Jonge waaghals doet 'alles' voor een kick

Bij de opening van de negendaagse megafestatie voor jongeren in Utrecht was het zaterdag dringen bij de bungy-jump en andere sensaties. 'Die sprong moet ik ervaren. Nu of nooit.'

UTRECHT, 24 JULI. “Doe ons twee kicks voor niks.” Triomfantelijk steken Rachel Polman en Bianca Linkers, twee opgeschoten meiden van een jaar of zestien, een vrijkaartje de lucht in voor de bungy-jump. Ze scoren jaloerse blikken van omstanders die bijeengepakt achter dranghekken moeten hopen dat ze worden ingeloot voor een elastieksprong zeventig meter de diepte in.

Vrijkaartjes om te kicken? “Gekregen door te strippen voor de camera's van RTL5', roept Rachel, terwijl ze sensueel met haar schouders rolt. Eigenaar Michiel Versprille, met zijn massieve gebruinde borstkas en halflange haar type Californian dude, permitteert zich een laatdunkende opmerking. Maar Rachel lacht hem uit. “Ik ben een daredevil, ik doe alles voor een kick. Die sprong, die moet ik meemaken, ervaren, beleven. Nu of nooit.”

Bij de opening van de negendaagse megafestatie in Utrecht was het dringen bij de bungy-jump en de Sky-fever - een nieuwe 'Europese' attractie waarmee deelnemers twee aan twee in een kooiconstructie vijftig meter de lucht in worden geschoten. Vooral jongens zijn het, opvallend vaak in T-shirts met opschriften als 'No guts, no glory', 'Life is short, play it hard' en: 'If you're not living on the edge, then you're taking up too much space'.

Maar ze mogen niet allemaal de grenzen van de doodsangst passeren. Het aantal kickzoekers dat in ruil voor de toegangsprijs van 20 gulden all in een sprong wil wagen, blijkt zo groot dat er moet worden geloot. Meer dan honderd ritten per dag op elk van beide attracties vindt de organisatie niet verantwoord. Tot teleurstelling van velen, ook van Nils Kerkhoffs uit Nijmegen, die dacht deze dag 80 gulden uit te sparen, want elders kost een sprong al gauw 100 gulden. Drie uur staat hij al te wachten, drie keer werd hij uitgeloot. Dus ziet hij passief toe hoe anderen springen, zweven en buitelen om toegeschreeuwd door de stem van Eddie Vedder van Pearl Jam op de grond te ontdekken dat ze “still alive” zijn. “Ik ben maar een doodgewone verkoper van 22 bij V & D”, zegt Nils. “maar ik smacht naar zo'n sprong. Voor het gevoel dat door je donder schiet”.

De belangstelling verbaast initiatiefnemer Jan Moriën niet. “Met cult-events als bungy-jump en sky-fever communiceer je jongeren naar binnen”, zegt de organisator tevreden. “Risico's nemen, dat is toch het leukste wat er is? Je schiet zo'n zestig meter de hoogte in; daar wordt Wubbo Ockels zelfs misselijk van. De honger naar nieuwe kicks is een bindmiddel in de jaren negentig.”

Voor het derde jaar in successie organiseert Moriën de megafestatie die jongeren rond de achttien jaar moet 'infotainen'. Vorig jaar trok hij 105.000 bezoekers van een meer dan gemiddeld opleidingsniveau, dit jaar hoopt Moriën 150.000 tot 200.000 jongeren naar de Jaarbeurs te halen. Vandaar dat hij nog meer “fun, sensatie en survival” heeft aangetrokken. Na de kick, weet Moriën uit marktonderzoek van de Jaarbeurs, komt de rest vanzelf: dan sluiten de bezoekers aan in de rij voor een beroepsinteressetest, een wedstrijd condoom-schuiven of een briefkaartenactie voor Bosnië.

Moriën is niet de enige die signaleert dat jongeren op zoek zijn naar steeds weer nieuwe riskante activiteiten om hun adrenaline-honger te stillen. Commercials van bijvoorbeeld de frisdrankfabrikant Pepsi en de repen-specialist Mars spelen erop in met slogans als 'Live life to the max' en 'Haal eruit wat erin zit'. En activiteiten als bungy-jumping, deltavliegen, parapente en bergbeklimmen zonder touw, mogen zich in toenemende populariteit verheugen.

