Schilder Kees Verwey in Haarlem overleden

HAARLEM, 24 JULI. De Haarlemse schilder Kees Verwey is gisteravond overleden. Hij is even oud als de twintigste eeuw geworden. Tot een paar maanden voor zijn opmerkelijk rustige dood is hij dagelijks aan het werk geweest, de laatste jaren niet meer in zijn legendarische atelier op de bovenste verdieping van het zeventiende-eeuwse huis aan het Spaarne, maar beneden in de huiskamer omdat hij bijna niet meer kon lopen. Hij schilderde, of aquarelleerde het stilleven dat op de zware tafel in deze kamer door het toeval was gecomponeerd. Al of niet gedroogde boeketten in vazen tegen elkaar geplaatst, een klokje in een ovale, koperen lijst, een kannetje met potloden, een waterglas, een speelgoedbeer. En niemand die de kamer betrad, ontkwam aan een snel en driftig met houtskool getekend portret in een zwart schetsboek met het formaat en anonieme uiterlijk van een kantooragenda.

In de laatste twintig jaar van zijn lange leven maakte hij zich 'zogenaamd' zorgen, dat hij niet meetelde in de voorste gelederen van de moderne kunst in Nederland. Zogenaamd, omdat hij wist dat het niet zo was. Met een paar grote tentoonstellingen van zijn weergaloze atelierstukken in het Stedelijk Museum in Amsterdam en in het Haags Gemeentemuseum wist hij dat hij niet meer uitsluitend in de kunstgeschiedenis zou worden bijgeschreven als de virtuoze meester van het bloemenaquarel, of de begaafde portrettist. Hij had de knokploegen van de abstracte kunst en de weinig schilderachtige, intellectualistische infiltranten van de conceptuele geheime dienst, met een stroom van meesterwerken gewoonweg overleefd. En bovendien brachten zijn reusachtige atelier-stillevens uit de jaren zeventig hem op een natuurlijke plaats in het rijtje van de grote schilders van het strijkende licht: Rembrandt, Vermeer, Breitner en Verster.

Pag.6: Onmodieus

Op de vraag naar stijl-invloeden van andere kunstenaars kon de gisteren overleden Haarlemse schilder Kees Verwey eigenlijk alleen maar ironisch en soms hilarisch reageren. De ernstige Charley Toorop schreef hem al in 1954 bezorgd dat zij had gehoord dat Picasso en Matisse invloed op zijn werk zouden hebben, maar dat dit gelukkig niet het geval bleek toen zij zijn schilderijen en tekeningen op deze invloeden inspecteerde. Zo zou het altijd gaan, omdat zijn unieke kracht juist lag in het volstrekt onmodieuze karakter van zijn kunst. Met zijn grillige verbeeldingskracht en zijn ambachtelijk fenomenaal ontwikkelde schilder- en tekenkunst wilde hij de exclusiviteit van de stijl van anderen soms weleens even betwisten.

Hij had ook de gewoonte voor de aanvang van een portret de gewoonte had om aan het model te vragen: hoe wil je het hebben, een Malevitsj, Picasso, Klimt, zeg het maar? Met zo'n aanbod dacht hij zich de nederige ambachtsman te tonen, maar het was wel de nederigheid die op ongehoorde superioriteit berust. Want wat hij wilde horen was natuurlijk: 'Een Kees Verwey'. En dat antwoord kreeg hij, even natuurlijk, steevast te horen.

Wat dat betekende, 'Een echte Kees Verwey', was de waarheid door hem opgenomen, de waarheid van zijn atelier, de waarheid van een boeket, de waarheid van het model dat hij streng vorsend aankeek tijdens het portretteren. Het leek wel of de intensiteit van zijn kijken, van het opnemen van de waarheid, gelijke tred hield met het vorderen van de ouderdom. De vele gesprekken die ik de laatste jaren met hem heb gevoerd, gingen vooral over twee onderwerpen: het verleden, met onder andere zijn twee 'beroemde ooms', de zwijgzame Albert Verwey en de even zwijgzame H.P. Berlage, en over kijken, waarnemen. Wat dat laatste betreft had ik het gevoel bij hem vergeleken nog in de kinderschoenen te staan. Het was een onmogelijke opgave om bijna vijfenveertig jaar meer ervaring in het kijken te overbruggen. In zijn hoofd bleken contouren, kleuren en vergezichten te weerspiegelen die voor een normaal mens onzichtbaar blijven. Alleen hij was in staat deze unieke vorm van kijken ook nog op een verleidelijke manier vast te leggen.