Samenwonende broers, zussen gekort op AOW

DEN HAAG, 22 JULI. AOW-gerechtigde broers en zussen die samenwonen worden gekort op hun uitkering.

In de toekomst zullen zij worden behandeld als andere samenwonende AOW-ers. Dat betekent dat zij voortaan ieder een uitkering van 50 procent ontvangen. Nu krijgen zij nog ieder een alleenstaandenuitkering van 70 procent.

Dat blijkt uit een wetsvoorstel dat staatssecretaris Linschoten (sociale zaken en werkgelegenheid) gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Ook in de Toeslagenwet wordt een soortgelijke uitzondering afgeschaft. De overlijdensuitkering in de sociale zekerheid en in het Burgerlijk Wetboek wordt teruggebracht tot een periode van twee maanden.

Het afschaffen van de uitzondering voor samenwonende broers en zussen en het verkorten van de overlijdensuitkering komen in de plaats van het voornemen uit het regeerakkoord om de toeslag aan een AOW'er voor een partner jonger dan 65 jaar, afhankelijk te stellen van het inkomen van de AOW'er.

Voor samenwonende bloedverwanten die al AOW ontvangen wordt de uitzondering vanaf 1 januari 1997 in vier halfjaarlijkse stappen afgebouwd. Voor nieuwe AOW-gerechtigde bloedverwanten gaat de regeling in op 1 januari 1996. De opbrengst van deze maatregel bedraagt in 1998 130 miljoen gulden, aldus staatssecretaris Linschoten.

De overlijdensuitkering bestaat nu uit een doorbetaling van de uitkering over de maand van overlijden en twee maanden daarna. In het wetsvoorstel wordt de duur van de overlijdensuitkering vanaf 1 januari 1997 gesteld op precies twee maanden vanaf de dag van overlijden. Deze maatregel brengt in 1998 85 miljoen gulden op in de sociale zekerheid.

Verder wordt de bestrijding van de fraude geïntensiveerd. In de AOW zullen de leefvorm en het verzwijgen van inkomsten scherper worden gecontroleerd.

Staatssecretaris Linschoten heeft ook besloten de toeslag voor een AOW'er met een partner jonger dan 65 jaar met ingang van 1 januari 2015 voor nieuwe gevallen af te schaffen. Hij vindt de toeslag niet langer noodzakelijk gezien de voortschrijdende individualisering en het feit dat het aanvullend pensioen in betekenis toeneemt. Dit besluit wordt nu al genomen om toekomstige AOW-gerechtigden met een jongere partner in staat te stellen een aanvullende verzekering af te sluiten. Daarmee kan een mogelijk forse daling van het gezamenlijke inkomen worden voorkomen, aldus Linschoten.