Soms kan het een plicht zijn om niet te spreken

Arabisten hebben bij het ministerie van buitenlandse zaken altijd een bijzondere reputatie gehad. In vroegere tijden ging er een rijmpje rond van 'de zeven Arabisten, die het allemaal beter wisten' - een zinspeling dat de Nederlandse kenners van de Arabische en islamitische wereld vaak met elkaar overhoop lagen. “Voor het Departement vormden zij een gerespecteerd maar nogal onbegrijpelijk gezelschap, bezitters van een wetenschap die voor anderen ontoegankelijk was, maar minder gemakkelijker in het alledaagse bedrijf.” Dat schreef oud-scretaris-generaal dr. H.N. Boon - diplomatiek, zoals men ook zou verwachten - in 1973 in zijn voorwoord voor Bij Allah's buren, de memoires van oud-ambassadeur H.H. Dingemans, een arabist die de laatste Nederlandse consul in Djedda (Saoedi-Arabië) was voordat deze post in 1950 werd opgeheven.

Dingemans gaf zijn boek als motto de uitspraak van een Arabische middeleeuwse auteur mee: “Het is de plicht der wetenden om alleen te spreken voor zover zij weten”. Marcel Kurpershoek, een arabist die een aantal jaren geleden als diplomaat in de Saoedi-Arabische hoofdstad Riad verbleef en thans directeur politieke VN-zaken op het 'Departement' is, beantwoordde aan dit criterium in de aflevering van Zomergasten van gisteravond. Jammer was hoogstens dat hij waarschijnlijk nog zoveel meer weet over wat aan de orde kwam. Over de orale dichtkunst van de bedoeïenen (waarover hij een boek, De laatste Bedoeïen, publiceerde), het niet bar vrolijke diplomatieke bestaan in Riad of het minder poëtische, maar wel kernachtige taalgebruik van bedoeïenen ('van een oude man wiens kloten zijn opgedroogd') had ik graag meer vernomen.

De Werdegang van een Hengelose jongen die om romantische redenen ('Lawrence of Arabia') Arabisch ging studeren tot hoge ambtenaar op het ministerie met zijn paragrafencultuur waar “je het beleid bepaalt en vijftig ambassades aan het werk zet” ging allengs ten onder in de kennelijk educatief bedoelde caleidoscoop van minder aangename, maar bekende Arabische verschijnselen zoals de dictatuur van Saddam Hoessein, de fatwa die Khomeiny over Salmon Rushdie uitsprak en een Marokkaanse moord in Groenlo.

Vier uur is erg lang om de aandacht gevangen te houden als een zomergast zoveel verschillende én gecompliceerde onderwerpen op een bijna kabbelende manier ter sprake brengt. Dat bleek toen een uit de onvolprezen Late Show (BBC 2) overgenomen vraaggesprek met Salman Rushdie werd uitgezonden: de kijker moest plotseling een paar versnellingen overschakelen - het soortelijk gewicht was aanmerkelijk hoger. Kurpershoek zei 'sterke gevoelens' over de Rushdie-zaak te hebben, maar die kwamen niet verder uit de verf dan zijn oordeel dat er 'weinig twijfel' over kan bestaan dat Rushdie - anders dan deze in het BBC interview beweerde - in zijn Duivelsverzen 'beledigend voor moslims' is en dat hij 'zijn leven nooit meer zeker kan zijn', zelfs als de regering van Iran Khomeiny's doodvonnis terzijde legt. Gesprekspartner Peter van Ingen vroeg of Nederland en de Europese Unie genoeg doen om Rushdie zijn vrijheid terug te geven. De vraag bleef onbeantwoord onder verwijzing naar Engeland waaronder Rushdie ressorteert. Kurpershoek weet allicht meer en beter, maar soms kan het een plicht zijn niet te spreken.

    • Jan Gerritsen