“Alles wijst erop dat wat vroeger gold als pathologische afwijking of jeugdzonde steeds meer het kenmerk is van een populaire life-style”, stelde de folder van een Tilburgs studium-generale over daredevils en hun hobby's begin dit jaar. Het hoofd studium generale dr. M. van Hoorn spreekt in dit verband zelfs van een trend, hoewel hij zich niet kan baseren op cijfers of onderzoeken, want daarvoor is het fenomeen nog te nieuw. “Jongeren van nu zijn permanent op zoek naar een combinatie van huiver en genot.”

Maar is dat niet iets van alle tijden? Gingen onze grootouders ook niet op het spoor of het wegdek staan, om net voor die passerende trein of auto weer weg te springen? Van Hoorn schudt zijn hoofd. “Ik denk dat dit nieuw is. Het draait om het risico zelf, de activiteit wordt er ondergeschikt aan gemaakt”, zegt hij, “Columbus nam risico's op de koop toe om een nieuwe route te ontdekken. Dit is anders. Steeds vaker draaien hobby's om de val-ervaring, die uiteindelijk leidt tot een negatief plezier, een opluchting.”

Interessanter nog is de vraag naar het waarom. Van Hoorn weet daar niet precies een antwoord op. Wellicht zijn jongeren ieder voor zich op zoek naar zulke risicovolle uitdagingen om hun leven zin en betekenis te geven, stelt hij met verwijzing naar de Amerikaanse filosoof F. Fukuyama, nu er geen politieke en economische strijd meer geleverd hoeft te worden. De moderne mens is op zoek naar ervaringskapitaal, schrijft Lieven de Cauter in zijn boek 'Archeologie van de kick', dat eind augustus bij uitgeverij De Balie in Amsterdam verschijnt. “Vallen is de kick ten top gedreven; het afstevenen op bewusteloosheid, desintegratie (...) Het gestresseerde bewustzijn en het overgeprikkelde lichaam willen zich overgeven, zich verliezen en tegelijkertijd het levensgevoel versterken. Het is zoeken naar ervaring ondanks de constante overdaad aan banaliteit en de overdosis verstrooiing.”

Tsjaka-tak. Tsjaka-tak. Voor de achtenveertigste keer takelt de hijskraan het stalen bakje zeventig meter de hoogte in. De ware kickzoekers hopen eerder op een lot voor de bungy-jump dan voor de sky-fever, want eenmaal boven moet je zélf springen. Daarna gaat alles net als in de sky-fever vanzelf: vallen, buitelen aan het elastiek om later uitzinnig van opluchting weer vaste grond te voelen.

Gretig wordt de gelukkigen gevraagd naar hun sensatie. Stuk voor stuk bezorgt het springen hun een authentiek gevoel van leven. “Pieken, oeaouw, korter maar veel beter dan een pil”, glundert Rachel van de stripact. “Ik had een zet nodig”, pruilt Edwin Cools (24). Zwerver Kakus (47) voelde zich net Birdy, uit de gelijknamige film. En voor medicijnenstudent Dave van den Bremen (20) uit Amsterdam was het de tweede sprong. Nu kon hij na dertig meter vallen weliswaar stijf van de stress om zich heen kijken. “Ik kan me voorstellen dat het verslaaft, net als coke, alleen maakt je lichaam het zelf.”

Eigenaar Versprille lacht. Een stuk of tien bungee-junkies reizen zijn karavaan achterna, ze maken ongeveer dertig sprongen per jaar. Maar voor hen is het net als voor hemzelf een sport geworden. “De echte kick komt pas weer als je in je eentje van de 140 meter hoge brug van Grenoble springt.”

Daar kan Cor Muilwijk, net afgestudeerd maritiem officier aan de Hogere Zeevaartschool op Terschelling, inkomen. Bungy-jumpen, dat moet je een keer proberen, denkt hij, maar het is een serieprodukt. De kick is een stuk minder interessant als twintig anderen je voorgingen, en nog dertig volgen, terwijl jij staat na te hijgen op de grond.

Muilwijk verkiest speed-surfen op het harde zandstrand. 's Nachts als niemand hem ziet jakkeren op zijn surfboard op wieltjes, 60 kilometer per uur. “In de wetenschap dat als je valt, je verloren bent. Maar het moet, steeds harder steeds verder. De grenzen van de doodsangst voorbij. Want alleen dan geldt: ik flip, dus ik besta.”