Schönberg

A. Schönberg: Gurrelieder o.l.v. Claudio Abbado: DG 439944-2 (2 cd)

A. Schönberg: Gurrelieder o.l.v. Riccardo Chailly: Decca430321-2 (2 cd)

De vroege Schönberg is de Schönberg die iedereen mooi vindt: het zeer bekende strijksextet Verklärte Nacht (1899, ook in een versie voor strijkorkest) en de Gurrelieder. Dat laatste stuk is veel minder bekend en dat is jammer. De muziek is buitengewoon meeslepend. Het van oorsprong Deense mythische verhaal dat door zes solisten en een koor wordt verteld is mysterieus: een koning zoekt 's nachts in een bos naar zijn geliefde Tove. En het slot is majestueus: na de wilde nacht gaat de zon op en die doet al het duistere verbleken.

Weinig in de muziekhistorie is zo beeldend als dat slotkoor: Seht die Sonne, farbenfroh am Himmelssaum, östlich grüsst ihr Morgentraum, lächelnd kommt sie aufgestiegen aus den Fluten der Nacht, lässt von lichter Stirne fliegen Strahlenlockenpracht! Schönberg transformeert het zichtbare beeld van de zonsopgang in een overweldigend hoorbaar beeld: langzaam verheft zich de zon boven de horizon, met steeds sterkere magistrale stralen die het oor verblinden.

De grootse Gurrelieder - begonnen rond 1900 en beëindigd in 1911 - gelden als het laatste laat-romantische werk en vergen een instrumentale en vocale bezetting die slechts wordt overtroffen door Mahlers Achtste symfonie. Toch maakt Schönberg daarvan een nog spaarzamer gebruik dan Mahler doet - alleen in het slotkoor hoort men dit muzikale universum op maximale kracht.

De nu uitgebrachte opname van een Weense live-uitvoering uit 1992 van de Gurrelieder door de Wiener Philharmoniker o.l.v. Claudio Abbado doet fraai recht aan de overdadige lyriek en de soms kamermuzikale intimiteit van het stuk. De zangersbezetting is op peil: Sharon Sweet, Siegfried Jerusalem, Marjana Lipovsek, Hartmut Welker en Philip Langridge.

Maar bijzonder, zelfs volstrekt uniek, is deze opname door de bezetting van de mannelijke spreekrol - door de actrice Barbara Sukowa, die jaren geleden bij het Schönberg Ensemble o.l.v. Reinbert de Leeuw opzien baarde met haar vertolking van Schönbergs Pierrot lunaire. Door de exeptionele expressiviteit en haar enorme stembereik - van heel klein en cynisch tot volslagen geëxalteerd - herschept zij in de Gurrelieder het verhaal van Des Sommerwindes wilde Jagd tot een waanzinnig heksig sprookje - even maanziek als Pierrot lunaire.

Voor wie de Gurrelieder kent is het optreden van Sukowa een grensverleggende ervaring, waarbij men lange tijd denkt dat het inderdaad zó moet en niet anders. Alleen het slotwoord Wonne (Erwacht, erwacht, ihr Blumen zur Wonne), waarna die zonsopgang begint, valt mij wat betreft opbloeiende zangerigheid iets tegen. Op de prachtige Berlijnse opname (1985) van Riccardo Chailly deed de oude zanger Hans Hotter dat 'Wonne' veel mooier, zijn hele vertolking van de spreekrol was trouwens óók voorbeeldig. En bij Chailly klonk het slotkoor met nog iets sterkere opbouw en explosieve expansie dan bij Abbado.