De actie tegen de paus komt niet meer in de ether

De bittere ironie van de geschiedenis is voorzitter Jan Vis niet ontgaan. Bijna zestig jaar geleden, in 1936, werd de vrijdenkersvereniging De Dageraad haar radiozendtijd - één uur per maand - ontnomen door een monsterverbond van de NSB, uit protest tegen schimpscheuten over de Duitse jodenvervolging, en de katholieken voor wie de goddeloze opstelling van de Vrijdenkers Radio Omroep allang een bron van ergernis was. En nu is het nota bene een kabinet op niet-confessionele grondslag dat dezelfde maatregel neemt: per 1 september verliest De Vrije Gedachte haar radio- en tv-zendtijd. Nooit meer zal Vis op de late avond op Nederland 1 - één uur tv en drie uur radio per jaar - de misleidende invloed van de wereldgodsdiensten aan de kaak kunnen stellen. Het 'kortzichtig en uitermate infantiel hersenspinsel' van de kerkleiders en hun volgelingen zal op radio en televisie niet meer kunnen worden bestreden.

De vrijdenkersvereniging is overvallen door het Commissariaat voor de Media, het door de overheid ingestelde orgaan voor de zendtijdverdeling, dat zich heeft voorgenomen een eind te maken aan 'de ongewenste versnippering van zendtijd'. Weliswaar erkent men De Vrije Gedachte als 'genootschap op geestelijke grondslag', dat als zodanig recht zou hebben op toegang tot de ether, maar de omvang van het georganiseerde vrijdenkerslegioen (3.000 leden) wordt te gering geacht om te gelden als 'geestelijke hoofdstroming'. Als de heren in Hilversum hun partijtje toch nog willen blijven meeblazen, is hun te verstaan gegeven, dan kunnen ze maar beter aansluiting zoeken bij de humanisten die immers in volle glorie mogen blijven uitzenden. “Men is zeker vergeten”, schampert Jan Vis, “dat de Humanistische Omroep Stichting zelf met een flauw aftreksel van òns gedachtengoed opereert.”

De humanisten, zij vormen de rechtgeaarde vrijdenker een doorn in het oog. “Bij het Commissariaat kreeg ik de indruk dat zij ons beschouwen als een zijtak van het humanisme”, zegt Fries de Vries, programmamaker van De Vrije Gedachte, met nauwelijks onderdrukte ergernis. “Terwijl het historisch gezien juist andersom is: het humanisme is een zijtak van de vrijdenkersbeweging. Zij bestaan nog maar pas vijftig jaar, wij al sinds 1856.”

“Een eeuw op de bres voor vrij en kritisch denken”, luidde in 1956 de kop boven een beschouwing van de redacteur geestelijk leven van het Algemeen Handelsblad. In levendige bewoordingen schetste hij hoe op zondagochtend 12 oktober 1856 in het gebouw De Vereeniging in de Warmoesstraat in Amsterdam één van de eerste vrijdenkersverenigingen van Europa werd opgericht. Die zondagochtend was geen toeval, maar een welbewuste provocatie jegens de kerkleiders die immers op datzelfde tijdstip hun schapen bijeendreven. Nog lang is de zondagochtend om die reden een geliefd tijdstip voor de vrijdenkers gebleven.

De religie, die altijd en eeuwig een belemmerende factor vormt bij het menselijk streven tot zelfstandig nadenken, was vanaf het begin het voornaamste mikpunt. Alles wat 'de geboorte van nieuwe levensvormen' dreigde te verstikken, moest uit de weg worden geruimd. Tot de leden van het eerste uur behoorde Eduard Douwes Dekker, in wiens anti-burgerlijke levenswijze en geschriften het gedachtengoed van de oprichters een tot de verbeelding sprekende weerslag vond. “De verlichting kreeg hier gestalte in een uiterst strijdbare vorm,” aldus het Algemeen Handelsblad. Zo vormde de vereniging De Dageraad de kiem voor het anarchisme, het democratisch socialisme, de seksuele hervorming, de vrouwenemancipatie en (in 1945) ook het humanisme, dat volgens de vrijdenkers de fatale fout maakte zich op te stellen “als een met de kerken gelijkgestelde en geaccepteerde organisatie” en daardoor niet meer in staat is de macht van de kerken te breken: “Immers men is dan één van hen en één met hen!”

Atheïsme en anarchisme staan bij voorzitter Vis en de zijnen nog altijd hoog in het vaandel. Hun vereniging heet inmiddels De Vrije Gedachte, maar daarmee zijn de oude idealen allerminst verloochend. Het probleem is alleen dat de voortgaande secularisering hun geen massaler aanhang heeft opgeleverd, ook niet sinds zij in 1967 hun godsverachting weer mochten verspreiden via de ether. Hoewel volgens Fries de Vries maar liefst 10 tot 15 procent van de Nederlanders in wezen vrijdenker is “en wij dus representatief zijn voor atheïstisch Nederland”, redeneert de meerderheid zoals de voormalige Propria Cures-redacteur Herbert Leupen: “Ik ben atheïst, maar ik doe er niets meer aan.” Weinigen voelen de behoefte zich op basis van deze overtuiging te organiseren - een probleem dat overigens ook bij het veel grotere Humanistisch Verbond tot klagen leidt.

Het ledental is de laatste vier decennia niet gestegen. Als de gelederen dunnen, komt dat door natuurlijke oorzaken. “De actie tegen de paus is sinds het overlijden van Marius Hofhuis op een laag pitje komen te staan”, meldt het verslag van de laatste jaarvergadering.

De voorzitter is er echter van overtuigd dat de zendtijd niet alleen is afgenomen door de lage organisatiegraad. Dit is, schrijft hij in het periodiek, een maatregel van “de intellectuele lafaards, namelijk de managers, de geldwolven en de heulers met het christendom, de islam, het hindoeïsme en nog wat van die genootschappen op geestelijke grondslag”. Vroeger waren veel intellectuelen ervan overtuigd “dat godsdiensten alleen maar slecht voor de mensen zijn, omdat zij op een waan berusten die op een gevaarlijke wijze de wereldbeschouwing van de mensen verduistert”. Maar in de huidige multiculturele samenleving menen zij zich liberaal en tolerant te moeten opstellen. Steeds vaker hoort men hen nu zeggen dat elke cultuur recht heeft op een eigen levensbeschouwing. “De moderne intellectuelen komen tot overmaat van ramp ook nog met het argument dat het al of niet bestaan van een god er eigenlijk helemaal niet toe doet. Het zou in de praktijk gaan om de psychische en morele inwerking van de godsdienst op het individu.” Tja, zo lust Jan Vis er nog wel een paar.

Begin deze maand zijn De Vries en hij nog bij de bezwaarschriftencommissie van het Commissariaat voor de Media geweest om hun 'maatschappelijk draagvlak' te verdedigen. In de omroepwandelgangen verwacht evenwel niemand dat het zendtijdbesluit nog zal worden veranderd. Terwijl de gelovigen hun etherpodium behouden - het Israëlitisch Kerkgenootschap krijgt zelfs twee uur extra - zijn de vrijdenkers het hunne kwijt. Maar ze zetten de strijd voort. Ze hebben wel voor heter vuren gestaan.