Vierdaagse loutert probleemjongeren

Aan de Nijmeegse Vierdaagse deed dit jaar weer een aantal jongeren uit een justitiële jeugdinrichting mee. Ze hebben gezweet en hun blaren geteld. Toch is het afleggen van de Vierdaagse voor hen meer dan een sportieve prestatie. Het is een overwinning.

NIJMEGEN, 22 JULI. “Kapot, ik ben kapot”. Pietro, net 17 geworden, zijgt amechtig neer op het gras naast het pad. Hij haalt een medicijnverstuiver uit zijn zak en inhaleert diep. “Ik heb astma”, kreunt hij. Om even later, als het medicijn is ingenomen, een sigaret op te steken.

Pietro is een van de tweeëntwintig jongeren van het orthopedagogisch centrum Ottho Gerhard Heldring (OGH) in Zetten, die deze week minimaal honderdtwintig kilometer hebben afgelegd. De 78 jongeren van twaalf tot achttien jaar zijn voor het merendeel afkomstig uit gesloten inrichtingen.

Rond de landelijk gelegen instelling in Zetten staan geen hekken. Hier krijgen de jongeren een “zeer intensieve behandeling”. In Zetten zijn besloten en open leefgroepen en afdelingen voor individuele behandleling. Overdag gaan de jongeren naar school of naar hun werk. “Ze hebben de neiging zich sterk terug te trekken of zoeken juist voortdurend het conflict op”, zegt afdelingshoofd Leen. Een 'complexe gedragsproblematiek' zoals dat in welzijnsjargon heet. De meesten komen uit “een verstoorde thuissituatie”; voor meisjes betekent dat vaak een geschiedenis van seksueel misbruik.

Op de laatste wandeldag van de Vierdaagse is na tien kilometer een rustpunt ingericht langs het pad. Paardedekens op de grond, een viertal vouwstoeltjes, een koelbox met fris en zoete snacks, een plastic kist met fruit en broodjes. Duizenden, vaak markant uitgedoste mensen trekken langs het stoomafblazende ploegje van het centrum OGH.

Naast Pietro zit de hoogblonde Tammy zwijgend ineengedoken op een van de paardedekens. “Ik hou op, ik ga terug”, roept ze opeens uit. Ze trekt een Airmax-sportschoen uit en rolt haar sok af. Langzaam trekt ze een pleister weg en ontbloot een grote, open blaar.

“Door de Vierdaagse uit te lopen, kunnen de jongeren zichzelf bewijzen”, zegt groepsleidster Pascal. “Ze kunnen iets afmaken en dat is iets wat ze in hun leven zelden hebben gedaan. Daarbij zijn de jongeren vaak niet gewend om waardering te krijgen voor een positieve prestatie”. Een andere groepsleidster meent dat de jongeren door de 'duurloop' vooral leren dat “ze uit een dal kunnen komen”. “Als ze stuk zitten, probeer ik zo op ze in te praten dat ze toch doorgaan. Dat lukt ook meestal. Soms maanden later, wanneer ze weer een tegenslag te verduren hebben, spreek ik ze daar op aan. Toen dacht je ook dat je niet verder kon!”

Voor groepsleidster Jannie is de Vierdaagse juist een manier om de pupillen op een andere wijze te leren kennen. “Ik was compleet stuk toen ik vandaag op de camping terugkwam. Zit ik met mijn voeten in een bak met water komt Teddy langs en vraagt 'moet je wat drinken soms?' Zo aardig doet hij anders nooit.” Een andere groepleidster vult aan dat die ochtend Teddy's “grondhouding goed waardeloos was. Maar als je nu zegt dat hij goed heeft gewandeld, straalt hij.”

Begeleider Marcel wijst op het nut van de Vierdaagse voor de begeleiders zelf. “We hebben nu op een andere manier contact met de jongeren. We zien samen af. Hier op de camping zitten we in een andere omgeving waar je niet zo snel agentje aan het spelen bent.” Ook Marcel ligt de volgende dag, naast Pietro en Tammy, op apegapen langs de kant van de weg. Doof voor de groep Israeliërs die zingend voorbij marcheren, blind voor de oudere dames met hun vreemde hoofddeksels en voor de man die trekkend met zijn kunstbeen voorbijschuift.

Jeanne verzorgt de wonden. Zij prikt door, verbindt, zwachtelt, masseert en geeft goede raad. Nadat Tammy een nieuwe 'second skin' heeft gekregen en uitvoerig is gemasseerd, komt ze wankelend overeind. Even later lost ze op tussen andere wandelaars, die ook met de benen trekken. “Het is vijfenzeventig procent gewoon aandacht”, verklaart Jeanne haar succesvolle ingreep. “Voor maar vijfentwintig procent kan je echt iets doen.”

Naomi zoekt de aandacht van de groepsleiding niet echt op. Ze wandelt in haar eentje aan het eind van de stoet. Soms raakt ze in gesprek met een medewandelaar, meestal loopt ze alleen. Of ze het afleggen van de Vierdaagse een prestatie van zichzelf vindt? Ze moet lang over een antwoord nadenken. “Een beetje”, zegt ze uiteindelijk. Naomi heeft een geschiedenis van crisiscentra en politiebureau's achter zich. In Zetten vindt ze het wel “okee”. Naomi zit op school. Ze weet nog wat ze wil worden. Waar denkt ze aan onder het lopen? Het antwoord komt er vlot uit: “Waar ik het volgend weekend kan doorbrengen”.