Twee crisis-conferenties in één zaal

LONDEN, 22 JULI. De gezichten van Andrej Kozyrev en Pavel Gratsjov staan strak en somber als ze na afloop van de internationale conferentie over Bosnië de pers te woord staan. Het uitvoeren van luchtaanvallen zal de oorlog “alleen maar doen escaleren”, onschuldige burgers zullen er “het slachtoffer” van worden en het zal “een politieke oplossing” geen stap dichterbijbrengen, betoogt Kozyrev, minister van buitenlandse zaken van Rusland. “Desnoods vliegen we vanavond of morgen nog naar Belgrado of Pale om over een internationale vredesconferentie te onderhandelen”, vervolgt hij.

“We moeten de schuld niet alleen leggen bij de Bosnische Serviërs maar ook oog hebben voor de schendingen door de Kroaten en de moslims”, begint minister Gratsjov van defensie zijn exposé. Het inzetten van de snelle-interventiemacht is “militaire gekte”, legt de minister uit. “Het betekent dat je een klein contingent ongetrainde soldaten laat vechten tegen een overmacht die jarenlang oorlogservaring heeft opgedaan.”

De woorden van Kozyrev en Gratsjov proeven naar crisis. Niet omdat de beide bewindslieden een nieuw Russisch standpunt naar voren brengen, maar wel omdat hun harde afwijzing van het opvoeren van de militaire druk op de Bosnische Serviërs zo nadrukkelijk in de verf wordt gezet na een dag van moeizaam vergaderen, die juist was bedoeld om de huidige politieke patstelling in de Bosnië-crisis te doorbreken.

Die opzet is dus mislukt, en juist de prominente aanwezigheid van alle politieke leiders-die-er-toe-doen-in-de-wereld geeft extra accent aan die mislukking. Maar wie elders in de Londense conferentiezaal op zoek gaat naar treurige verhalen over het verloop van de ontmoeting, krijgt de indruk dat er twee verschillende Bosnië-conferenties zijn geweest. Tijdens de persconfenties van onder andere de Britse, de Franse, de Amerikaanse en de Nederlandse delegaties wordt gewezen op het concrete resultaat dat nu een “duidelijke lijn” wordt getrokken rondom Gorazde en Sarajevo. Overschrijden de Bosnische Serviërs die scheidslijn, dan mogen ze rekenen op “keiharde” vergelding vanuit de lucht. Maar al na een paar minuten wordt het duidelijk: de poging van de internationale gemeenschap om een vastberaden antwoord te formuleren op de opgelaaide agressie van de Bosnische Serviërs tegenover hun moslim-landgenoten is op een falikante mislukking uitgelopen.

Pagina 5: Westen verhult debâcle door rol Russen te bagatelliseren

In plaats van eensgezinde daadkracht, schetsen de beide ministers een beeld van diepe verdeeldheid tussen de Westerse bondgenoten van de NAVO en Rusland over de aanpak van de Bosnische crisis.

Zo proberen de Britse conferentievoorzitter Malcolm Rifkind, de Franse minister van buitenlandse zaken Hervé de Charette, zijn Amerikaanse collega Warren Christopher en ook een door de vrijlating van de Nederlandse blauwhelmen extra opgeluchte Van Mierlo het beeld van een zoveelste diplomatiek debâcle over Bosnië te corrigeren. De Westerse bondgenoten zullen van nu af aan krachtdadig te werk gaan. De Russen zullen hen daarbij niet storen, want ze zijn bij het afsluiten van de conferentie niet echt dwars gaan liggen toen Rifkind op eigen houtje zijn 'voorzittersconclusies' formuleerde, zo luidt de redenering.

Minister Van Mierlo zegt zelfs geruststellend dat de nukkige houding van de Russen er een beetje bijhoort. “Zo liggen nu eenmaal de verhoudingen met de Russen”, aldus van Mierlo om er aan toe te voegen dat de Russen niet aanwezig zijn met blauwhelmen in Gorazde en ze “ook niet in de vliegtuigen gaan zitten die eventueel acties zullen ondernemen”.

Russische dwarsliggerij zal het Westen dus niet weerhouden om de Serviërs nu echt een halt toe te roepen. Niet het Westen is verdeeld: Rusland is geïsoleerd. De diepere betekenis van de bijeenkomst in Londen is geweest, dat de Verenigde Staten (voor bombardementen op grote schaal), Frankrijk (troepenversterking op de grond naar Gorazde) en Groot-Britannië op één lijn zijn gaan zitten, zo becommentarieerden diplomaten na afloop. Met andere woorden: de Londense conferentie is een succes geworden, omdat de drie grote NAVO-partners er in zijn geslaagd om hun sluimerende meningsverschillen toe te dekken. Dat is veel belangrijker dan het vertrouwde gegeven dat de Russen opnieuw aan de zijlijn blijven staan.

Toch hoeft niemand er illusies over te hebben, dat Bosnische crisis nu snel tot een einde zal komen, of dat er zelfs maar sprake is van grootse, nieuwe perspectieven voor een - al dan niet met militaire middelen afgedwongen - oplossing. Het opnieuw afstand nemen van Rusland, betekent geenzins dat de NAVO-lidstaten nu op eigen houtje gaan optreden. Net als tot op de dag van gisteren, is het aan de VN-commandanten ter plekke, en daarmee aan de Verenigde Naties, om uiteindelijk te beslissen over luchtaanvallen. Dat systeem van 'de dubbele sleutel' is de afgelopen maanden fel bekritiseerd, maar in Londen werd er gisteren geen komma aan gewijzigd. Een poging daartoe zou ongetwijfeld tot een echt conflict hebben geleid met de Russen en daar wilde niemand aan.

De conclusie die daaruit kan worden getrokken, is dat de NAVO-lidstaten in feite niets meer kunnen doen in Bosnië dan wat ze het afgelopen jaar ook al hadden kunnen doen, met alle bestaande VN-resoluties over onder andere het opzetten van veiligheidszones op tafel. Met andere woorden: aan het diplomatieke front in Bosnië niets nieuws. Het enige wat verschil kan uitmaken, is dat de internationale gemeenschap ditmaal wel de daad bij het woord voegt.