Nuis heeft bizarre visie op Van Abbemuseum

De uitbreiding van het Van Abbemuseum had al bijna af moeten zijn, maar nog steeds staat het bakstenen gebouw van A.J. Kropholler er ongeschonden bij. Dit is vooral te danken aan de stichting 'Behoud het Van Abbemuseum', die alle middelen in de strijd werpt om de bouw van de door Abel Cahen ontworpen doos bovenop het museum tegen te gaan. Het belangrijkste middel is plaatsing van het Van Abbemuseum op de lijst van Rijksmonumenten. Nu staatssecretaris Aad Nuis heeft beslist dat het Van Abbemuseum niet op de Rijksmonumentenlijst hoeft te worden gezet, lijkt dit middel voorlopig uitgewerkt. Voorlopig, want de stichting gaat bij de rechter in beroep tegen deze uitspraak. En het kan haast niet anders of het moet ook de rechter opvallen dat de motivatie van Nuis bizar is.

Nuis vindt het Van Abbemuseum geen monument, omdat “in de ontstaansgeschiedenis de vormgeving van het gebouw niet een doel op zich was, maar het middel om kunst te tonen en om de visie van de museumdirectie te visualiseren.” Het is een wat cryptische formulering, maar Nuis kan er niet anders mee bedoelen dan dat het museum geen bouwkunst is omdat het alleen functioneel is en Kropholler te veel rekening heeft gehouden met de wensen van de opdrachtgever.

Dit is om twee redenen een rare redenering. In de eerste plaats is het voor het eerst in de architectuurgeschiedenis dat een gebouw van Kropholler voor functionalistisch wordt uitgemaakt. Kropholler staat bekend als een overtuigd traditionalist die niets maar dan ook niets van het functionalisme moest hebben. Zijn zware bakstenen gebouwen, geïnspireerd op oude Nederlandse architectuur, zijn dan ook het volkomen tegendeel van de lichte, open constructies van beton en glas van de functionalisten. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat Krophollers gebouwen per se onfunctioneel waren. Integendeel, zijn kerken en stadhuizen voldeden goed, maar, anders dan de functionalisten, vond Kropholler dat het volgen van de regel form follows function niet vanzelf bouwkunst opleverde. Daar was meer voor nodig, zoals het torentje van het Van Abbemuseum. Een echte functionalist zou zo'n ding nooit hebben ontworpen en in Cahens uitbreidingsplan moet het dan ook sneuvelen.

Maar zelfs als we van Nuis aannemen dat Kropholler een functionalist is, dan nog klopt zijn motivatie niet om het Van Abbemuseum niet te plaatsen op de Rijksmonumentenlijst. Want als er één soort gebouwen uit de twintigste eeuw goed is vertegenwoordigd op de Rijksmonumentenlijst, is het het functionalistische. Er staat zelfs een fabriek op, een gebouwentype dat bij uitstek functioneel moet zijn: de beroemde Van Nellefabriek van Brinkman en Van der Vlugt. Ook de Cineac in de Amsterdamse Reguliersbreestraat van Jan Duiker, ontworpen als reusachtige machine om filmjournaals te tonen en te bekijken, komt er op voor, en natuurlijk Duikers Zonnestraal. Al deze gebouwen worden door experts bezongen wegens hun minimale constructies. Er zou niets te veel aan zitten, aldus de deskundigen, ze zouden het resultaat zijn van puur functionele vormgeving. Dat ze nu, zoals de Cineac en Zonnestraal, bouwvallen zijn en vanuit houdbaarheidsoogpunt minder functioneel, doet niets af aan het feit dat deze gebouwen op de monumentenlijst staan, juist omdat 'de vormgeving (-) niet een doel op zich was, maar een middel' om tabak en thee te verwerken, films te vertonen en TBC-patiënten te genezen.