Amstel 1 is eindstation bij financiële nood

Zijn ex wil hem niet meer zien. Hij leeft van een WAO-uitkering en is, na een herseninfarct, grotendeels gekluisterd aan zijn rolstoel. Aan zijn woning moest wel wat veranderd worden maar verhuizen hoefde hij gelukkig niet. Gelukkig - want verhuizen is duur. Na een tweede herseninfarct werd alles anders. Opname in een verpleeghuis hoefde niet, mits er een aangepaste woning op de begane grond werd gevonden. Dat lukte. Een goedkoop verhuisbedrijf werd ingeschakeld en via de Wet voorzieningen gehandicapten kreeg de man 2.500 gulden voor een nieuwe vloerbedekking en gordijnen. Maar de maatschappelijk werkster rekende al snel uit dat hij met dat bedrag niet zou uitkomen.

Zij belde Amstel 1. Daar, in het het Amsterdamse stadhuis, is de Stichting Samenwerking voor Bijzondere Noden Amsterdam gehuisvest. Dagelijks komen ongeveer 15 telefoontjes van hulpverleners met verzoeken om financiële hulp. Zij bellen alleen wanneer alle andere mogelijkheden zijn uitgeput. “Wij zijn het eindstation”, zegt G. den Heijer, sinds eind jaren '80 werkzaam bij de stichting. “De man heeft er van ons 1.500 gulden bijgekregen.”

De stichting werd in 1936 opgericht om Amsterdammers financieel de helpende hand te bieden. Vorig jaar kwamen 773 verzoeken om hulp binnen, een stijging van ruim 365 procent vergeleken met tien jaar geleden. Toen bedroeg het aantal hulpvragen 166. In 73 procent van de gevallen betrof het vorig jaar alleenstaanden en éénoudergezinnen die in acute financiële nood kwamen. “De uitkeringen gaan wel omhoog, maar de huren stijgen ook. Als dan achter elkaar de wasmachine het begeeft, de stofzuiger het laat afweten en het kind echt nieuwe kleren nodig heeft, dan is Leiden in last”, zegt Den Heijer. Mensen kunnen een lening afsluiten bij de kredietbank, maar als ze niet in staat zijn die af te lossen, zegt de kredietbank nee. De sociale dienst vindt dat cliënten een bepaald bedrag moeten reserveren in geval van calamiteiten. Dat lukt echter zelden. Rest Amstel 1.

Particulieren kunnen niet zelf een aanvraag om hulp indienen, dat moet gaan via hulpverleners, zoals een maatschappelijk werkster of via het buro sociaal raadslieden. De stichting krijgt een rapport waarin de omstandigheden van de cliënt worden toegelicht. Vorig jaar werd in 84 procent van de gevallen hulp verleend, 79 verzoeken om hulp werden afgewezen. Soms blijkt bij nader inzien geen sprake van een acute financiële noodsituatie of blijkt betrokkene zelf over voldoende middelen te beschikken. Ook een cliënt die niet reageert op een verzoek om nadere inlichtingen valt buiten de boot.

Schrijnend vindt Den Heijer de situatie waarin vrouwen zich bevinden die met hun kinderen in een Blijf van m'n Lijf huis verblijven. Getrouwd (geweest) met een meppende alcoholist kampen ze met torenhoge schulden. “En die moeten dan helemaal opnieuw beginnen. Dat is schrijnend.” Of ouderen die, omdat ze zich niet willen laten kennen, ineens merken dat het hen financieel boven het hoofd groeit. Ten einde raad komen ze er toch mee voor de dag. De verstrekte bedragen variëren van driehonderd tot drieduizend gulden, dat is in de praktijk het maximum.

De stichting kan helpen dankzij een groot aantal particuliere fondsen die financiële hulp verstrekken. Tien jaar geleden was dat ruim 114.000 gulden, vorig jaar bijna 900.000 gulden. Soms komt op Amstel 1 een telefoontje binnen van een fonds dat zich genoodzaakt ziet de bijdrage te stoppen. Den Heijer: “Dan ga ik als een marktkoopman langs de deur om een nieuwe geldschieter te vinden.”