Abdoe in Parijs opnieuw de snelste

PARIJS, 24 JULI. Met een machtige sprint op de Champs Elysées heeft Djamolidine Abdoesjaparov gistermiddag het Nederlandse wielrennen nog een beetje opgefleurd. De kopman van Novell bleef in de laatste etappe van de Tour de Italiaan Fagnini juist voor. In 1993 was Abdoe ook de snelste in Parijs. In 1991 kwam hij vlak voor de streep ernstig ten val. Voor Novell-ploegleider Jan Raas was de overwinning van de Oezbeek de eerste ritzege in de Tour sinds 1991.

Zijn collega Cees Priem heeft meer dan twee weken kunnen teren op die ene triomf van Jeroen Blijlevens. Die zat gisteren al lang en breed op de bank van het ouderlijke huis in Gilze-Rijen. De kleine Brabander kan terugzien op een schitterend Tourdebuut. Zijn overwinning in de massaprint van Duinkerken belooft veel goeds voor de toekomst. Blijlevens bracht zijn vaderland heel even in hogere wielersferen.

Na de Tour neemt hij een beslissing of hij al dan niet ingaat op een buitenlandse aanbieding. Het ligt voor de hand de onervaren coureur te adviseren nog een paar bij TVM te blijven. Maar wat is wijsheid in het professionele wielrennen? Blijlevens heeft misschien baat bij een vertrouwde Nederlandse omgeving. Of moet hij kiezen voor de uitdaging, voor het grote geld? In Italië staat een massasprinter op een voetstuk. In Italië krijgt een massasprinter de beste leerschool.

Erik Breukink heeft veel opgestoken bij het Spaanse Once. Dit jaar reed hij in dienst van zijn ploeggenoten Zülle en Jalabert. De gewaardeerde knecht was met een twintigste plaats in het eindklassement wederom de beste Nederlander. Hij zal niet ontevreden zijn. Vermoedelijk tekent hij binnenkort een contract bij TVM, dat een gebrek aan goede Nederlandse ronderenners heeft. De 31-jarige Breukink wil nog een of twee jaar afbouwen en zich daarna in een andere omgeving nuttig maken.

De andere nationale deelnemers reden in de schaduw van Blijlevens en Breukink. Maarten den Bakker onderscheidde zich heel even in de etappe naar Limoges, maar de man die vorig jaar tot Nederlands beste coureur werd uitgeroepen is over het algemeen een toonbeeld van middelmatigheid. Den Bakker heeft geen enkel specialisme en lijkt alleen in de klassiekers in aanmerking te komen voor een topklassering. Voor Frans Maassen, Eddy Bouwmans en Bart Voskamp is ook weinig perspectief in de Tour. Hun achterstand op de wereldtop is opvallend groot. En ze zijn te oud om nog voor een talent door te gaan. Alleen de 24-jarige Erik Dekker mag hopen op betere tijden, hoewel de winnaar van de Ronde van Zweden dit keer een anonieme rol speelde. Voskamp won vorig jaar nog een bergetappe in de Vuelta. Maar in de Tour eindigde hij gisteren op de 113de plaats, twee treden hoger dan de Franse rode-lantaarndrager Bruno Cornillet.