'VS is bezig een commerciële diplomatie te ontwikkelen'; Jeffrey Garten preekt de passie

NEW YORK, 21 JULI. Drie weken na de handelsakkoord tussen de Verenigde Staten en Japan klinkt Jeffrey Garten, staatssecretaris voor handel, zeer verzoenend. “We moeten het strijdelement uit de relatie met Japan weghalen”, zegt Garten. “De spanningen moeten wegebben.” Juist deze week bereikten Washington en Tokio ook een principe-akkoord over het conflict inzake de luchtvracht.

Garten was de rechterhand van de Amerikaanse handelsvertegenwoordiger Mickey Kantor in de recente Geneefse auto-onderhandelingen met Japan. De emoties laaiden hoog op toen de Amerikanen en Japanners pas op de dag voor het verstrijken van een ultimatum tot een akkoord kwamen. Volgens analisten hield de overeenkomst vervolgens weinig opzienbarends in, maar was het goed dat een handelsoorlog was afgewend. “Het akkoord was een succes”, zegt Garten diplomatiek. “Beide partijen wisten een groot deel van hun doeleinden te verwezenlijken. Nu moeten we gezamenlijk de afspraken uitwerken.”

Garten sprak donderdag in New York, vlak voor hij een speech bij de Japan Society zou houden. Hij wil niet ingaan op de kwestie Kodak-Fuji. “Op dit moment is die zaken in onderzoek dus het zou verkeerd zijn als ik daar nu iets over zeg”, aldus Garten. De regering Clinton vond het een maand geleden kennelijk belangrijk om even zijn tanden te laten zien. De kern van het handelsbeleid is echter samenwerking en bevordering van economische activiteiten.

Het buitenlands handelsbeleid van de VS is geconcentreerd op de Big Emerging Markets, de BEM-landen. Dat zijn China (inclusief Hong Kong en Taiwan), Zuid-Korea, Indonesië, India, Zuid-Afrika, Turkije, Polen, Mexico, Brazilië en Argentinië. Deze landen zullen over vijftien tot twintig bij elkaar economisch belangrijker zijn dan Europa en Japan. Het 'BEM-beleid' is gericht op export naar en investeringen in die landen.

“Deze regering is zeer intensief bezig met het ontwikkelen van commerciële diplomatie”, aldus Garten. “Wij gebruiken handel in de ruimste zin van het woord om relaties op te bouwen en de economische groei te bevorderen. Via die economische contacten verbeteren wij de banden met landen en daarom betrekken wij er in een vroeg stadium vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven bij.” Volgens Garten hebben bedrijven veelal in een eerder stadium ervaringen met bepaalde landen dan regeringsvertegenwoordigers. Kapitaal- en technologieuitwisseling lopen vaak al vooruit op politieke contacten.

Hoewel Garten zegt dat mensenrechten nog wel een rol spelen bij het beoordelen van geschikte partners heeft de VS vorig jaar de mensenrechten niet meer als maatstaf gebruikt bij het verlengen van China's status van meest begunstigde natie. Garten laat geen kwaad woord over China horen, ondanks de huidige spanning tussen de twee landen in verband met de zaak van de gevangen mensenrechtenactivist Wu. “Wij zijn erg bezorgd en we hopen dat het wordt opgelost”, aldus Garten.

Garten erkent ronduit dat de economische relaties het primaat hebben. Na het einde van de Koude Oorlog staan veiligheidsvraagstukken niet meer op de voorgrond en zijn economische en commerciële kwesties belangrijker geworden. Bedrijven moeten volgens Garten echter nog wennen aan die rol en daarin ligt een taak van nationale overheden. “Het bedrijfsleven moet leren om vijf tot tien jaar vooruit te kijken”, aldus Garten.

Volgens Garten zal de relatie met Europa geheel in de richting gaan van samenwerking op economisch terrein. De economische relaties zijn in hoge mate bepalend. Handelscontacten zullen niet meer worden gebruikt om een politiek doel te verwezenlijken, maar politieke instrumenten moeten een economisch doel realiseren. Garten: “Dit is een fenomeen dat verschilt van wat we ooit eerder hebben gezien.”

In het najaar heeft in Spanje een door de VS geinitieerde conferentie over handel en investeringen plaats, de zogenoemde Transatlantic Business Dialogue. De Europese Commissie en het Amerikaanse ministerie van Handel willen topmensen uit het bedrijfsleven (ook middelgrote bedrijven) met transatlantische belangen en vertegenwoordigers van de regeringen samenbrengen. Volgens Garten moeten de deelnemers in Spanje gezamenlijk “over de horizon heen kijken naar de transatlantische relatie.” Aan de orde komen samenwerking bij het opstellen van produktie- en milieustandaarden, bevordering van handel en investeringen en samenwerking bij economische activiteiten in derde landen. De aandacht van de VS is sterk gericht op de opkomende markten in Azië, Oost-Europa en Latijns Amerika, maar de band met Europa is nog steeds het belangrijkst. De onderhandelingen - en meningsverschillen - over het akkoord van de GATT (Algemene Overeenkomst over Tarieven en Handel) hebben de relatie te veel beheerst de laatste jaren. Garten heeft hoge verwachtingen van de conferentie in Madrid. “Dit wordt een grote sprong voorwaarts.”