sectoren is in toenemende mate bemoeilijkt door het ontstaan van financiële conglomeraten, bedrijven die zowel bancaire, verzekerings- als effectendiensten aanbieden. Deze geïntegreerde concerns zijn met name in de jaren tachtig en negentig tot stand gebracht toen in veel industrielanden de wetgeving die het combineren van verschillende financiële diensten verbood, werd verruimd of afgeschaft.

In Nederland is, sinds het afschaffen van het zogenoemde Structuurbeleid, een twaalftal financiële conglomeraten werkzaam, waarvan het merendeel is ontstaan door fusies en overnames. Bekende voorbeelden zijn ING (Nationale-Nederlanden en NMB Postbank) en Fortis (Amev en VSB). Volgens internationale maatstaven worden ook banken met substantiële activiteiten in de effectensector, zoals ABN Amro, beschouwd als financiëel conglomeraat.

In een voorlopig rapport over gezamenlijk toezicht op financiële conglomeraten, dat vandaag werd vrijgegeven, komen de drie groepen van toezichthouders tot de conclusie dat per conglomeraat er uiteindelijk één van hen een leidende en coördinerende rol zal moeten krijgen. In Nederland is verdeling van verantwoordelijkheden en uitwisseling van informatie in grote lijnen vastgelegd in een protocol tussen De Nederlandsche Bank en de Verzekeringskamer, dat in 1994 werd aangescherpt. Die regeling is volgens een medewerker van DNB 'uniek', maar de samenwerking strekt zich niet per definitie uit tot de holding boven het conglomeraat. In sommige landen, zoals Denemarken en Zweden, waar het toezicht op banken en verzekeraars door één instantie wordt uitgeoefend, is wel sprake van een gecoördineerd beleid.

Het toezicht op financiële conglomeraten zal zich moeten toespitsen op de doorzichtigheid van de structuur van dergelijke concerns, maatstaven voor de financiële stabiliteit en vermogenspositie, het gevaar voor belangenverstrengeling tussen de bedrijfsonderdelen en de vraag in hoeverre verliezen in bijvoorbeeld de bancaire tak de verzekeringsverplichtingen in gevaar kunnen brengen.

De richtlijnen die uit het overleg voortkomen hebben geen rechtskracht, maar zijn afspraken over de gedragscodes tussen de toezichthouders onderling. Ook de Europese Unie werkt op dit moment aan regels voor gecoördineerd toezicht op financiële conglomeraten. Verwacht wordt dat de EU met besluiten wacht op overeenstemming binnen de de internationale groep van toezichthouders.